Zoeken

Kwantitatieve gunningsciteria

Bij de kwantitatieve gunningscriteria bestaat de mogelijkheid te gunnen op prijs of op kwantiteit van het aanbod, of combinaties hiervan:

  • Bij gegeven financiële bijdrage: aanbod aan dienstregelingskilometers of –uren, onderscheiden naar type materieel of type vervoer
  • Bij vastgelegd aanbod: prijs (gevraagde overheidsbijdrage) per eenheid (dienstregelingskilometer of –uur, onderscheiden naar type materieel (bus, achtpersoons taxibussen, trein/tram/metro) of type vervoer (lijndienst bus, vraagafhankelijk en trein), vaak nog onderscheiden naar basis hoeveelheid en eventueel meer- of minderwerk.

Prijsvechter voorkomen

Een ‘prijsvechter’ die een onrealistisch lage DRU-prijs biedt is onwenselijk doordat deze geen belang heeft bij uitbreiding van het aanbod en op allerlei manieren zal proberen alsnog geld van de opdrachtgever te verkrijgen. De eenvoudigste manier om dit te voorkomen is door een ondergrens aan de prijs te stellen waaronder geen extra punten verkegen worden.

Om deze op de juiste hoogte te stellen is het wel van groot belang om de kostprijs en bijbehorende risico’s te weten. Immers, bij een te lage grenswaarde kan alsnog een prijsvechter winnen; bij een te hoge grenswaarde is de opdrachtgever een ‘dief van de eigen portemonnee’.

Zinloze DRU's voorkomen

Bij gunning op DRU’s is het belangrijk om te voorkomen dat er veel ‘zinloze’ DRU’s worden aangeboden die voor de inschrijver relatief goedkoop zijn. Een aantal mogelijkheden om hiermee om te gaan:

  • Geef niet teveel punten voor DRU’s en beoordeel ook nadrukkelijk de kwaliteit
  • Maximeer het aantal aan te bieden DRU’s.
  • Geef middels een logaritmische functie of een staffeling de eerste extra DRU’s meer punten dan de laatste extra DRU’s.
  • Geef vraagafhankelijke ritten een wegingsfactor mee.
  • Geef ritten met kleiner of groter materieel een wegingsfactor mee.
  • Geef ritten in de spits een wegingsfactor mee.
  • Bedenk goed waar je extra DRU’s zou willen zien: focus op bereikbaarheid voorkomt een overmatig aantal DRU’s in de sociale functie.

In de meeste gunningen wordt de vervoeromgang gemeten in dienstregelingsuren (DRU’s). Het nadeel van de DRU is dat lage rijsnelheden door de vervoerder veel DRU’s opleveren, maar trage bussen op de weg. De vervoerder heeft echter ook veelal belang bij een relatief hoge snelheid in de uitvoering. Dat kan hem mogelijkheid bieden tot kostenbesparingen als hij op het aantal bussen en chauffeurs door slimme omlopen en die hoge snelheid kan beperken. Als beide elementen, de prikkel traag rijden voor extra DRU’s in de gunning en de prikkel snel te rijden voor lagere uitvoeringskosten, in balans zijn geeft dit geen rare bieding.

Bij gebruik van dienstregelingkilometers (DRK’s) hebben vervoerders wel direct baat bij verkorting van de rijtijd en dus belang bij een hogere rijsnelheid. Nadeel hiervan is echter op dat trajectdelen die relatief langzaam zijn (stedelijk gebied) het bieden van DRK’s relatief duur is ten opzichte van landelijk gebied. Dan kan in de offerte leiden tot het mijden van dat stedelijk gebied om maar zoveel mogelijk DRK’s te kunnen bieden.

Een combinatie van DRU’s en DRK’s kan bijdragen aan een goede balans tussen rijtijden en afstanden in de aanbieding van de vervoerder. Deze factor is in Noord- en Zuidwest-Fryslân gehanteerd.

Niet meer gunnen op DRU's?

Ariva stelt dat een DRU’s eigenlijk een onmogelijke eenheid zijn als basisprincipe voor de verrekening in een kostencontract. De daadwerkelijke kosten per uur fluctueren te veel. Zij stellen daarom:
Het bedrijfsproces van ieder OV-bedrijf is uitstekend samen te vatten in 3 eenheden:

  • omloopuren;
  • omloopkilometers;
  • aantal bussen.

Uitvraag in een tarief voor deze 3 eenheden geeft minder risico/onzekerheid bij de vervoerders, waardoor een risico-opslag op het dru-tarief omlaag gaat.
Tweede belangrijke voordeel is dat ‘onzindru’s’ niet meer worden aangeboden; Het omzetten van een materieel-rit naar een dru levert voor de vervoerder niet meer punten op. Het verschil in biedingen van bedrijven wordt daarmee weer echt gelegd op het ondernemerschap:

  1. Hoe richt ik mijn bedrijfsvoering goed in om efficiënt en daarmee goedkoop een goed product te bieden?
  2. Het product wordt veel meer op de marktvraag ingericht, want ‘goedkope, makkelijk scorende dru’s’ bestaan ineens niet meer.