Footer
KpVV is onderdeel van CROW
Naast opbrengstrisico is de bonus/malusregeling de meestgebruikte prikkel. Hierbij wordt een deel van bijdrage aan de vervoerder afhankelijk gemaakt van de prestaties. Een bonus wordt uitgekeerd bovenop de vastgestelde overheidsbijdrage terwijl een malus betekent dat de vervoerder gekort wordt op de overheidsbijdrage. Een malus is overigens niet hetzelfde als een boete die opgelegd kan worden wanneer de vervoerder concessievoorwaarden overtreedt. Er is een duidelijke relatie met de de gunningscriteria en rolverdeling.
Verhouding tussen bonus en malus
Concessieverleners gaan verschillend om met de verhouding tussen bonus en malus. Bij sommige concessieverleners zijn bonus en malus even groot, terwijl bij andere concessies de malus groter is dan de bonus. In de praktijk zal dit niet veel verschil maken. Een vervoerder kijkt vooral naar de verhouding tussen de vaste overheidsbijdrage en de variabele, ongeacht of dat een bonus of malus genoemd wordt. Hooguit is er een psychologisch effect: belonen werkt in het algemeen effectiever dan straffen.
Drempelwaarde of glijdende schaal?
Een belangrijk aspect is de volgende keuze:
De glijdende schaal geeft een prikkel die steeds aanwezig is, maar is niet erg uitdagend tot substantieel extra inspanning. Het voordeel van een drempelwaarde is dat het halen ervan een extra uitdaging is met een substantiële beloning. Dat werkt echter alleen als de drempelwaarde realistisch en haalbaar is.
Wie bepaalt de hoogte van de bonus/malus en de drempelwaarden?
Het is ook mogelijk de hoogte van de drempelwaarden door de inschrijver in de offerte te laten bepalen. Dit gebeurde bijvoorbeeld bij de aanbestedingen in Noord-Holland. De inschrijvers bepaalden hun eigen streefwaarden, waarbij gold dat een hogere streefwaarde meer punten opleverde bij de beoordeling.
Aan het halen van de streefwaarden was een forse bonus-/malusregeling gekoppeld wat realistische waarden garandeert. De keerzijde is dat vervoerders geneigd zijn onrealistische streefwaarden in te vullen en de malus incalculeren. Dit zal overigens niet gebeuren wanneer de malus voldoende omvang heeft.
Ook is gebleken dat rechters dergelijke onrealistische waarden niet altijd accepteren. Een financiele prikkel die gekoppeld wordt aan klanttevredenheid lijkt het beste te werken als deze gebaseerd is op een algemeen beeld van de reiziger over kwaliteit, in plaats van een lange lijst van deelaspecten van de totale kwaliteitbeleving. Het is eenduidiger, simpeler te meten, en zet de vervoerder aan zelf te ontdekken welke aspecten de reiziger van belang acht. De vervoerder kan dan zoeken naar verfijnde oplossingen.
Voor het uitkeren van de bonus/malus is monitoring een belangrijk aandachtspunt.
Voorbeeld Bonusregeling
14-12-2010
In de DAV-concessie is een prikkel voor vervoergroei opgenomen waarbij voor elke procent vervoergroei € 60.000 bonus kan worden verkregen, met een maximum van € 300.000 in enig jaar. Er is gedefinieerd met welke gegevens en op welke wijze de vervoergroei wordt berekend. Daarbij wordt uitgegaan van de ontwikkeling in de bezetting op een aantal corridors en de in- en uitstappers bij een aantal stations. De tweemaandelijkse teldagen zijn voorgeschreven om discussies te voorkomen. Perioden of dagen dat gratis vervoer wordt aangeboden tellen beperkt mee.