Interview met Niels van Oort: “Betere planning en goede uitvoering zijn samen de sleutel tot een betrouwbaar openbaar vervoer.”
Interview met Niels van Oort (TU Delft / Goudappel Coffeng) De betrouwbaarheid van het openbaar vervoer is zowel voor reizigers als ov-bedrijven van groot belang. Door het goed aan te pakken zijn er miljoenen te verdienen, terwijl de reiziger er allen maar op vooruit gaat. Niels van Oort is mede dankzij zijn promotieonderzoek de deskundige op dit gebied. Voor de Nieuwsbrief Collectief Vervoer interviewden we hem. Hoe belangrijk is het onderwerp betrouwbaarheid voor reizigers in verhouding tot andere aspecten in het openbaar vervoer? Betrouwbaarheid is een belangrijke basiskwaliteit van openbaar vervoer. De klantwenspiramide van Van Hagen laat dit mooi zien: betrouwbaarheid vormt samen met snelheid en veiligheid het fundament. Als deze zaken niet op orde zijn, is het openbaar vervoer niet voldoende aantrekkelijk voor grote groepen keuzereizigers. Reizigersonderzoeken laten zien dat reizigers betrouwbaarheid belangrijk vinden, maar niet tevreden is over het huidige niveau van betrouwbaarheid. Kortom, wel belangrijk en niet voldoende: werk aan de winkel! Overigens ook goed om te weten dat we vanuit de economische hoek weten dat mensen 40 procent meer geld over hebben voor een reductie in onzekerheid (spreiding in hun reistijd) dan pure verkorting van hun (gemiddelde) reistijd. Geven vervoerbedrijven er genoeg aandacht aan? Het thema krijgt gelukkig veel aandacht. Wat me opvalt is dat er vooral veel aandacht is op operationeel niveau: zorgen dat de exploitatie goed volgens de dienstregeling wordt uitgevoerd. Ik vind dat er ook tijdens de planning veel aandacht voor de (verwachte) betrouwbaarheid mag zijn. Om die reden heb ik een promotieonderzoek gedaan hoe netwerken en dienstregeling beter ontworpen kunnen worden, opdat de betrouwbaarheid op straat wordt verhoogd. Betere planning en goede uitvoering zijn samen de sleutel tot een betrouwbaar ov. Wat is betrouwbaarheid eigenlijk en verstaat iedereen er hetzelfde onder. Waarin zitten de grootste verschillen? Betrouwbaarheid is de mate waarin de uitvoering overeenkomt met de verwachting, in dit geval de planning. Dat is dus niet alleen stiptheid: bij hoge frequenties waar mensen aselect naar de halte gaan, verwachten reizigers een constant interval tussen de voertuigen. In dat geval is de gemiddelde wachttijd minimaal. Zolang de regelmaat op orde is, is een afwijking van de dienstregeling minder relevant. Ook overstappen zijn een belangrijk thema: soms kan een bewuste afwijking van de dienstregeling (wachten op een aansluiting) de overstap blijven garanderen, waardoor de betrouwbaarheid niet sterk inzakt. Het spannende binnen het ov is wel dat het altijd om effecten voor verschillende groepen gaat: de ene groep heeft baat bij het wachten van de aansluitende trein of bus, de ander heeft daar last van en mist wellicht verderop een aansluiting. Met alle beschikbare data kunnen we dit soort spanningen tegenwoordig heel goed expliciet maken om uiteindelijk een optimum te bepalen. Hoe grijpen betrouwbaarheid, reizigersstromen en dienstregeling op elkaar in? Zoals hierboven al geschetst, is er vaak spanning tussen effecten van maatregelen voor verschillende groepen. Zo is er ook een spanning tussen betrouwbaarheid en snelheid. Veel buffertijd verhoogt de betrouwbaarheid (voor reizigers verderop de lijn), maar verlaagt de snelheid voor de reizigers die stilstaan door deze buffer. Ook hier helpt het om de effecten voor de verschillende groepen in kaart te brengen. Databronnen als GOVI en chipkaart helpen hier enorm bij. Ander belangrijk punt is het vaststellen van rijtijden. Of je een ruime of krappe rijtijd kiest in de dienstregeling heeft enorme impact op de betrouwbaarheid op straat. Veel rijtijd kan bijvoorbeeld leiden tot te vroeg rijden, wat vaak onwenselijk is. Pikant daarbij is de trigger om veel dienstregelinguren (DRU’s) aan te bieden, waardoor het dus loont om ruime rijtijden te hanteren, hetgeen kan resulteren in langzaam en/of onbetrouwbaar ov. Wat zijn realistische betrouwbaarheidsdoelen? En in hoeverre kom je die momenteel tegen in bestekken? Dat valt uiteen in twee delen: welke indicatoren eis je en welke waarde daarvan beschouw je als ‘goed’. De meest gebruikte indicator is stiptheid, die wel iets zegt over de betrouwbaarheid, maar veel te beperkt. Allereerst zegt het iets over de prestatie van de voertuigen en niet over de effecten op reizigers. Vaak wordt geen onderscheid gemaakt naar drukke of rustige haltes en soms wordt er alleen naar de beginhalte van een lijn gekeken. Dat is een goed begin, maar zeker nog niet het einddoel voor het meten van betrouwbaarheid. De keten van de reiziger blijft ook vaak buiten beeld: het wachten op voertuigen die vertraagd zijn, wordt vaak bestraft als gevolg van lagere punctualiteit. Tot slot zijn er voorbeelden, waarbij uitval niet wordt meegenomen en de punctualiteit goed scoort, ondanks dat er veel ritten uitvalt. Dat dient uiteindelijk niet het hogere doel, betrouwbaarder ov. De uitdaging ligt wat mij betreft op het stellen van indicatoren die het aantal reizigers en de belangrijkste ketenrelaties meenemen i.p.v. alleen voertuigprestaties. Ik denk dat dit alles niet direct in één indicator te vangen is, maar tot uiting komt in een slimme combinatie van indicatoren. De eisen in een bestek zouden rekening moeten houden met de lokale of regionale situatie: ligt er veel vrijliggende infrastructuur?, zijn er grote pieken in reizigersaantallen?, zijn er veel lange lijnen? Deze zijn allemaal van invloed. Bepalen wat realistisch is, is niet eenvoudig, maar wel noodzakelijk. Het vergt een grondige analyse van de historische prestaties om vervolgens te bepalen of er nog verbeteringen mogelijk zijn. Bij dat laatste is het belangrijk om aan te geven wie de verantwoordelijke instantie is om de verbetering mogelijk te maken, bijvoorbeeld de vervoerder of de wegbeheerder. Mijn indruk is dat er op dit moment relatief hoge eisen worden gesteld, zonder de toetsing of die realistisch zijn. Hoe kun je realistische betrouwbaarheidsdoelen het beste monitoren? Hoe ver staat dat af van de praktijk van alledag? Er komt steeds meer zicht op de prestaties van voertuigen (via bijv. GOVI) en reizigersstromen (via OV-chipkaart). Door slim naar beide databronnen te kijken is er goed inzicht te krijgen in de betrouwbaarheid voor reizigers. Voor nu staat dat nog in de kinderschoenen, maar er wordt hard gewerkt om tooling te ontwikkelen die dit proces automatiseert. Zelf ben ik vanuit de TU Delft ook verder met een volgende stap: hoe gaan we op basis van de betrouwbaarheid voorspellen wat reizigers gaan doen. De eerste resultaten zijn hoopgevend. Wat valt er met betere betrouwbaarheid in geld en klantwaardering nog te winnen? Zoals gezegd is betrouwbaarheid een belangrijk kwaliteitsaspect wat nog te laag scoort. Verbetering ga je dus terugzien in de oordelen. Mooi voorbeeld is RandstadRail waarbij de verbetering van de betrouwbaarheid tot een heel punt stijging in klantoordeel leidde. Naast waardering is het ook zakelijk interessant om de betrouwbaarheid en doorstroming te verbeteren. Zowel de exploitatiekosten nemen (sterk) af, naast extra inkomsten door extra reizigers. Ook maatschappelijk kun je veel winnen: reizigers hechten veel waarde aan meer zekerheid. Dat wordt nog maar minimaal meegenomen in maatschappelijke kosten baten analyses. Een eerste toepassing van mijn proefschrift in Utrecht liet echter zien dat de baten van nieuwe Uithoflijn voor ca. 2/3 uit betrouwbaarheidsbaten bestonden. Is het verstandig een reëel toe te werken naar standaardbesteksteksten voor betrouwbaarheid in het stadsvervoer en in het streekvervoer? Er is nog veel verbetering mogelijk op dit vlak. Ik denk niet dat je tot een ultieme blauwdruk kunt komen, omdat elke situatie anders is. Maar een gezamenlijk startpunt en -proces is wel degelijk van toegevoegde waarde. Bovenstaande aspecten (bijv. overstappen en reizigersfocus) zitten in veel bestekken (nog) niet in. In de laatste stap kan dan gedifferentieerd worden naar regiospecifieke aspecten. Dat zal vooral betrekking hebben op de grenswaarden van de uniforme indicatoren. Door de eerste stap 1 keer uit te voeren, hoeft niet elke concessieverlener het wiel opnieuw uit te vinden. Welke tips heb je voor ov-autoriteiten en de vervoerders? Maak bij aanbestedingen expliciet wat je hoofddoel is, voordat je in afgeleide doelen en criteria duikt. Maak inzichtelijk wat het werkelijke en wenselijke niveau van betrouwbaarheid is om te komen realistische eisen. Breng goed in kaart wat de baten zijn van verbeterprojecten wat betreft doorstroming en betrouwbaarheid. Gebruik de nieuwe databronnen als GOVI en OV-chipkaart om inzichtelijk te maken wat de effecten op dru's, maar ook op reizigerswinst en maatschappelijke baten door kortere reistijd en meer betrouwbaarheid. Met een volledige business case is het makkelijker om te prioriteren (Mkba’s) en het belang van ov-maatregelen aan te tonen. Er zijn nog miljoenen te verdienen. Voor vervoerders: schenk al aandacht aan betrouwbaarheid tijdens de planning van de dienstregeling. Slimme dienstregelingen kunnen het openbaar vervoer beter maken en de uitvoering goedkoper.