Zoeken

Ruimte & Mobiliteit (98 resultaten)

Ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit zijn van elkaar afhankelijk. Mobiliteit is nooit een doel op zich, maar verbindt ruimtelijke bestemmingen. Lees meer...

Ruimtelijke ontwikkelingen verliezen hun nut als ze niet bereikbaar zijn. Een goede ruimtelijke ordening is een voorwaarden en daarom genoemd als de bovenste trede in de Ladder van Verdaas.

De afstemming tussen beide beleidsvelden is wel een zorgpunt. Het KpVV, als trekker van het Programma Ruimte & Mobiliteit (2003-2008) ziet hier voor zichzelf een belangrijke taak, zeker nu steeds meer ruimtelijke taken naar de decentrale overheden gaan en de afstemming dus daar steeds meer moet plaatsvinden. Van groot belang, want een goede afstemming leidt tot efficiënt en duurzaam ruimtegebruik.

Centrale begrippen binnen ruimte en mobiliteit zijn:

  • gebiedsafspraken
  • MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur, RO en Transport)
  • integrale ontwikkelingen
  • bundeling
  • knooppuntontwikkeling of Transit Oriented Development.

Gevonden in de kennisbank:

  • Profiteren van toenemende meerwaarde van ov-knooppunten

    Snelweglocaties raken ‘uit’ ov-knooppunten ‘in’, dus koppeling ov-concessieverlening en vastgoedontwikkeling geeft nieuwe kansen. Hoe integreer je een ov-concessie met de aanbesteding van vastgoed? Daar gaat deze factsheet over. Het idee is dat, wanneer een vervoerautoriteit de ov-concessies aanbesteedt (gemiddeld doen ze dat eens in de tien jaar), dit gecombineerd wordt met de exclusieve ontwikkelrechten van vastgoed op bepaalde knooppunten en eventueel ook met het recht op de bouw en exploitatie van ov-infrastructuur, de exploitatie van services en andere mogelijke inkomstenbronnen in de regio. In deze factsheet de voor- en nadelen die deze vergaande OV/RO-integratie biedt. Een praktisch en toegankelijk financieel model, waarmee u de kosten en baten van OV/RO-integratie in uw situatie kunt berekenen. Dit model is wetenschappelijk getoetst. De ervaringen van de Stadsregio Arnhem-Nijmegen over OV/RO-integratie en ten slotte de ervaringen uit het buitenland.

    Onderwerpen: Ruimte & Mobiliteit, Stationsomgeving & Knooppunten
    Publicatie 7-06-2013

  • OV/RO-model Arnhem Nijmegen.

    Er wordt nog gewerkt aan het model. Zo snel mogelijk komt het model hier vrij beschikbaar. In opdracht van de Stadsregio Arnhem-Nijmegen en in overleg met het KpVV is de factsheet ontwikkeld door Van der Staak Business Logic BV en STEC groep BV. Het model is gebouwd door Rebel Group en is aangepast voor publicatie door STEC groep.De onafhankelijke toetsing heeft plaatsgevonden onder de verantwoording van hoogleraar Erwin van der Krabben (Vastgoed en Locatieontwikkeling) en onderzoeker Sander Lenferink van de Radboud Universiteit Nijmegen.

    Onderwerp: Integrale planning & MIRT
    Instrument 1-06-2013

  • KpVV Bericht nr. 122: Vier mythes over wisselwerking tussen ruimte en mobiliteit

    In juni 2013 verschijnt een boek over de wisselwerking tussen ruimte en mobiliteit in stedelijke regio’s. Deze toegankelijke publicatie van CROW en het KpVV prikt mythes door en geeft tips voor een samenhangende aanpak van ruimte en mobiliteit: wat werkt en wat kun je doen? In dit KpVV-bericht alvast een voorproefje.

    Onderwerp: Ruimte & Mobiliteit
    Publicatie 29-05-2013

  • Aan de slag met Park & Bike voor woon-werkverkeer

    Park & Bike heeft grote potenties voor het verbeteren van bereikbaarheid van stadscentra en bedrijven. KpVV, CROW en ANWB willen deze potenties verwezenlijken. Gestart wordt met Park & Bike voor bedrijven en werknemers. De regio's Maastricht, Leeuwarden en Amsterdam gaan binnenkort Park & Bike voor bedrijven en werknemers aanbesteden. Deze brochure brengt potentiële exploitanten van Park & Bike op de hoogte van kansen en ontwikkelingen. Later zou dat uitgebreid moeten worden naar Park & Bike voor winkelend publiek en dagrecreatie.

    Onderwerpen: Slimme mobiliteit, Stadscentra & Winkelgebieden, Bereikbaarheid
    Publicatie 5-11-2012

  • KpVV-bericht nr. 119: MKBA ook voor kleinere projecten

    Wikken en wegen In tijden waarin geld schaarser wordt moet je goed afwegen of je een project wel of niet doet. Of bepalen welke het meest zinvol is in termen van maatschappelijke kosten en baten, als je kunt kiezen uit meer projecten. Het Rijk doet dat al jaren met dure projecten, maar – zo bleek op de bijeenkomst ‘Wikken en Wegen’ van het KpVV op 20 juni 2012 – er is ook behoefte aan zo’n afweging bij provincies, gemeenten en stadsregio’s voor kleinere projecten.

    Onderwerp: Stadscentra & Winkelgebieden
    Publicatie 31-10-2012

  • Dashboard duurzame en slimme mobiliteit: Voetganger

    Vergeet de voetganger niet! Het aandeel verplaatsingen te voet varieert enorm per gemeente, van nog geen 10 procent tot bijna de helft. Heeft u een idee van het aandeel in uw gemeente? Wist u dat niet alleen mens en milieu, maar ook de plaatselijke detailhandel profiteert van goede voorzieningen voor voetgangers? Lopen is een volwaardige manier van verplaatsen. Eén op de vijf verplaatsingen in Nederland gaat te voet. Veel overheden stimuleren openbaar vervoer en de fiets. Maar de voetganger verdient ook uw aandacht. Voetgangersbeleid is een goede opstap naar duurzame mobiliteit en aantrekkelijke steden. Met relatief lage kosten is al veel te bereiken, bijvoorbeeld door het verwijderen van obstakels in voetgangersgebieden. - - - In deze editie van het Dashboard duurzame en slimme mobiliteit zet KpVV alle feiten op een rij. Dashboard duurzame en slimme mobiliteit: Voetganger Databronbestand Voetganger CROW richtlijnOver enkele maanden (2012/2013) komt er een CROW richtlijn uit over voetgangers.

    Onderwerpen: Schone voertuigen, Reisgedrag, Stadscentra & Winkelgebieden
    Publicatie 26-07-2012

  • Lagenbenadering

    Betr.: Update van Instrument maart 2008 Beschrijving We kunnen ons de ruimte voorstellen als opgebouwd uit drie ‘lagen’: ondergrond (water, bodem en het zich daarin bevindende leven), netwerken (alle vormen van zichtbare en onzichtbare infrastructuur) en occupatie (ruimtelijke patronen tengevolge van menselijk gebruik). Elke laag is van invloed op de ruimtelijke afwegingen en keuzen met betrekking tot de andere lagen. De drie onderscheiden lagen kennen een verschillende dynamiek. De ondergrond kent weinig verandering en kan slechts in beperkte mate worden aangepast. De netwerken kunnen weliswaar worden aangepast, maar kennen toch een lange levensduur. De occupatiepatronen richten zich sterk op de netwerken en de ondergrond en passen zich hieraan aan. De kracht van de lagenbenadering ligt in het uiteenleggen van de complexe ruimte in drie lagen en het vroegtijdig inzichtelijk maken van conflicten tussen de drie lagen (bijvoorbeeld tussen groen en infrastructuur). Doel en doelgroepen Aandacht voor de samenhang tussen de ondergrond, netwerken en occupatie bij de inrichting van de ruimte. ToepassingDe lagenbenadering is zeer bruikbaar bij het maken van ruimtelijke structuurplannen en garandeert een goede afstemming tussen de verschillende beleidsvelden die hierbij betrokken zijn. Met name ambtelijk van waarde. De input voor de lagenbenadering is een beschrijving van de drie lagen en voorgenomen beleidsrichtingen. Resultaat is inzicht in de afhankelijkheid tussen de drie lagen als basis voor een ruimtelijk structuurplan. Een Geografisch InformatieSysteem (GIS) is een belangrijk hulpmiddel bij het gebruik van deze benadering. Binnen de laag netwerken kan het verkeer worden beschouwd volgens het lagen- en fasenmodel, zoals dit is beschreven in 'Bereikbaarheid in Beeld'. Te betrekken partijenVoornamelijk bruikbaar voor provincies. Betrekken van het Rijk, stadsregio’s en gemeenten. Aandachtspunten: Belangrijk is dat bij de toepassing verschillende beleidsvelden worden betrokken. Aansturing door onafhankelijke externen is daarom wenselijk. PraktijkvoorbeeldenToegepast bij de ontwikkeling van de Nota Ruimte in 2005.

    Onderwerp: Ruimte & Mobiliteit
    Instrument 23-07-2012

  • Milieu effect rapportage

    Betr.: Update van Instrument maart 2008 Beschrijving Er zijn twee aan elkaar gerelateerde vormen van een m.e.r. (milieueffectrapportage): project-m.e.r. en plan-m.e.r. In het jargon is er onderscheid tussen het rapport (de MER) en de procedure (de m.e.r.) Sinds 2004 is de plan-m.e.r. (voorheen strategische milieubeoordeling, oftewel SMB) aan de bestaande project-m.e.r.-procedure (voorheen ook wel besluit-m.e.r genoemd) toegevoegd. De plan-m.e.r. vloeit voort uit Europese regelgeving die sinds 21 juli 2004 van kracht is. De plan-m.e.r. gaat vooraf aan de project-m.e.r. De plan-m.e.r. heeft betrekking op de beoordeling van plannen en programma’s op een abstracter niveau en in een eerder stadium dan de project-m.e.r.. Ook zonder plan-m.e.r. kan er een project-m.e.r. plaatsvinden. Project-m.e.r. bestaat veelal uit gedetailleerder onderzoek naar de gevolgen van het project voor lucht, water, bodem, emissies, gezondheid, flora en fauna, archeologisch erfgoed, veiligheid etc. en het bieden van inspraak- en overlegmogelijkheden op verschillende momenten. In het MER-onderzoek dienen de effecten op de genoemde aspecten onderzocht te worden van verschillende alternatieven. De onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage adviseert sinds 1987 de beslissingsbevoegde overheidsinstanties (zoals bijvoorbeeld ministeries, provincies en gemeenten, maar ook waterschappen) over de kwaliteit van de informatie in een milieueffectrapport. Doel en doelgroepen De plan- en project- m.e.r. kennen meer achterliggende doelen: Meer draagvlak voor het plan/project. Afstemming van procedures, wat tijdwinst oplevert. De aandacht voor het milieu vergroten bij alle betrokkenen. De aanwezige kennis en informatie efficiënt gebruiken. Zorgen dat het milieu een goede plaats krijgt in de besluitvorming. Een beter plan/besluit. Doel van de plan-m.e.r. is om plannenmakers te dwingen om al in een vroegtijdig stadium van de planvorming na te denken over de milieugevolgen en deze mee te nemen bij het maken van strategische keuzen. De belangrijkste beslissingen over de invulling van een project met de bijbehorende consequenties voor milieu worden immers al in de planfase van een project genomen. Op deze manier wordt in een vroegtijdig stadium duidelijk welke effecten te verwachten zijn. Vervolgens kunnen deze bij de ontwikkeling van een gebied zoveel mogelijk worden beperkt. Daarnaast kunnen kansen optimaal worden benut. De project-m.e.r. heeft als doel om de milieugevolgen van een project mee te laten wegen in de besluitvorming over een project. Een project-milieueffectrapport is noodzakelijk voor het verkrijgen van een vergunning die aangevraagd wordt voor de bouw van een chemische fabriek tot de aanleg van grote infrastructurele werken zoals een Hoge Snelheidslijn en de uitbreiding van Schiphol. ToepassingWettelijke en bestuurlijke plannen die m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten mogelijk maken of waarbij significante effecten van de geplande ontwikkelingen op Natura 2000-gebieden niet uitgesloten kunnen worden, dienen onderworpen te worden aan een beoordeling van milieueffecten (plan- en project-m.e.r.). In Nederland is de (plan- en project-)m.e.r. wettelijk verplicht voor grote projecten, zoals de aanleg van spoorlijnen, wegen, woonwijken, bedrijventerreinen, elektriciteitscentrales en afvalverbrandingsinstallaties. Een (plan- en project-)m.e.r. is ook op vrijwillige basis toe te passen.De plan-m.e.r. wordt uitgevoerd bij nationale, provinciale en regionale verkeers- en vervoersplannen. Resultaat is een milieurapport met kansen en beperkingen voor milieuaspecten in het ruimtelijk ontwerp of gewenste maatregelen. Besluitvorming vindt gelijktijdig plaats met het rapport van de plan-m.e.r.. Belangrijk is om zo vroeg mogelijk, en bij voorkeur gelijktijdig met de planvorming, te starten met de plan-m.e.r. Inzichten met betrekking tot milieuconsequenties kunnen dan direct worden meegenomen. De benodigde informatie kan in een latere fase grotendeels worden gebruikt voor de project-m.e.r.. Te betrekken partijenOverheden, milieuorganisaties en bedrijven/instellingen die voornemens zijn een (bouw)project op te starten. WijzigingenEr worden jaarlijks diverse wijzigingen in de wet doorgevoerd. Een overzicht van de gevolgen hiervan op de m.e.r. vindt u op de site van Infomil en van de Commissie voor de m.e.r. Praktijkvoorbeelden Provinciaal Omgevingsplan Groningen Strategische Milieubeoordeling Provinciaal Verkeers- en Vervoersplan Noord-Brabant Meer informatie De Commissie voor de milieueffectrapportage. Vanuit het Rijk vindt u vooral informatie over de besluit-m.e.r. op de website van InfoMil. KpVV bericht over de SMB 'ruimtexmilieu' voor informatie over integraal beleid. Europa decentraal over de wetswijzigingen

    Onderwerpen: Planvorming, Planning en organisatie, Integrale planning & MIRT
    Instrument 23-07-2012

  • KpVV-bericht nr. 114: Regels rond parkeren in Wro aangepast

    In KpVV-bericht 90 (maart 2010) hebben we gemeld dat er problemen waren met het regelen van parkeren onder de nieuwe Wet op de ruimtelijke ordening (Wro). Vooral het gebrek aan flexibiliteit was het probleem. We hebben toen beloofd u van nieuwe ontwikkelingen op de hoogte te houden. En die nieuwe ontwikkelingen zijn er. Via de Wro en bestemmingsplannen kun je parkeren net zo flexibel regelen als dat kon (en nog steeds kan) via de bouwverordening. En verder is een fietsenberging weer verplicht.

    Onderwerpen: Integrale planning & MIRT, Wet- en regelgeving
    Publicatie 28-06-2012

  • KpVV-bericht nr. 116: Meer taken naar decentrale overheden

    Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Dit voorjaar heeft het Rijk de definitieve Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) uitgebracht. De SVIR bevat de visie van het Rijk op het gebied van mobiliteit, bereikbaarheid, ruimte, milieu en leefbaarheid. Centraal staat: meer taken naar provincies en gemeenten. Dit KpVV-bericht gaat daar op in. Aan het eind van dit bericht staat een overzicht van KpVV-producten die kunnen helpen bij die extra taken.

    Onderwerpen: Integrale planning & MIRT, Planvorming
    Publicatie 28-06-2012

  • Wikken en wegen: terugblik op een bijeenkomst over afwegingsmethoden - MKBA's

    Twitter: #kpvvMKBA Het doel van deze bijeenkomst was enerzijds het informeren van geïnteres-seerden over de huidige stand van zaken over afwegingsmethoden/MKBA, anderzijds de behoefte peilen aan ondersteuning en wat de KpVV hierin kan betekenen. De Maatschappelijke Kosten Baten Analyse (MKBA) is een hulpmiddel bij de besluitvorming over publieke investeringen. Een MKBA brengt alle effecten van een project in beeld en probeert deze te monetariseren. De effecten waarvoor dat niet mogelijk of wenselijk is, worden zo concreet mogelijk beschreven. Door deze methode toe te passen is het mogelijk om verschillende project-alternatieven met elkaar te vergelijken en ook verschillende projecten binnen een programma. Het doel is om een weloverwogen beslissing mogelijk te maken. De MKBA kan ook als hulpmiddel worden ingezet in het proces met belanghebbenden, door met alle betrokkenen gezamenlijk de effecten van een project (en projectalternatieven) in beeld te brengen. Als procestool wordt de MKBA niet vaak ingezet. Spraakmakende bijdrage van prof. Ewald Engelen van de UvAIn zijn presentatie betoogde Ewald Engelen dat we, sinds het uitbreken van de economische crisis, in een fundamenteel andere situatie zitten dan voorheen. In zijn ogen is de periode van economische hoogconjunctuur, die bestond voor het uitbreken van de crisis, een gevolg van de vastgoedbubbel, in Nederland nog verergerd door de hypotheekrenteaftrek. Hij waarschuwde voor ‘beleidslulkoek’ (Nader uitgewerkt in een bijdrage van Engelen in het NRC van 22 juni). Dat wil zeggen, dat we nog steeds op dezelfde wijze opereren als voor de crisis, dus alsof het geld tegen de randen opklotst. Nog steeds kiezen we voor modieuze, politiek goed verkopende projecten, in plaats van voor een sense of urgency over de vraag of het allemaal wel financierbaar is in tijden van crisis. “We” is dan niet alleen politici, maar ook beleidsmakers. En de vraag is of we als beleidsmakers niet nadrukkelijker de taak hebben bestuurders te wijzen op de risico’s die ze nemen en op de alternatieven die er zijn. Uitkomsten en conclusies uit de workshops die in het plenaire debat zijn besproken MKBA moet verbreed wordenNu wordt bij een discussie over nieuwe infrastructuur niet gekeken naar mogelijke alternatieven op het gebied van mobiliteitsmanagement of fiets, omdat die methoden ‘er nog niet zijn’. Toch is er ook een groot maatschappelijk belang om een afweging te maken tussen de meerwaarde van bijv. €150 miljoen in Spitsmijden vs. het investeren van €1,5 miljard in de A13-A16 Niet alleen optimaliseren, maar ook prioriterenIn de voorbeelden van decentrale overheden over toepassing van afwegingsmethoden, ging het eigenlijk uitsluitend om optimaliseren van oplossingen. Bijvoorbeeld: Er was al besloten dat er een tram naar de Uithof komt en het enige wat in de MKBA nog werd bekeken is hoe geef je dat nu vorm en hoe bereken je de effecten zo, dat die tramoplossing zo gunstig mogelijk naar voren komt i.p.v. de tram af te wegen tegen andere oplossingen.Nog belangrijker dan dit kan worden het feit dat decentrale overheden veel meer knelpunten hebben dan geld om ze op te lossen. Dus als je 10 problemen hebt en maar geld om er 3 op te lossen, welke 3 kies je dan? VisualiserenHet is van belang om de verschillende effecten van een project niet alleen in cijfers en/of woorden uit te drukken, maar ook beelden, bijvoorbeeld met grafieken. Vroeg in het procesMomenteel wordt de MKBA vaak gebruikt om pas in een laat stadium aan te tonen dat het een goede investeringsbeslissing is. Daarmee wordt het instrument niet ingezet als hulpmiddel om een project te beoordelen en waar nodig te verbeteren. Door de MKBA (en de MKBA denkwijze) eerder in het planproces in te zetten, is de toegevoegde waarde groter. Niet heiligEen MKBA is op de eerste plaats een hulpmiddel om tot een besluit te komen. Besluitvorming is en blijft een taak van de bestuurders die ook zaken meewegen die niet in een MKBA tot uiting komen, zoals de beschikbaarheid van middelen en politieke overwegingen. DialogenHet is van belang dat deskundigen uit verschillende disciplines (stedenbouw, planologie, verkeerskunde, techniek, economie) meer met elkaar in gesprek gaan. Hierdoor kan de MKBA beter worden ingezet, kunnen effecten beter worden beoordeeld en kunnen projecten meer worden geoptimaliseerd. OntschottenHet wegnemen van de schotten tussen afdelingen binnen een overheid kan leiden tot een beter gebruik van de verschillende instrumenten en uiteindelijk wellicht ook tot een efficiëntere besteding van de publieke middelen. MKBA lightEr is behoefte aan een soort MKBA light. Bij een MKBA light worden alleen de directe effecten doorgerekend, waarbij maximaal gebruik wordt gemaakt van vuistregels en kengetallen. Hiermee kan meestal een redelijk zeker beeld van de belangrijkste effecten worden geschetst. Voldoende om een goede besluitvorming op te baseren. Instrument om stakeholders tot elkaar te brengenDoor de effecten in een gestructureerd proces met de stakeholders in kaart te brengen, kan de MKBA als procestool worden gebruikt. Hiermee wordt het inzicht van de betrokkenen in de effecten en de relatieve omvang van de effecten vergroot. Ook kan het dienen als basis om te komen tot een eerlijke verdeling van de kosten. VervolgDe deelnemers aan de bijeenkomst zagen een mogelijke rol voor het KPVV bij het invullen van de volgende behoefte:- Een vorm van 'MKBA light'.- Kennis in de vorm van voorbeelden, literatuur en best practices.- Het leggen van relaties tussen verschillende sectoren, waardoor er over en weer wordt geleerd van de beschikbare instrumenten (bijv. openbare ruimte). - Vraagbaakfunctie. In een nog in te stellen werkgroep met deelnemers uit de doelgroep (kennisvragers en kennisbrengers) zal verder invulling worden gegeven aan de rol van het KPVV. Presentaties en meer informatie: Programma en workshops Presentatie - Casus Traverse Dieren, Max Schurink Gelderland Presentatie - Verschillende afwegingsmethoden, Niels Hoefsloot Decisio Presentatie - Ervaringen uit Utrecht, Bastian Jansen BRU Presentatie - Maatschappelijk verantwoord Stadsbeheer: meer kwaliteit minder geld, Elizabeth Ruijgrok W+B Bijdrage van Engelen in het NRC van 22 juni 2012 ContactHans Voerknecht - KpVVEmail: hans.voerknecht@kpvv.nl

    Onderwerpen: Stadscentra & Winkelgebieden, Financiering
    Terugblik 20-06-2012

  • Stappenplan Vervoer naar retail: Aantrekkelijker (vervoer naar) winkelgebieden

    Meediscussieren op LinkedIn"Verbeteren van (vervoer naar) winkelgebieden moet radicaal anders". Het KpVV biedt u de mogelijkheid daarover mee te discussiëren via onze LinkedIn discussiegroep KpVV - Vervoer naar retail. Het stappenplanHet stappenplan biedt aangrijpingspunten voor het ontwikkelen van een strategie om kernwinkelgebieden en aanloopstraten beter te profileren en te laten renderen op het vlak van de pijlers: ‘bereikbaarheid – parkeren - de stad - retail’. Het stappenplan helpt gemeenten om daarin actie te ondernemen. Niet alleen op bereikbaarheid of parkeren, maar juist zo integraal mogelijk op alle vier pijlers. Omdat procesonderdelen door beide gemeenten als zeer cruciaal worden gezien, is het stappenplan aangevuld met een procesmatige pijler: samenwerking, traject doorlopen, kartrekker, communicatie, citybranding en marketing. Het Stappenplan is een van de eindproducten van de eerste fase van het onderzoek ‘Vervoer naar Retail’. Andere resultaten zijn: de 10 mythes en een literatuurlijst. Dit stappenplan is ontwikkeld naar aanleiding van een aantal expertsessies en de interviews naar de ervaringen in Winterswijk en Gouda. Belangrijkste aangrijpingspunten uit de interviews: Samenwerking is cruciaal, als gemeente en als ondernemersvereniging red je het alleen niet. Zoek die partijen op, die voordeel bij verbetering hebben. Alle partijen in en rond retail binnenstad moeten zich van nut en noodzaak van samenwerking bewust zijn om samen de verblijfskwaliteit van steden te versterken. Samen moeten zij inspelen op verschuivende trends bij bezoekers en toeristen. Ook bedrijven zelf kunnen dus bijdragen, in meedenken en financieel. Belangrijk is ook aandacht te besteden aan de mythes die lokaal leven: laat zien wat wel en niet klopt en communiceer dat breed. Bepaal wat voor stad je wilt zijn of beter nog: ga uit van je eigen kracht en unique selling point. Zoek kansen in die richting, op alle 4 pijlers. In Gouda is dat de cultuurhistorische context en voor Winterswijk geldt ‘100% Winterswijk’. Samenwerking met meer disciplines rond citymarketing is dus vanzelfsprekend. Bekijk het probleem vanuit een breed perspectief: ruimtelijk, economisch, beleving, imago, citybranding, mobiliteit. Alleen dan kun je een meer integrale oplossing bij een meerledig probleem voorstellen. Voor Winterswijk betekent dat meer leuke, kleine winkeltjes, met een wat minder goedkope uitstraling en een eigen profiel, zoals De Koets in de Meddosestraat of Allure Woondecoraties in de Misterstraat. Voor Gouda is dat, naast de welbekende historische context, bijvoorbeeld het Ambachtenkwartier. Vertaal de eerdere stappen in beleid en een concreet actieplan voor alle velden uit het vierluik: bepaal wie je wel (en niet) op welk onderdeel faciliteert of aan zet laat en wanneer. Organiserend vermogen is nodig: organiseer politieke moed/lef en zorg dat je ook ambtelijke rugdekking hebt, liefst met feiten. Meer informatieLees meer over het onderzoek ‘Vervoer naar Retail’.

    Onderwerpen: Stadscentra & Winkelgebieden, Parkeren
    Publicatie 19-04-2012

  • KpVV-bericht nr. 112: Mythes rond auto en parkeren doorgeprikt

    Een goed en aantrekkelijk winkelgebied moet ook goed bereikbaar zijn. Velen, met name winkeliers, denken dat het gaat om autobereikbaarheid en parkeervoorzieningen. Men denkt dat de omzet in belangrijke mate wordt bepaald door het aantal bezoekende automobilisten. Dat is een mythe. In het KpVV/VNG-project ‘Vervoer naar retail’ hebben we in beeld gebracht wat waar is en wat je wél kunt doen om (het vervoer naar) het winkelgebied aantrekkelijk te maken. Dit bericht brengt de belangrijkste inzichten in beeld. Meer informatieLees ook op deze site meer over Vervoer naar retail.

    Onderwerp: Stadscentra & Winkelgebieden
    Publicatie 8-03-2012

  • UPDATE 5: Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte.

    In deze UPDATE staat de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte centraal. Het concept van deze visie doet veel stof opwaaien. Minder regie door het Rijk, meer beleidsruimte voor de regio. Zijn we nu verlost van de overvloed aan regels en procedures? Of leidt deze aanpak tot willekeurige woonwijken en versnipperde industrieterreinen langs de snelweg. De meningen blijken hierover verdeeld. Krimp of groei? Bouwen of Benutten? Zeker is dat de toekomst voor veel gemeenten onzeker is. Hoe kun je daar beleid op maken? Hans Hilbers van het Sociaal Cultureel Planbureau adviseert gemeenten om selectief te investeren. En te flexibiliseren, bijvoorbeeld door tijdelijke vervoersvoorzieningen te ontwikkelen of om meer met ‘benutten’ te doen. Deze Update geeft u enkele aantal actuele voorbeelden. Denemarken heeft de ruimtelijke planning bij gemeenten neergelegd. Voer voor de discussie in ons land over de provinciale taken? Martin Boison van de Universiteit van Utrecht pleit voor een renovatie van het Huis van Thorbecke. DoelgroepUPDATE is een uitgave van Kennisplatform Verkeer en Vervoer (KpVV), speciaal voor bestuurders, management en senior beleidsmedewerkers. In UPDATE wisselen inspirerende visies en stevige stellingen over actuele thema’s elkaar af. Discussieer mee!Mobiliteit en minder geld: gaan we met de kaasschaaf langs de plannen of zetten we juist nu in op innovatie? Discussieer mee op onze LinkedIn groep ‘Kennisplatform Verkeer en Vervoer’. Niet voor niets is ons motto: Samen weten we meer!

    Onderwerp: Ruimte & Mobiliteit
    Publicatie 17-01-2012

  • Werkboek Succesvolle aanpak Stedelijke Distributie

    Het werkboek (december 2005) biedt houvast bij het opzetten van samenwerkingsprojecten tussen overheden en bedrijfsleven en het geeft specifieke informatie over maatregelen die geschikt zijn bij stedelijke distributie.

    Onderwerp: Stedelijke Distributie
    Instrument 1-01-2012