Halteplaatsen

Het Handboek Halteplaatsen (CROW-publicatie 233) gaat in op hoe de optimale halteplaats eruit moet zien. Het handboek biedt een richtlijn voor het ontwerp, de fundering, de inrichting en het beheer en onderhoud van halteplaatsen.

In aanvulling op het Handboek Halteplaatsen is een nieuwe richtlijn voor instapmarkering op halteplaatsen voor bussen opgesteld. De nieuwe richtlijn wordt in de herziene versie van het handboek opgenomen. De belangrijkste punten voor de infrastructuur van halteplaatsen staan hieronder samengevat.

Nieuwe richtlijn markering instapplaats

Voor de wachtende passagiers is het fijn om te weten waar de bus precies stopt. Met name de instapplaats moet duidelijk herkenbaar zijn. Voor mensen met een visuele beperking pleit CROW voor een 2x3 noppentegelmarkering ter hoogte van de instapplaats. De tegels van de instapmarkering zijn bij voorkeur zwart van kleur. CROW pleit er ook voor dat de tegels een klankfunctie hebben. De voorkeur gaat daarom uit naar een tegel die hol is vanbinnen.

De zwarte kleur is gekozen vanwege het contrast met de omgeving. Ook zijn de zwarte tegels goed te herkennen voor de chauffeur. De kleur geel is minder geschikt. Uit onderzoek blijkt dat deze kleur onaangenaam is voor slechtzienden vanwege overstraling. Ook biedt geel te weinig contrast en ziet de kleur er op den duur visueel onaantrekkelijk uit.

naar boven

Perronhoogte

De hoogte van het perron is onder meer van belang voor lagevloerbussen. Deze bussen kunnen in de regel met de voor- en achteroverhang over perrons met een hoogte van 180 mm tot 200 mm ‘vegen’. Is het perron hoger, dan kan dat afhankelijk van de vorm van de halte de volgende consequenties hebben:

  • de chauffeur kan minder dicht tegen het perron rijden
  • bij het vegen mag de speling tussen de onderkant van de bus en het perron niet te klein zijn, zodat bij het remmen van de bus (doorveren) geen schade aan bus of perron ontstaat
  • de chauffeur kan slechts geleidelijk wegrijden omdat anders de rechterachterhoek van de bus of de draaikrans bij een gelede bus tegen het perron schuurt en er schade ontstaat

Bij een perronhoogte van 300 mm moet u bijzondere aandacht besteden aan:

  • de mogelijkheden om de halte rechtstandig aan te rijden en te verlaten
  • de veiligheid van de passagiers en de overige voetgangers
  • de bereikbaarheid van de halte voor mensen met een functiebeperking
  • de stedenbouwkundige en de ruimtelijke inpassing van de halte

naar boven

Blokmarkering

Op de rand van het perron moet u een zwart-wit geblokte markering aanbrengen. Deze markering heeft een juridische betekenis. Een bestuurder mag zijn voertuig niet laten stilstaan bij een bord bushalte (bord L03) ter hoogte van de geblokte markering (met uitzondering van het onmiddellijk laten in- en uitstappen van passagiers). Is deze markering niet aangebracht? Dan mag een bestuurder niet stilstaan op een afstand van minder dan twaalf meter van het bord bushalte. Gebruik nooit een voelbare markering om verwarring met geleidelijnen te voorkomen.

naar boven

Attentiemarkering

De blokmarkering moet met name voor mensen met een visuele handicap niet te verwarren zijn met de attentiemarkering. De attentiemarkering bestaat uit twee naast elkaar gelegen ribbeltegels van elk 0,30 m breed. De tegels liggen op 0,60 m afstand van de rand van het perron en contrasteren qua kleur en textuur met de directe omgeving. Het verschil in reflectiefactor tussen markering en ondergrond is 0,3.

naar boven

Lees ook meer over de instapfase, hulpmiddelen en het interieur.

Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte

Titel

Body

Let op

Kies eerst een datum.