Zoeken

Hoogtebepaling bonus-malus

Een goede bonus/malusregeling is groot genoeg om indruk te maken op vervoerders, maar klein genoeg om geen onoverkomelijke risico’s met zich mee te brengen. Een goede bonus/malusregeling kent bovendien een objectieve en vastgestelde methodiek voor het meten of registreren van de gegevens. Bij de meeste aanbestedingen is de hoogte van de bonus en/of malus beperkt tot enkele procenten van de totale overheidsbijdrage.

  • Flevoland: Almere Stad
    Bonus op klanttevredenheid, malus op strefcijfers 5 %

  • Fryslân (Noord en Zuidwest)
    Bonus en malus op behalen streefwaarden dienstuitvoering en klanttevredenheid 3,8 %

  • Noord-Holland (Haarlem-IJmond / Gooi- en Vechtstreek)
    Bonus/malus op reizigersopbrengsten en behalen streefwaarden dienstuitvoering en klanttevredenheid ca. 20 %

  • Zuid-Holland (DAV)
    Bonus op reizigersgroei 1,5 %

  • Q-liner 315 Groningen-Lelystad
    Malusregeling op stiptheid, klanttevredenheid 7 %

  • Overijssel
    Bonus op reizigersgroei, klanttevredenheid en ‘opdrachtgeverstevredenheid’
    5 % (plus deel van meeropbrengsten)

De vraag dringt zich op of dit voldoende is als effectieve prikkel. Een bonus met de omvang zoals gebruikt in Noord-Holland zal zeker effect hebben op het gedrag van de vervoerder.
Doordat de vervoerder bij mislopen van de bonus een groter bedrag mist, zal hij eerder geneigd zijn een deel van het risico in zijn prijs opnemen. Dat leidt dan tot een hogere DRU-prijs of een lager aanbod van DRU’s voor het beschikbare bedrag. Het is dus belangrijk een expliciete keuze te maken in welke mate men wil sturen op een goede uitvoeringskwaliteit en in welke mate dit ten koste mag gaan van het maximaliseren van het aanbod.


Tips

  • Wanneer de ontwikkelfunctie geheel bij de overheid ligt, zal alleen een prikkel op operationele kwaliteit (uitvoeringskwaliteit) zinvol zijn. De vervoerder heeft immers geen controle op het productontwerp (de ontwikkelfunctie).

  • Bij een beperkte ontwikkelvrijheid voor de vervoerder kan een prikkel voor kwaliteit al zinvol zijn. Accent leggen op de kwaliteitsaspecten waarop de vervoerder invloed kan uitoefenen. Op reizigersgroei heeft de vervoerder in dit scenario waarschijnlijk nog te beperkte invloed. In alle gevallen waarin de ontwikkelfunctie grotendeels of geheel bij de vervoerder ligt prikkels voor groei en kwaliteit opnemen. Accent wordt bepaald door bestuurlijke keuzes.

  • Het verdient aanbeveling prikkels in de concessie op te nemen die leiden tot een hogere klantentevredenheid als vervoersgroei niet goed mogelijk lijkt: (landelijk gebied met hoog autobezit, weinig congestie en lage parkeertarieven).

  • Het verdient aanbeveling prikkels in de concessie op te nemen die leiden tot een vervoersgroei als dat mogelijk lijkt: (stedelijke kern(-en) of corridor met enige congestie, hoge parkeertarieven/parkeerproblemen).

  • Bij aanbestedingen met veel ontwikkelruimte voor de vervoerder kan het beste gestuurd worden op generieke aspecten van wat te bereiken (output), zoals groei of een algemeen klantoordeel. De vervoerder zal daardoor op zoek moeten naar kwaliteitsverbeteringen die de klant echt belangrijk vindt.

Voorbeeldteksten
Download hier voorbeeldteksten m.b.t. de bonus-/malusregeling.

Uitgelicht

Bonusregeling BRU

14-12-2010

Door middel van de bonusregeling hoopt BRU in staat te zijn een goede relatie op te bouwen met de vervoerder. Deze bonusregeling stuurt vooral op zachte kwaliteit:
• Iedere drie maanden wordt met de vervoerder een functioneringsgesprek gevoerd. In gesprek komen, naast alle uitvoeringscriteria, ook de kwaliteit van de contacten met de opdrachtgever, gemeentes en andere vervoerders aan bod.
• Eens per jaar worden deze functioneringsgesprekken samengevat en wordt, alleen bij een positief oordeel op alle onderdelen, een bonus uitgekeerd aan de vervoerder van maximaal EUR 250.000,-. De uitkomst van dit gesprek wordt via de pers aan het publiek bekend gemaakt. Een hogere bonus was welkom, maar het Dagelijks Bestuur oordeelde dat zij dit bedrag te hoog vond.