Zoeken

Collectief Vervoer (661 resultaten)

Collectief vervoer is het openbaar vervoer per bus, tram, metro, regionale trein en schip en het contractvervoer voor doelgroepen. Lees meer...

Provincies en stadsregio’s zijn wettelijk verplicht ov-concessies aan te besteden en gemeenten moeten via aanbesteding hun taxicontracten regelen. Elementen die daarbij een rol spelen zijn de vraag, het aanbod, de gewenste kwaliteit en het beschikbare budget.

Vormen van personenvervoer waarvoor het Rijk verantwoordelijk is vallen buiten het werkgebied van het KpVV. Het gaat om:

  • landelijk (NS-)vervoer over het Hoofdrailnet
  • Waddenveren
  • besloten busvervoer
  • straattaxivervoer.

Het KpVV ondersteunt provincies, stadsregio’s en gemeenten bij het vervullen van hun taken op het gebied van het collectief personenvervoer.

Gevonden in de kennisbank:

  • Nieuwsbrief Collectief Vervoer juni 2013

    Het KpVV is in juni 2013 begonnen met de Nieuwsbrief Collectief Vervoer, waarin ook de nieuwsbrieven 'Sociale Veiligheid en Mobiliteit' en 'Naar Beter Contractvervoer' zijn opgenomen. De Nieuwsbrief Collectief Vervoer attendeert u ook op andere actuele onderwerpen op het gebied van collectief vervoer. U kunt zich ook abonneren op deze nieuwsbrief via uw 'Mijn KpVV'-account. De digitale nieuwsbrief verschijnt vier keer per jaar en ontvangt u dan via de e-mail. In deze eerste nieuwsbrief de volgende items: Interview met Niels van Oort Nationaal Congres Contractvervoer 2013 Wmo-poster Rapport It takes two to tango Rapport Sociale veiligheid van ov-reizigers in het stads- en streekvervoer Actualisatie handboeken Professioneel aanbesteden Rapport Particuliere initiatieven in het personenvervoer OV-Klantenbarometer 2012 Elektrische bussen Langeafstandbus Vierde spoorwegpakket Wettelijke aanduiding bushalte Naar beter openbaar vervoer voor de reiziger Aankondiging producten en diensten Bekijk Nieuwsbrief Collectief Vervoer juni 2013 AbonnerenWilt u de nieuwsbrief via de e-mail ontvangen? Ga voor abonneren naar inloggen in 'Mijn KpVV'-account.

    Onderwerpen: Collectief Vervoer, Sociale Veiligheid, Doelgroepenvervoer
    Publicatie 19-06-2013

  • Does competitive tendering improve customer satisfaction with public transport? A case study for the Netherlands

    Als onderdeel van zijn proefschrift heeft onderzoeker/consultant Arnoud Mouwen een wetenschappelijk artikel gepubliceerd over de relatie tussen klantwaardering en aanbesteding van ov-diensten. Vooral daar waar concessies voor het eerst werden aanbesteed nam de klantwaardering toe ten opzichte van niet-aanbestede concessies. Bij een tweede aanbesteding bleek er echter een lichte achteruitgang van de klantwaardering. Opmerkelijk is dat in de periode 2000-2010 ook de klantwaardering in niet-aanbestede concessie zich in positieve zin ontwikkelde, wellicht onder druk van de aanbesteding en kwaliteitsverbetering elders. De belangrijkste invloed op de algemene klantwaardering hebben de aspecten frequentie, betrouwbaarheid, snelheid en netheid, aldus Mouwen.

    Onderwerp: Concessiemanagement
    Publicatie 11-06-2013

  • Personeelsmonitor 2012: Sociale veiligheid van het personeel in het stads- en streekvervoer

    Medewerkers van ov-bedrijven in het stads- en streekvervoer voelen zich in 2012 gemiddeld veiliger dan in 2010. Zij maken ook minder incidenten mee dan in 2010. Dat blijkt uit de KpVV Personeelsmonitor stads- en streekvervoer. Deze monitor verschijnt elke twee jaar en beschrijft de ontwikkeling van de objectieve en subjectieve veiligheid van het personeel. Daarnaast besteedt het aandacht aan het oordeel van het personeel over het veiligheidsbeleid van de bedrijven. De resultaten zijn gebaseerd op een ruim 4.000 enquêtes. Uitkomsten personeelsmonitor 2012Het personeel beoordeelt de veiligheid in en rond het stads- en streekvervoer in 2012 met een rapportcijfer van gemiddeld 6,9. In 2010 was dit 6,5. In de vier grote steden (G4) is het rapportcijfer gestegen van 6,6 naar 6,7 en in de rest van Nederland (Rest NL) gestegen van 6,5 naar een 7,0. Het percentage incidenten daalde in 2012. Het percentage medewerkers dat slachtoffer was van strafbare en niet strafbare incidenten van 64% naar 60%. Als we alleen naar de strafbare incidenten kijken dan bedraagt de daling van 35% naar 30%). In de G4 zijn relatief meer medewerkers slachtoffer van incidenten dan in de rest van Nederland, dat verschil is groter dan bij de vorige meting. In de G4 is het percentage slachtoffers gestegen van 66% naar 71% in de rest van Nederland was sprake van een afname van het percentage slachtoffers van 63% naar 56%. ov-personeel wordt het vaakst slachtoffer van treiteren/pesten en lastig vallen. Mishandeling komt het minst vaak voor (5% in 2012 dat was in 2010 6% en in 2008 9%). Dit jaar is voor de eerste keer gevraagd naar het incident spugen, 8% van het personeel heeft dat meegemaakt in 2012. Behoefte personeel om verder te verbeterenIn 2010 voelde 55% van de medewerkers zich (zeer) veilig, in 2012 is dat gestegen naar 62%. Nog altijd voelt een minderheid zich tijdens het werk (zeer) onveilig: 4% (in 2008: 5%). Het aantal medewerkers, dat zich soms veilig en soms onveilig voelt daalt van 40% in 2010 naar 34% in 2012. Bij het verbeteren van het veiligheidsbeleid geeft het personeel zelf de voorkeur aan het intensiveren van toezicht en controle en aan het weren van zwartrijders en randfiguren. Een goede daderanalyse en een analyse van voornaamste risicotijden en -plekken maakt het mogelijk om hier zo effectief mogelijk invulling aan te geven. Andere mogelijke acties om de veiligheid te verbeten zijn (scholieren)voorlichting en campagnes tegen het lastig vallen en pesten. Aangezien het incident spugen relatief zwaar effect heeft op de veiligheidsbeleving van het personeel lijkt inzet om dat incident tegen te gaan nuttig. De invoering van de OV-chipkaart draagt voor een deel van het personeel bij aan het verbeteren van het gevoel van veiligheid. Vooral buspersoneel voelt zich door de invoering van de OV-chipkaart veiliger (23%). Genoemde redenen zijn een afname van het aantal conflicten met reizigers en het feit dat er minder contact geld aanwezig is. Een deel van het personeel (10%) voelt zich onveiliger door invoering van de OV-chipkaart. Minder duidelijkheid over tarieven is een van genoemde redenen. Bovenstaande onderzoeksresultaten staan in deze publicatie Personeelsmonitor 2012. Alle stads- en streekvervoerders hebben hieraan hun medewerking verleend. In totaal zijn dit jaar 19.500 vragenlijsten verspreid. Daarvan hebben wij 4.220 bruikbare vragenlijsten terugontvangen, goed voor een responspercentage van 22%.

    Onderwerp: Sociale Veiligheid
    Publicatie 6-06-2013

  • Sociale veiligheid van ov-reizigers in het stads- en streekvervoer

    In dit rapport staat de sociale veiligheid van reizigers in het stads- en streekvervoer centraal. Jaarlijks is in de vragenlijst van de OV-Klantenbarometer aandacht voor veiligheidsgevoelens en slachtofferschap van incidenten in het openbaar vervoer. De uitkomsten van deze vragen staan centraal in deze rapportage. Er zijn in de meting 2012 minder vragen gesteld over sociale veiligheid; dat had vooral een financïële rede. Deze rapportage is dan ook beknopter dan de reizigersmonitoren van de afgelopen jaren en wordt daarom geen reizigersmonitor meer genoemd.Belangrijkste uitkomsten in 2012Reizigers zijn positief over de sociale veiligheid in het openbaar vervoer. In 2012 wordt de veiligheid van het openbaar vervoer in het algemeen beoordeeld met een 7.6, in 2011 was dit een 7.5. Over de veiligheid van de laatste rit (7.9) en de opstaphalte (7.7) zijn de reizigers nog beter te spreken. Die cijfers zijn gelijk aan die van vorig jaar. In 2012 heeft 15 procent van de reizigers een of meer incidenten meegemaakt. Tabel 3.1 toont de percentages naar incident. Het lastig vallen van reizigers komt het vaakst voor, gevolgd door andere incidenten. Bedreiging, diefstal of mishandeling in het openbaar vervoer vindt in 2012 nauwelijks plaats (2 procent of minder kreeg hiermee te maken). Door wijziging in de vraagstelling is vergelijk in de tijd voor de objectieve veiligheid niet mogelijk. Een van de aspecten die de veiligheidsbeleving van reizigers beïnvloed én waar ruimte is tot verbetering lijkt te zijn is de netheid van voertuigen. Het vergroten van de netheid van voertuigen kan dus als positief effect hebben dat het oordeel over sociale veiligheid ook stijgt. Zie ook de resultaten OV-Klantenbarometer 2012

    Onderwerpen: Sociale Veiligheid, Concessiemanagement
    Publicatie 5-06-2013

  • Handboek Professioneel aanbesteden Leerlingenvervoer

    Dit is een update van handboek Professioneel aanbesteden leerlingenvervoer uit 2009. Op verzoek van het veld heeft het KpVV voor u het handboek uit 2009 geactualiseerd zodat ook de komende jaren deze goed te gebruiken is. Het biedt u een concrete basis voor het bewaken van de kwaliteit, begeleiding in het aanbestedingsproces van opdrachten en het managen van afgesloten contracten, en enkele nuttige voorbeeld-aanbestedingsdocumenten. Dit handboek beschrijft alle samenhangende aspecten en stappen die bijdragen aan een goede kwaliteit van het leerlingenvervoer. Het geeft gemeenten de ingrediënten om lokaal tot maatwerkoplossingen te komen. De gemeente kan deze informatie gebruiken bij het aanbesteden, contracteren en beheren van contracten. Het is aan hen om te bepalen welke informatie en welke keuzes in specifieke situaties het beste aansluiten bij de eigen praktijk. In deze geactualiseerde versie zijn ontwikkelingen als streven naar zelfredzaamheid, betaalbaarheid van het vervoer en de nieuwe aanbestedingswet (2013) meegenomen. Om de leesbaarheid en toegankelijkheid van het handboek te waarborgen, is ervoor gekozen de omvang beknopt te houden. De belangrijkste aspecten worden in vogelvlucht beschreven.

    Onderwerpen: Handboeken Contractvervoer, Toegankelijkheid
    Publicatie 5-06-2013

  • Handboek Professioneel aanbesteden Regiotaxi en Wmo-vervoer

    Dit is een update van handboek Professioneel aanbesteden Regiotaxi en Wmo-vervoer uit 2009. Op verzoek van het veld heeft het KpVV voor u het handboek uit 2009 geactualiseerd zodat ook de komende jaren deze goed te gebruiken is. Het biedt u een concrete basis voor het bewaken van de kwaliteit, begeleiding in het aanbestedingsproces van opdrachten en het managen van afgesloten contracten, en enkele nuttige voorbeeld-aanbestedingsdocumenten. De focus van dit handboek is gewijzigd. In dit handboek besteden we geen aandacht meer aan het Valys vervoer. Centraal staat het vraagafhankelijk vervoer dat gemeenten en/of ov-autoriteiten organiseren voor hun Wmo- en ov-reizigers. In dit handboek wordt dit vervoer Regiotaxi genoemd en daar waar nodig wordt onderscheid gemaakt tussen het ov- en Wmo-vervoer Dit handboek beschrijft alle samenhangende aspecten en stappen die bijdragen aan een goede kwaliteit van Regiotaxi. Het geeft opdrachtgevers de ingrediënten om lokaal tot maatwerkoplossingen te komen. De opdrachtgever kan deze informatie gebruiken bij het aanbesteden, contracteren en beheren van contracten. Het is aan hen om te bepalen welke informatie en welke keuzes in specifieke situaties het beste aansluiten bij de eigen praktijk. In deze geactualiseerde versie zijn ontwikkelingen als streven naar zelfredzaamheid, betaalbaarheid van het vervoer en de nieuwe aanbestedingswet (2013) meegenomen. Om de leesbaarheid en toegankelijkheid van het handboek te waarborgen, is ervoor gekozen de omvang beknopt te houden. De belangrijkste aspecten worden in vogelvlucht beschreven.

    Onderwerpen: Handboeken Contractvervoer, Toegankelijkheid
    Publicatie 5-06-2013

  • Interview met Niels van Oort: “Betere planning en goede uitvoering zijn samen de sleutel tot een betrouwbaar openbaar vervoer.”

    Interview met Niels van Oort (TU Delft / Goudappel Coffeng) De betrouwbaarheid van het openbaar vervoer is zowel voor reizigers als ov-bedrijven van groot belang. Door het goed aan te pakken zijn er miljoenen te verdienen, terwijl de reiziger er allen maar op vooruit gaat. Niels van Oort is mede dankzij zijn promotieonderzoek de deskundige op dit gebied. Voor de Nieuwsbrief Collectief Vervoer interviewden we hem. Hoe belangrijk is het onderwerp betrouwbaarheid voor reizigers in verhouding tot andere aspecten in het openbaar vervoer? Betrouwbaarheid is een belangrijke basiskwaliteit van openbaar vervoer. De klantwenspiramide van Van Hagen laat dit mooi zien: betrouwbaarheid vormt samen met snelheid en veiligheid het fundament. Als deze zaken niet op orde zijn, is het openbaar vervoer niet voldoende aantrekkelijk voor grote groepen keuzereizigers. Reizigersonderzoeken laten zien dat reizigers betrouwbaarheid belangrijk vinden, maar niet tevreden is over het huidige niveau van betrouwbaarheid. Kortom, wel belangrijk en niet voldoende: werk aan de winkel! Overigens ook goed om te weten dat we vanuit de economische hoek weten dat mensen 40 procent meer geld over hebben voor een reductie in onzekerheid (spreiding in hun reistijd) dan pure verkorting van hun (gemiddelde) reistijd. Geven vervoerbedrijven er genoeg aandacht aan? Het thema krijgt gelukkig veel aandacht. Wat me opvalt is dat er vooral veel aandacht is op operationeel niveau: zorgen dat de exploitatie goed volgens de dienstregeling wordt uitgevoerd. Ik vind dat er ook tijdens de planning veel aandacht voor de (verwachte) betrouwbaarheid mag zijn. Om die reden heb ik een promotieonderzoek gedaan hoe netwerken en dienstregeling beter ontworpen kunnen worden, opdat de betrouwbaarheid op straat wordt verhoogd. Betere planning en goede uitvoering zijn samen de sleutel tot een betrouwbaar ov. Wat is betrouwbaarheid eigenlijk en verstaat iedereen er hetzelfde onder. Waarin zitten de grootste verschillen? Betrouwbaarheid is de mate waarin de uitvoering overeenkomt met de verwachting, in dit geval de planning. Dat is dus niet alleen stiptheid: bij hoge frequenties waar mensen aselect naar de halte gaan, verwachten reizigers een constant interval tussen de voertuigen. In dat geval is de gemiddelde wachttijd minimaal. Zolang de regelmaat op orde is, is een afwijking van de dienstregeling minder relevant. Ook overstappen zijn een belangrijk thema: soms kan een bewuste afwijking van de dienstregeling (wachten op een aansluiting) de overstap blijven garanderen, waardoor de betrouwbaarheid niet sterk inzakt. Het spannende binnen het ov is wel dat het altijd om effecten voor verschillende groepen gaat: de ene groep heeft baat bij het wachten van de aansluitende trein of bus, de ander heeft daar last van en mist wellicht verderop een aansluiting. Met alle beschikbare data kunnen we dit soort spanningen tegenwoordig heel goed expliciet maken om uiteindelijk een optimum te bepalen. Hoe grijpen betrouwbaarheid, reizigersstromen en dienstregeling op elkaar in? Zoals hierboven al geschetst, is er vaak spanning tussen effecten van maatregelen voor verschillende groepen. Zo is er ook een spanning tussen betrouwbaarheid en snelheid. Veel buffertijd verhoogt de betrouwbaarheid (voor reizigers verderop de lijn), maar verlaagt de snelheid voor de reizigers die stilstaan door deze buffer. Ook hier helpt het om de effecten voor de verschillende groepen in kaart te brengen. Databronnen als GOVI en chipkaart helpen hier enorm bij. Ander belangrijk punt is het vaststellen van rijtijden. Of je een ruime of krappe rijtijd kiest in de dienstregeling heeft enorme impact op de betrouwbaarheid op straat. Veel rijtijd kan bijvoorbeeld leiden tot te vroeg rijden, wat vaak onwenselijk is. Pikant daarbij is de trigger om veel dienstregelinguren (DRU’s) aan te bieden, waardoor het dus loont om ruime rijtijden te hanteren, hetgeen kan resulteren in langzaam en/of onbetrouwbaar ov. Wat zijn realistische betrouwbaarheidsdoelen? En in hoeverre kom je die momenteel tegen in bestekken? Dat valt uiteen in twee delen: welke indicatoren eis je en welke waarde daarvan beschouw je als ‘goed’. De meest gebruikte indicator is stiptheid, die wel iets zegt over de betrouwbaarheid, maar veel te beperkt. Allereerst zegt het iets over de prestatie van de voertuigen en niet over de effecten op reizigers. Vaak wordt geen onderscheid gemaakt naar drukke of rustige haltes en soms wordt er alleen naar de beginhalte van een lijn gekeken. Dat is een goed begin, maar zeker nog niet het einddoel voor het meten van betrouwbaarheid. De keten van de reiziger blijft ook vaak buiten beeld: het wachten op voertuigen die vertraagd zijn, wordt vaak bestraft als gevolg van lagere punctualiteit. Tot slot zijn er voorbeelden, waarbij uitval niet wordt meegenomen en de punctualiteit goed scoort, ondanks dat er veel ritten uitvalt. Dat dient uiteindelijk niet het hogere doel, betrouwbaarder ov. De uitdaging ligt wat mij betreft op het stellen van indicatoren die het aantal reizigers en de belangrijkste ketenrelaties meenemen i.p.v. alleen voertuigprestaties. Ik denk dat dit alles niet direct in één indicator te vangen is, maar tot uiting komt in een slimme combinatie van indicatoren. De eisen in een bestek zouden rekening moeten houden met de lokale of regionale situatie: ligt er veel vrijliggende infrastructuur?, zijn er grote pieken in reizigersaantallen?, zijn er veel lange lijnen? Deze zijn allemaal van invloed. Bepalen wat realistisch is, is niet eenvoudig, maar wel noodzakelijk. Het vergt een grondige analyse van de historische prestaties om vervolgens te bepalen of er nog verbeteringen mogelijk zijn. Bij dat laatste is het belangrijk om aan te geven wie de verantwoordelijke instantie is om de verbetering mogelijk te maken, bijvoorbeeld de vervoerder of de wegbeheerder. Mijn indruk is dat er op dit moment relatief hoge eisen worden gesteld, zonder de toetsing of die realistisch zijn. Hoe kun je realistische betrouwbaarheidsdoelen het beste monitoren? Hoe ver staat dat af van de praktijk van alledag? Er komt steeds meer zicht op de prestaties van voertuigen (via bijv. GOVI) en reizigersstromen (via OV-chipkaart). Door slim naar beide databronnen te kijken is er goed inzicht te krijgen in de betrouwbaarheid voor reizigers. Voor nu staat dat nog in de kinderschoenen, maar er wordt hard gewerkt om tooling te ontwikkelen die dit proces automatiseert. Zelf ben ik vanuit de TU Delft ook verder met een volgende stap: hoe gaan we op basis van de betrouwbaarheid voorspellen wat reizigers gaan doen. De eerste resultaten zijn hoopgevend. Wat valt er met betere betrouwbaarheid in geld en klantwaardering nog te winnen? Zoals gezegd is betrouwbaarheid een belangrijk kwaliteitsaspect wat nog te laag scoort. Verbetering ga je dus terugzien in de oordelen. Mooi voorbeeld is RandstadRail waarbij de verbetering van de betrouwbaarheid tot een heel punt stijging in klantoordeel leidde. Naast waardering is het ook zakelijk interessant om de betrouwbaarheid en doorstroming te verbeteren. Zowel de exploitatiekosten nemen (sterk) af, naast extra inkomsten door extra reizigers. Ook maatschappelijk kun je veel winnen: reizigers hechten veel waarde aan meer zekerheid. Dat wordt nog maar minimaal meegenomen in maatschappelijke kosten baten analyses. Een eerste toepassing van mijn proefschrift in Utrecht liet echter zien dat de baten van nieuwe Uithoflijn voor ca. 2/3 uit betrouwbaarheidsbaten bestonden. Is het verstandig een reëel toe te werken naar standaardbesteksteksten voor betrouwbaarheid in het stadsvervoer en in het streekvervoer? Er is nog veel verbetering mogelijk op dit vlak. Ik denk niet dat je tot een ultieme blauwdruk kunt komen, omdat elke situatie anders is. Maar een gezamenlijk startpunt en -proces is wel degelijk van toegevoegde waarde. Bovenstaande aspecten (bijv. overstappen en reizigersfocus) zitten in veel bestekken (nog) niet in. In de laatste stap kan dan gedifferentieerd worden naar regiospecifieke aspecten. Dat zal vooral betrekking hebben op de grenswaarden van de uniforme indicatoren. Door de eerste stap 1 keer uit te voeren, hoeft niet elke concessieverlener het wiel opnieuw uit te vinden. Welke tips heb je voor ov-autoriteiten en de vervoerders? Maak bij aanbestedingen expliciet wat je hoofddoel is, voordat je in afgeleide doelen en criteria duikt. Maak inzichtelijk wat het werkelijke en wenselijke niveau van betrouwbaarheid is om te komen realistische eisen. Breng goed in kaart wat de baten zijn van verbeterprojecten wat betreft doorstroming en betrouwbaarheid. Gebruik de nieuwe databronnen als GOVI en OV-chipkaart om inzichtelijk te maken wat de effecten op dru's, maar ook op reizigerswinst en maatschappelijke baten door kortere reistijd en meer betrouwbaarheid. Met een volledige business case is het makkelijker om te prioriteren (Mkba’s) en het belang van ov-maatregelen aan te tonen. Er zijn nog miljoenen te verdienen. Voor vervoerders: schenk al aandacht aan betrouwbaarheid tijdens de planning van de dienstregeling. Slimme dienstregelingen kunnen het openbaar vervoer beter maken en de uitvoering goedkoper.

    Onderwerp: Collectief Vervoer
    Kennispagina 5-06-2013

  • Wmo-vervoerregelingen en Regiotaxicontracten per 1-1-2013

    De ‘Wmo-poster’ bevat een overzicht van de 90 Wmo-vervoerregelingen en de Regiotaxicontracten naar de stand van 1 januari 2013.De poster laat zich vergelijken met de jaarlijkse concessieposter voor het regionaal openbaar vervoer. Tot enkele jaren terug bracht KNV jaarlijks wel een overzicht uit met alleen de Regiotaxi’s. Nu gemeenten naar mogelijkheden zoeken om het Wmo-vervoer betaalbaar te houden en ov-autoriteiten nadenken over goede, betaalbare oplossingen voor de ‘onderkant’ van het openbaar vervoer, is er behoefte ontstaan aan een dergelijk overzicht. Voor nieuw beleid hierover is het prettig om houvast te hebben aan kennis over de huidige situatie. Inzicht in hoe de buren het doen kan tot nieuwe oplossingen leiden, zoals samenwerking met andere gemeenten, combinatie met andere segmenten van vervoer en afstemming van tarieven. Ook dat laatste hebben we in onze achterliggende dataset geïnventariseerd.De poster bestaat uit een kaart met alle regelingen, de vervoerders en de contractperiodes (voor zover van toepassing) en uit deelkaarten met het type aanbod en de stand van de aanbestedingen. Een tekst met kwantitatieve data completeert de poster. De meeste regelingen zijn vervat in contracten met een of meer taxi-ondernemers, maar er zijn ook contractloze regelingen met vervoersbudgetten (pgb) voor geïndiceerden. De Wmo-vervoerswereld is een lappendeken. Vaak is er de combinatie gezocht met het openbaar vervoer, soms met het leerlingenvervoer soms met beide. Soms geldt het openbaar-vervoerdeel alleen ’s avonds of alleen voor mensen van een bepaalde leeftijd. Iedere gemeente of groep van gemeenten heeft zijn eigen optimalisatie gekozen. In het ene geval is dat gevonden in één groot contract voor een hele of halve provincie, terwijl in andere gevallen gemeenten een solo-oplossing kiezen en alleen voor het eigen grondgebied de Wmo-taak uitvoeren.

    Onderwerp: Doelgroepenvervoer
    Publicatie 31-05-2013

  • KpVV Bericht nr. 120: OV-Klantenbarometer

    Hogere waardering zet door De reizigers in het stads- en streekvervoer zijn de afgelopen twaalf jaar steeds positiever geworden over hun vervoer: de waardering steeg van een 6,8 in 2001 naar een 7,4 in 2012. Dat is een enorme verbetering. De hogere waardering geldt niet alleen voor de hele ov-rit, maar ook op onderdelen. De laatste zes jaar (2007-2012) zijn reizigers vooral tevredener geworden over instapgemak (van 7,8 naar 8,4), informatie bij vertragingen (van 4,5 naar 5,1), stiptheid (van 6,5 naar 7,1) en aantal vertrekmogelijkheden (ook van 6,5 naar 7,1). Dit blijkt uit de OV-Klantenbarometer van het KpVV, een jaarlijks onderzoek onder ruim 80.000 reizigers, verdeeld over 75 onderzoeksgebieden. Dit bericht gaat over de laatste resultaten, trends en inzichten.

    Onderwerpen: Collectief Vervoer, Concessiemanagement
    Publicatie 29-05-2013

  • KpVV Bericht nr. 123: Particuliere initiatieven in het personenvervoer

    Het wemelt van de particuliere vervoerinitiatieven: van een enkele personenwagen voor het dorp tot grootschalig busvervoer naar bedrijven. Deze initiatieven hebben één ding gemeen: het liefst willen ze zelf bepalen hoe ze hun vervoer organiseren. Dus graag zo min mogelijk overheidsbemoeienis. Maar subsidie is welkom.

    Onderwerpen: Collectief Vervoer, Vormen van Collectief Vervoer, Doelgroepenvervoer
    Publicatie 29-05-2013

  • It takes two to tango. Visie concessiemanagement

    De wereld van het openbaar vervoer is sterk in beweging. Het is deze dynamische omgeving waarin van vervoerders en ov-autoriteiten wordt verwacht de concessies netjes binnen de gemaakte afspraken uit te voeren. Geen wonder dat er binnen de ov-sector steeds meer de behoefte ontstaat aan flexibele inrichting van het vaak als star ervaren juridisch keurslijf van concessievoorschriften. In dit rapport staan handvatten om dit voor elkaar te krijgen. Zo wordt een sociaal contract aanbevolen en het monitoren van elkaars verwachtingen en beleving.

    Onderwerp: Concessiemanagement
    Publicatie 23-05-2013

  • Particuliere initiatieven in het personenvervoer

    Bezuinigingen zorgen voor steeds minder publieke middelen om onrendabele openbaar vervoerlijnen overeind te houden. Het schrappen van deze lijnen betekent dat reizigers te maken krijgen met een schraler vervoersaanbod. In dergelijke ‘dunne’ gebieden worden door burgers steeds vaker eigen initiatieven ontplooid om mensen te ondersteunen in hun vervoersvraag. Vanuit sociale betrokkenheid wordt heel kleinschalig maatwerk georganiseerd dat veel beter aansluit bij deze vervoersvraag dan een overheid ooit zou kunnen. In dit rapport vindt u ruim 150 initiatieven.

    Onderwerpen: Vormen van Collectief Vervoer, Doelgroepenvervoer
    Publicatie 7-05-2013

  • Resultaten onderzoek "OV-Klantenbarometer" 2007 - 2012

    Het KpVV voert jaarlijks het onderzoek ‘OV-Klantenbarometer’ uit. Dat is een landelijk onderzoek naar de mening van reizigers over het openbaar (stads- en streek)vervoer. Het laatste onderzoek is gehouden in de periode oktober – december 2012. De reizigers geven rapportcijfers aan verschillende aspecten die met hun reis te maken hebben. Deze aspecten lopen uiteen van de kans op een zitplaats tot een algemeen oordeel over de rit. Webtool OV-KlantenbarometerDe data van de OV-Klantenbarometer staan in onderstaande rapporten. Met de webtool OV-Klantenbarometer kunt u zelf gebieden vergelijken. Rapportages te downloaden Landelijke cijfers 2012 Rapportages 2012 te downloaden per ov-autoriteit OV-Bureau Groningen Drenthe Provincie Groningen Provincie Drenthe Provincie Fryslân Provincie Overijssel Provincie Gelderland Provincie Utrecht Provincie Flevoland Provincie Noord-Holland Provincie Zuid-Holland Provincie Zeeland Provincie Noord-Brabant Provincie Limburg Regio Twente Stadsregio Arnhem Nijmegen Bestuur Regio Utrecht (BRU) Stadsregio Amsterdam Stadsgewest Haaglanden Stadsregio Rotterdam (SRR) Samenwerkingsverband Regio Eindhoven (SRE) Rapportages 2012 te downloaden per vervoerder Aquabus Arriva Connexxion EBS GVB GVU Hermes HTM Novio NS Qbuzz RET Syntus TCR Veolia ContactMeer informatie bij: Gerard van Kesteren - KpVVTelefoon: 06 5250 5556Email: gerard.vankesteren@kpvv.nl

    Onderwerp: Concessiemanagement
    Publicatie 26-03-2013

  • Terugblik presentatie OV-Klantenbarometer 2012

    De resultaten van het onderzoek OV-Klantenbarometer 2012 werden op 21 maart jl. gepresenteerd aan uitsluitend medewerkers van de ov-autoriteiten en van de openbaarvervoerbedrijven. Op 26 maart jl. publiceerde het KpVV de nieuwste rapportcijfers die ov-reizigers geven voor hun reis in bus, tram, metro, regionale trein of ferry. Dit onderzoek, de OV-Klantenbarometer, werd eind 2012 voor het twaalfde maal gehouden. De OV-Klantenbarometer is een belangrijk instrument geworden in de ov-wereld om de kwaliteit van het openbaar vervoer te monitoren. ResultatenDe klanten van het stads- en streekvervoer zijn in vijf jaar tijd veel positiever geworden over de wijze waarop ze worden vervoerd. Dit geldt voor veel van de onderwerpen waarover ze in het onderzoek van de OV-Klantenbarometer zijn ondervraagd. Neem bijvoorbeeld het gemak bij het instappen. Door alle investeringen in bushaltes en in lagevloermaterieel is de waardering gestegen van een toch al hoge 7,8 in 2007 naar een 8,4 in 2012. Ook de scores bij informatie bij vertragingen, punctualiteit en frequenties zijn in de loop van die jaren met 0,6 punt gestegen. En dankzij de informatie in bus en tram over de volgende haltes, reisinfo aangeboden via internet en actuele reisinformatie op haltes steeg de waardering van ‘informatie algemeen’ met een half punt. Dat zijn allemaal grote stappen, zeker als beseft wordt dat dit de mening is van meer dan 80.000 ondervraagde reizigers. Misschien wel het meest opvallend, zeker politiek gezien, is de waardering van het gebruiksgemak van de OV-chipkaart. In 2010 werd deze voor het eerst gemeten: een 6,8. Inmiddels lijkt de reiziger gewend aan de nieuwe manier van betalen, want eind 2012 werd een 7,5 gemeten. Ook de duidelijke terugval van de cijfers bij het onderwerp ‘gemak vervoerbewijs kopen / laden chipkaart’ is in 2012 met een score van 7,3 grotendeels hersteld. Meer informatieHet landelijk rapport en de rapporten per ov-autoriteit kunt u inzien via www.kpvv.nl/klb. Op www.ovklantenbarometer.nl kunt u tevens de resultaten per gebied vergelijken.

    Onderwerp: Concessiemanagement
    Terugblik 21-03-2013

  • Nieuwsbrief Sociale Veiligheid & Mobiliteit nr 45

    In deze brief aandacht voor: Monitoren: waar is wat te achterhalen? Analyse OV-Klantenbarometer rond sociale veiligheid. Pilot menselijk toezicht Reisverbod in Rotterdam KpVV handreiking Reisverbod openbaar vervoer Aanpak publiek geweld verbeterd Activiteiten van het KpVV en CROW in 2013 rond sociale veiligheid.

    Onderwerp: Sociale Veiligheid
    Publicatie 8-03-2013