Wetgeving

In het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV) 1990 staan de basisregels voor parkeren. In artikel 24 van RVV 1990 is opgenomen waar iemand zijn voertuig niet mag parkeren. Uitgangspunt is dat parkeren is toegestaan, tenzij dit uitdrukkelijk verboden is.

Daar waar het verboden is stil te staan, is parkeren logischerwijze ook verboden. In de paragraaf ‘Parkeren’ van RVV 1990 staat een aantal bepalingen waarbij alleen het parkeren wordt verboden of waarbij het parkeren aan voorwaarden is gebonden. Iemand mag zijn voertuig niet parkeren:

  • op een afstand van minder dan vijf meter van een kruispunt 
  • voor een in- of uitrit
  • op de rijbaan van een voorrangsweg buiten de bebouwde kom 
  • op een parkeergelegenheid als het voertuig niet behoort tot de op het onderbord aangegeven categorie voertuigen
  • op een parkeergelegenheid als op een andere wijze geparkeerd is dan is aangegeven
  • op een parkeergelegenheid op dagen en uren waarop dit volgens het onderbord verboden is
  • langs een gele onderbroken streep
  • naast een al geparkeerd voertuig (dubbel parkeren)

Bebording

Parkeerborden helpen om de geldende verkeersregels kracht bij te zetten. Met goede bebording is het beoogde verkeersgedrag beter te bevorderen dan met juridische voorschriften. Aanbevelingen voor de keuze, uitvoering en plaatsing van parkeerborden en onderborden staan in CROW-Publicatie 134 ‘Richtlijn parkeerbebording’. Daarin is ook aandacht voor de geldende wetgeving.

Lees ook meer over beleid en handhaving.

Tip

Cover publicatie 134

Parkeerborden
Zet de geldende verkeersregels voor parkeren kracht bij met parkeerborden. Aanbevelingen daarvoor vindt u in CROW-Publicatie 134 ‘Richtlijn parkeerbebording’.
Bestellen

Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte

Titel

Body

Let op

Kies eerst een datum.