Regie op collectief vervoer

  • Datum: 05 jun 2014
  • Productgroep: Congres
  • Soort: Gratis
  • Vakgebied(en): Verkeer en Vervoer

‘Hoe houdt u als opdrachtgever regie op het collectief vervoer?’ Dat is de vraag die centraal staat tijdens de bijeenkomst op donderdag 5 juni in de Eenhoorn te Amersfoort.

Prijs per persoon: Gratis
Momenteel zijn er geen beschikbare data

Voor wie is deze bijeenkomst bedoeld?

Deze bijeenkomst is alleen toegankelijk voor vertegenwoordigers van gemeenten, provincies, vervoersautoriteiten en (andere) samenwerkingsverbanden die opdrachtgever zijn van collectief vervoer. Vooral Wmo-vervoer, AWBZ-vervoer en de koppeling met openbaar vervoer staan deze middag centraal.


12.00 - 13.00    Registratie en lunch
13.00 - 15.00    Inhoudelijk programma
15.00 - 15.15    pauze
15.15 - 16.30    Inhoudelijk programma
16.30                Borrel

Plenair deel

Tijdens het plenaire eerste uur is er aandacht voor:
  • Gedegen monitoring kostenkengetallen van het collectief vervoer;
  • Aanpak van AWBZ-instellingen voor het behouden van regie op vervoer;
  • Terugblik op de ontwikkelingen bij een aantal van de sprekers van de laatste landelijke bijeenkomst in november 2013.

Sessies

In de sessies is aandacht voor het anders organiseren van vervoer. In een behoorlijk aantal regio’s in Nederland buigt men zich over dit onderwerp. We hebben twee interessante praktijkvoorbeelden voor u geselecteerd:
  • De provincie Zeeland vertelt over het ‘tussennet’ dat wordt ontwikkeld.
  • De provincie Gelderland gaat in op het uitwerken van regionale regie op het doelgroepen- en openbaar vervoer (onder voorbehoud). 

In de derde sessie wordt ingegaan op de vraag: Wat is bepalend voor de kwaliteit van de Regiotaxi? Als bekend is wat voor de reizigers belangrijke kwaliteitsaspecten zijn, dan kan daar juist op worden ingezoomd. Eerder onderzoek van Universiteit Twente en Goudappel Coffeng hiernaar lijkt te bewijzen dat er geen relatie is tussen de hoogte van de kosten (subsidie) en de kwaliteit van het vervoer. Dat zijn interessante inzichten om over in gesprek te gaan met elkaar.


 

Inhoud deelsessies 

1. Zoektocht naar een slimme organisatie van vervoer

Frans van Langevelde, Provincie Zeeland

In deze sessie vertelt Frans van Langevelde van de Provincie Zeeland over de zoektocht naar een slimme organisatie van vervoer en de stappen die daarbij gezet zijn. Daarbij  is er veel aandacht voor de vragen die naar voren kwamen bij  het ontwikkelen van het Flexnet.

Net als in vele regio’s in Nederland is het een hoofddoelstelling van de Provincie Zeeland om  optimaal aan te sluiten op de vraag naar openbaar vervoer van de verschillende reizigersgroepen scholieren/studenten, forenzen, vervoersarmen, verblijfstoeristen en mensen met een lichte zorgvraag en lichamelijke beperking een hoofddoelstelling in Zeeland. Uitgebreid nagedacht over de vraag welk aanbod past bij welke vervoersvraag. Eén van de nieuwe initiatieven die zijn ontstaan, is het Flexnet. Het net dat op de plaatsen waar het vaste net verdwijnt, voorziet in de behoeften van mensen die op het ov zijn aangewezen en voor wie de afstand tot de dichtstbijzijnde halte van het kernnet (van openbaar vervoer) te groot is.

2. Wat is bepalend voor de kwaliteit van de Regiotaxi?

Martijn Ebben (Goudappel Coffeng), vertegenwoordiger van opdrachtgever Regiotaxi

Voor veel Regiotaxisystemen wordt periodiek de klanttevredenheid gemeten. Dat gebeurt vaak op verschillende manieren. Het onderling vergelijken van de resultaten is daardoor lastig. Voor elf regiocontracten is onderzocht hoe vergelijking wel mogelijk is. Dat is met name interessant wanneer er een relatie wordt gelegd tussen de uitkomsten van het klanttevredenheidsonderzoek en de kosten (subsidie) van het Regiotaxisysteem . Een eerste, heel voorzichtige, indruk doet geloven dat die relatie er niet is.

Bureau Goudappel Coffeng  doet in opdracht van CROW KpVV  verder onderzoek: is het inderdaad zo dat het voor de ervaren kwaliteit niet uitmaakt hoeveel subsidie in het systeem wordt gestoken? Dat zou kunnen betekenen dat er binnen het systeem mogelijkheden zijn om de subsidie terug te brengen zonder dat de reizigers een kwaliteitsdaling ervaren. De eerste resultaten van het onderzoek worden tijdens deze bijeenkomst gepresenteerd. Daarna is er discussie  over de vraag welke relatie er is tussen de kwaliteitskenmerken van de Regiotaxisystemen en de kwaliteitsbeleving door de reizigers. In de zoektocht naar efficiency kan deze sessie heel interessante informatie opleveren.

3. Regionale aansturing doelgroepenvervoer en vraagafhankelijk openbaar vervoer in Gelderland

Frank Buers, Provincie Gelderland en Andreas Noordam Gemeente Zutphen/Stedendriehoek)

In deze sessie vertellen Frank Buers en Andreas Noordam over de aanpak in de provincie Gelderland. De provincie en de gemeenten willen nieuwe afspraken maken over de regionale uitvoering van Regiotaxi en streven in de regio naar integratie van doelgroepenvervoer en aanvullend openbaar vervoer. Op deze manier willen partijen de basismobiliteit borgen voor de toekomst. De afspraken worden vastgelegd in nieuwe samenwerkingsovereenkomsten tussen de provincie en de Gelderse regio’s. Het proces hier naartoe is intensief en vraagt veel van de samenwerking tussen betrokken partijen. Tijdens deze deelsessie krijgt u een beeld van de gedachten achter de nieuwe aanpak en het samenwerkingsproces in Gelderland. Wat zijn de gezamenlijke ambities, hoe is het proces ingericht en welke uitdagingen doen zich voor?br />
 
regie op collectief vervoer
Meer dan 30 opdrachtgevers van collectief vervoer zijn op 5 juni bij elkaar gekomen om kennis en ervaring uit te wisselen over het onderwerp ‘regie op collectief vervoer’. Het programma was samengesteld op basis van een drietal vragen die  opdrachtgevers van vervoer veelvuldig aan CROW-KpVV stellen:
  
  • Hoe kunnen we het vervoer anders organiseren?
  • Hoe kunnen we de samenwerking met andere partijen het best vormgeven?
  • Hoe kunnen we het (huidige) vervoersysteem zodanig optimaliseren dat het bezuinigingen oplevert?


Inhoudelijke experts deelden hun  kennis en ervaring  in drie presentaties. Daarnaast is er een openingspresentatie gehouden door Guy Hermans van CROW-KpVV. Hij ging in op achtergrond van de bijeenkomst vervoer van en naar dagbesteding en een drietal lessen uit andere Europese landen.







De haltetaxi als mobiliteitsgarantie

Frans van Langevelde (provincie Zeeland)

Frans van Langevelde gaf een uitleg bij het beleidsplan ‘Nieuwe lijnen’ voor het Zeeuwse OV, dat ook het uitgangspunt was in de onlangs gehouden aanbesteding. De overgang van aanbod- naar vraaggericht vervoer met een mobiliteitsgarantie voor alle Zeeuwen staat centraal in dit plan. In praktijk betekent dat naast een kernnet een grote rol is weggelegd voor de buurtbus en de haltetaxi. De gemeenten gaan het flexnet (= haltetaxi = integratie OV en WMO) vormgeven waarbij de provincie bij de gemeenten vervoer kan inkopen in aanvulling op het kernnet. De provincie beseft dat nog niet alle stappen vormgeven/uitgewerkt zijn,  de weg richting een  Zeeuwse basismobiliteit is wel ingezet. Het ontwikkelen van een businescase is de volgende stap. Dat kan zodra het vervoerplan van de winnende vervoerder (Connexxion) vastgesteld is.
 


Invulling basismobiliteit Gelderland  

Frank Buers (provincie Gelderland) en Andreas Noordam (Regio Stedendriehoek)

De provincie Gelderland heeft de ambitie om een toekomstbestendige basismobiliteit voor alle inwoners van Gelderland vanaf 2016/2017 te garanderen. Onder deze basismobiliteit wordt verstaan: de combinatie van vraagafhankelijk openbaar vervoer gecombineerd met doelgroepenvervoer. Basismobiliteit gaat over gebieden waar weinig of geen bussen rijden,  het vervoer buiten de vaste buslijnen. Frank Buers van de provincie Gelderland schetste de weg naar basismobiliteit. Andreas Noordam van de gemeente Zutphen schetste namens de Stedendriehoek een beeld van de belangrijkste vragen en kwesties waar de provincie en gemeenten nu mee aan de slag zijn.



Een kijkje in de wereld van klantwaarderingen

Martijn Ebben (Goudappel Coffeng)

CROW-KpVV heeft opdracht gegeven aan Goudappel Coffeng om voor 11 regio’s de klanttevredenheid onderzoeken vergelijkbaar te maken. Daardoor is duidelijk welke factoren de klanttevredenheid beïnvloeden. Juist in tijden van bezuinigingen kan dit inzicht helpen bij het maken van lastige keuzes. Zijn er wellicht aspecten die wel worden gevraagd door opdrachtgevers maar weinig bijdrage aan de klanttevredenheid? En wat is bijvoorbeeld de relatie tussen de verstrekte subsidie en het klantoordeel?