Zoeken

Woongebieden (44 resultaten)

Veel mensen ervaren door parkeerproblemen in hun woonomgeving overlast van het autoverkeer. Lees meer...

Voorbeelden hiervan zijn:

  • kinderen kunnen niet meer op straat spelen;
  • geluidsoverlast;
  • luchtvervuiling;
  • ouders durven hun kinderen niet meer zelfstandig naar school te laten gaan;
  • winkelcentra afficheren met gratis parkeren, maar de fiets kan men nauwelijks kwijt.

Voor steeds meer stadswijken is dit beeld herkenbaar. Bewoners weten vaak niet wat ze hier zelf aan kunnen doen. Overheden zien geen andere oplossing dan het faciliteren van de auto.

De meeste verplaatsingen spelen zich af in de eigen woonplaats. Fietsen en lopen zijn goede alternatieven in de steden, net als het openbaar vervoer. Voor mensen die weinig autorijden is autodelen een optie. De woonkamer is de plek waar mensen kiezen of en hoe ze reizen. De eigen woonomgeving is daarom een interessante plek om reisgedrag te beïnvloeden.

Het KpVV stimuleert de toepassing van mobiliteitsmanagement in woonwijken en ontwikkelt kennis over het beïnvloeden van reisgedrag en over parkeren in woonwijken.

Gevonden in de kennisbank:

  • Dashboard duurzame en slimme mobiliteit: Autodelen

    Autodelen aan vooravond van doorbraak In maart 2012 waren er 2817 deelauto’s in Nederland. Dat zijn er 715 meer dan in 2011 ofwel een groei van ruim 25 procent. Met de huidige groei zal de grens van de 3000 deelauto’s al voor het eind van het jaar zijn bereikt. De populariteit van autodelen groeit al jaren, maar komt nu echt in een stroomversnelling. Dat blijkt uit de update van het vierde dashboard. Nieuwe vormen van autodelen, zoals Peer2Peer carsharing eind en OneWay carsharing zorgen voor een stroomversnelling. De autobranche ontdekt en financiert initiatieven en werkt steeds meer samen met autodeelorganisaties. Ook elektrische deelauto’s vormen een nieuw verschijnsel in het straatbeeld. Via autodelen kan een grote groep mensen snel en eenvoudig kennis maken met deze nieuwe manier van rijden. Amsterdam is nog altijd dé trendsetter in Nederland. Het deelautobeleid van onze hoofdstad biedt inspiratie voor andere steden. Uit de 1e versie van het dashboard Autodelen, mei 2011, is het 'Trendbericht autodelen 2011' en het data databronbestand 2011 overgenomen. Dashboard duurzame en slimme mobiliteit nr 4: Autodelen Databronbestand nr 4 Autodelen (update juli/augustus 2012)

    Onderwerpen: Slimme mobiliteit, Woongebieden
    Publicatie 27-06-2012

  • Utrechts autodelen: perceptie en praktijk

    Onderzoek naar de mogelijkheden om het autodelen te stimuleren in de provincie Utrecht. Autodelen is een manier om de bereikbaarheid en de leefbaarheid van de stad en de regio te verbeteren. De overheden in de provincie Utrecht verwachten dat autodelen zal blijven groeien als zij dit gericht stimuleren. Het onderzoek brengt in beeld wie de huidige autodelers zijn en hoe zij autodelen beleven. Ook geeft het een overzicht van potentiële gebruikers en de barrières waardoor zij nu autodelen nog niet interessant vinden. Met behulp van communicatie en verbetering van de autodeelconcepten kan het aantal autodelers in de toekomst groeien. Het rapport geeft hiervoor praktische aanbevelingen. Het rapport maakt duidelijke welke potentie er is voor autodelen op de korte en de lange termijn en stippelt een strategie uit voor het interesseren van de diverse doelgroepen. De gemeente Utrecht heeft het onderzoek uit laten voeren in het kader van het regionale VERDER-project Stimuleren Autodelen.

    Onderwerpen: Woongebieden, Reisgedrag
    Publicatie 15-11-2011

  • KpVV-bericht nr. 103: Mobiliteitsmanagement voor bewoners

    Nieuwe tak van sport Mobiliteitsmanagement richt zich vooral op werkgevers en werknemers. Dat komt voort uit het nationaal beleid om files en hun gevolgen te beperken. Voor het Rijk en regio’s is dat interessant. Gemeenten die worstelen met de groei van autobezit en -gebruik zouden zich ook op bewoners kunnen richten. Ervaringen in binnen- en buitenland laat zien dat dit effectief is. Er liggen kansen in oude stadswijken met ruimtegebrek, in gemeenten met veel korte autoritten, maar ook in nieuwbouwwijken. Het is goedkoper dan maatregelen die autogroei moeten opvangen. Het KpVV heeft samen met bureau SOAB verkend of mobiliteitsmanagement voor bewoners interessant is voor Nederland. In dit bericht staan de uitkomsten.

    Onderwerp: Woongebieden
    Publicatie 7-06-2011

  • Staying mobile: guide to mobility management in ageing societies

    De groep 50-plussers groeit. Er liggen kansen om hun reisgedrag te veranderen. Daarvoor is het nodig om in te spelen op hun wensen en verwachtingen. Dat helpt deze doelgroep om langer mobiel te blijven. Veel "jongere" ouderen maken geen gebruik van het openbaar vervoer of andere alternatieven voor de auto. De redenen die ze opgeven zijn: onveiligheid, onzekerheid, weing gebruiksgemak, imago of de kwaliteit van de dienstverlening.   Inhoud publicatieDe publicatie gaat in op het stimuleren van openbaar vervoer, fietsen, campagnes, mobiliteitsactiviteiten voor ouderen, fiets- en ov-cursussen voor ouderen, training van buspersoneel, dienstverlingen openbaar vervoer beter aansluiten op wensen van ouderen, persoonlijke marketing en buddy-projecten. De publicatie is een van de resultaten van het Europese Aeneas-project. Life eventsTijdens de volgende "life-events" staan ouderen meer open voor verandering: pensionering grootouder worden verhuizen naar appartement of aangepaste woning ziekte rijbewijs wordt niet verlengd overlijden van de partner. Meer informatieDe website van Aeneas bevat praktijkvoorbeelden, filmpjes, tools en studiemateriaal. Bekijk document

    Onderwerp: Woongebieden
    Publicatie 29-04-2011

  • Mobiliteitsmanagement voor bewoners: een verkenning

    Overzicht van de mogelijkheden voor bewonersgericht mobiliteitsmanagement in Nederland. In diverse landen is er veel aandacht voor mobiliteitsmanagement voor bewoners. Dit is buitengewoon succesvol. Projecten en programma's leiden tot een structurele daling van autogebruik. Enkele projecten resulteren zelfs in een lager autobezit. KpVV heeft verkend of die aanpak ook kans van slagen heeft in Nederland en of hier animo voor is. Uitkomsten: de aanpak is interessant, vooral voor steden en woonwijken met een hoge parkeerdruk. Overzicht van succesvolle projecten.

    Onderwerpen: Reisgedrag, Woongebieden
    Publicatie 22-04-2011

  • Effecten van mobiliteitsmanagement voor bewoners

    Overzicht van de effecten van maatregelen en programma's rond mobiliteitsmanagement voor bewoners. Zie ook de verkenning naar de potentie voor mobiliteitsmanagement voor bewoners.

    Onderwerpen: Reisgedrag, Woongebieden
    Publicatie 22-04-2011

  • Onderzoek fietsnetwerken kleine en middel-kleine kernen

    De fiets kan gezien worden als het duurzaamste vervoermiddel. Het aandeel fiets in de modal split verhogen draagt dus bij aan een duurzamere mobiliteit. Hoe kun je dit bereiken? Het onderzoek fietsnetwerken kleine en middel-kleine kernen geeft een overzicht met aanbevelingen, die andere kleine en middelkleine gemeenten ter inspiratie kan dienen. Het fietsgebruik in de gemeente Raalte is hoog. Dat is interessant omdat de gemeente geen spectaculaire of kostbare ingrepen heeft gedaan. Vooral een integrale aanpak van infrastructuur en doelgroep gerichte communicatie campagne lijken effect te sorteren, evenals het langdurig consistente beleid. Het rapport geeft uiteindelijk een tiental factoren die hebben bijgedragen aan het hoge aandeel fiets en die ook voor andere kleine en middelgrote kernen interessant kunnen zijn.

    Onderwerpen: Reisgedrag, Woongebieden
    Publicatie 17-03-2011

  • Factsheets autodelen

    Praktische factsheets over autodelen, uitgebracht door het EU-project 'MoMo Carsharing'.         De publicatie bestaat uit: Factsheet 1: autodelen en openbaar vervoer     (pag 1-4) Factsheet 2: geïntegreerde mobiliteitskaarten    (pag 5-8) Factsheet 3: milieu-impact van autodelen         (pag 9-16) Factsheet 4: autodelen voor bedrijven            (pag 17-20) Factsheet 5: overheidssteun voor autodelen      (pag 21-24) Factsheet 6: standplaatsen langs de openbare weg    (pag 25-28) Factsheet 7: overtuigen van lokale overheden        (pag 29-32) Factsheet 8: budgetvriendelijke marketing       (pag 33-36) Factsheet 9: autodelen in kleine steden      (pag 37-40 Factsheet 10: particulier autodelen      (pag 41-44)

    Onderwerp: Woongebieden
    Publicatie 24-11-2010

  • Trends autodelen: aantal deelauto's stijgt licht

    In september 2010 waren er 1919 deelauto’s in Nederland. Dat zijn er 54 meer dan een jaar geleden. Het aantal gemeenten met autodelen is het afgelopen half jaar met drie gedaald. In enkele kleine kernen was de animo te klein. De afgelopen twee jaar zijn er niet veel grote wijzigingen geweest . Steden blijven achterOpvallend is dat enkele gemeenten er uitspringen met autodelen, terwijl in de top 10 nauwelijks grote gemeenten staan. In 2006 stonden Amersfoort, Gouda en Groningen nog in de top 10 van gemeenten met de meeste deelauto’s per inwoner. Anno 2010 is Haarlem de enige middelgrote gemeente in de lijst. Van de G4 staan alleen Amsterdam en Utrecht in de top 10. Amsterdam staat al jaren op eenzame hoogte. Utrecht doet het goed, al is ze ingehaald door buurgemeente Bunnik (!) en staat ze nu op een gedeelde derde plek met Diemen. Rotterdam en Den Haag staan echter niet in de lijst, al zijn daar het afgelopen jaar 29 resp. 36 deelauto’s bijgeplaatst. Culemborg, Wageningen, Houten en Zutphen doen het daarentegen opvallend goed. Gemeenten kunnen autodelen stimuleren Met een minimale inspanning kunnen gemeenten een stimulerende rol spelen. Autodelen levert veel voordelen op: het vermindert de afhankelijkheid van de eigen auto, vermindert de parkeerdruk, stimuleert fiets en openbaar vervoer en is goed voor het milieu. Het hoeft niets te kosten: als er voldoende deelnemers zijn, kunnen de aanbieders kostendekkend een deelauto plaatsen. Gemeenten die autodelen willen stimuleren, kunnen contact opnemen met de Stichting Gedeeld Autogebruik. Die kan informatie geven en vertellen welke aanbieders belangstelling hebben om in de desbetreffende gemeente een auto te plaatsen. Meer suggesties over de rol van gemeenten vindt u in de KpVV-publicatie “Kiezen voor autodelen” uit 2009. Openbaar vervoer en autodelenOok vervoerders ontdekken de meerwaarde van autodelen. De deelauto versterkt het openbaar vervoer: als het openbaar vervoer geen optie is, kun je de deelauto pakken. Dat verbetert het imago van het openbaar vervoer. Connexxion start een samenwerking met Wheels4all.Bekijk ook de trendrapporten Autodelen uit voorgaande jaren20092008

    Onderwerpen: Bedrijventerreinen, Woongebieden
    Publicatie 3-11-2010

  • Stap voor stap naar ander reisgedrag met Sumo

    Sumo is ontwikkeld om reisgedrag te beïnvloeden. Het maakt duidelijk welke stappen een project moet bevatten. Al tijdens de uitvoering laat Sumo zien wat er gebeurt, zodat je nog kunt bijsturen. Stap voor stap naar ander reisgedragAan de hand van maximaal negen stappen kun je van tevoren gemakkelijk de doelen en de acties van uw project formuleren. Aan het eind komen de effecten naar voren. Het is niet altijd nodig alle stappen van Sumo te doorlopen. Soms kun je tussenstappen overslaan zonder dat het zicht op de effecten verdwijnt. Sumo Toolkit In de Sumo Toolkit vind je meer informatie en handige documenten: praktijkvoorbeelden, sjablonen, vragenlijsten etc. SumoBaseIn SumoBase vind je effectstudies van projecten met mobiliteitsmanagement. De Sumo-stappen maken inzichtelijk wat de projecten hebben opgeleverd.

    Onderwerpen: Mobiliteitsmanagement, Aanpak, Reisgedrag, Bedrijventerreinen, Woongebieden, Wegwerkzaamheden
    Publicatie 15-09-2010

  • MAXLuPo: Integratie van mobiliteitsmanagement en ruimtelijke ordening, aanbevelingen en tips

    Mobiliteitsmanagement is heel effectief als het een plek krijgt in het planningsproces. Deze publicatie geeft aanbevelingen en tips over het integreren van mobiliteitsmanagement in de ruimtelijke ordening en het bouwvergunningsproces. De maatregelen zijn afkomstig uit de dagelijkse praktijk en omvat cases uit heel Europa en de Verenigde Staten. Ze zijn interessant voor verkeerskundigen, planologen en politici die actief in willen zetten op duurzame mobiliteit, minder autogebruik en leefbare steden. MAX-projectDe publicatie is ontwikkeld binnen het Europese project MAX. In de bijlagen (Engelstalig) vindt u uitgebreide casebeschrijvingen.

    Onderwerpen: Aanpak, Beleid, Slimme mobiliteit, Recreatie, Woongebieden, Integrale planning & MIRT, Stadscentra & Winkelgebieden
    Publicatie 30-08-2010

  • Individuele benadering Haaglanden & Rotterdam: duurzamer reisgedrag door gerichte communicatie

    Beschrijving In Rotterdam en Den Haag is een proef opgezet met het persoonlijk benaderen van nieuwe inwoners. Zij kregen informatie en/of probeerkaartjes voor openbaar vervoer, fiets en autodelen. Door een stroeve start kon niet de hele proef volgens plan worden uitgevoerd. De resultaten zijn daardoor niet altijd eenduidig, maar laten wel zien dat de aanpak kansrijk is. Aanleiding Als mensen verhuizen, is dat een goed moment om na te denken over het verplaatsingsgedrag. Overheden communiceren weinig over de mogelijkheden van burgers om duurzaam te reizen. Dialoogmarketing blijkt elders effectief, maar wordt nog nauwelijks toegepast in Nederland. DoelMeer inzicht in de effecten van het gericht beïnvloeden van reisgedrag rond het verhuismoment via dialoogmarketing. DoelgroepNieuwe bewoners in de regio’s Haaglanden en Rotterdam. Benodigde partnersAlle gemeenten in de regio Rotterdam en daarnaast Zoetermeer en Den Haag zijn uitgenodigd om mee te doen. Uiteindelijk deden Den Haag, Rotterdam en Lansingerland mee. In Lansingerland bleek het adressenbestand onbruikbaar en bleven Den Haag en Rotterdam over. AanbodOm de effectiviteit te meten, zijn er 3 groepen samengesteld: controlegroep: kreeg alleen een welkomstbrief (1.123 personen) kreeg ook informatie over mobiliteit (5.660 personen) kreeg ook informatie en kon probeerkaartjes bestellen (5.694 personen). Het informatiepakket bevatte algemene informatie en een lijnennetkaart, lijnfolder of de speciaal ontworpen OV-wizard. Wie meer wilde weten, kon dit vervolgens opvragen: ov-tarieven, lijnenkaart, informatie van NS, parkeren in de binnenstad, bewaakte fietsenstallingen, fietskaart en autodelen. Het probeeraanbod bestond uit: 10 gratis ov-ritten, gratis maandabonnement Greenwheels, bij afsluiten abonnement OV-fiets 2 gratis ritten, 1x gratis gebruik fietsenstalling. VragenlijstenEind mei/ begin juni 2009 zijn de brieven verstuurd. Bewoners die informatie of probeerkaartjes bestelden, kregen een korte vragenlijst. Op internet kon men een uitgebreide vragenlijst invullen. Twee weken na de aanvraag kreeg men weer een korte vragenlijst op papier en een uitgebreide vragenlijst op internet. Resultaten Van de bewoners die voorheen nooit het openbaar vervoer gebruikten, heeft 6,5 % dit nu geprobeerd. Dat zijn potentiële nieuwe klanten. Bij de verhuizers nam het autogebruik met bijna 4% af. Het gebruik van openbaar vervoer nam met 6% toe. Het fietsgebruik nam beperkt af (bijna 1%). Bij de controlegroep bleef het patroon in de gedragsreacties van bestaande en nieuwe inwoners identiek. Dit week behoorlijk af van het gedrag bij hen die informatie en/of probeeraanbod konden aanvragen. Het aantal ritten bij de controlegroep nam sterk toe.Het autogebruik steeg, (vooral bij bestaande inwoners waar het al hoger was). Het fietsgebruik nam af en het ov-gebruik nam significant toe. Bij de groep die alleen informatie kreeg, traden geen significante effecten op. Het ov-gebruik lag al erg hoog en is nog meer is gestegen. > Alle resultaten op een rij> Onderzoeksrapport KostenStadsregio Rotterdam en Stadsgewest Haaglanden betaalden elk € 100.000 voor het project. Transumo droeg circa € 140.000 bij. Conclusies Het effect bij bestaande inwoners was groter dan bij nieuwe inwoners. Dat kwam omdat de nieuwe inwoners jonger waren en minder auto’s bezitten. Mogelijk is het effectiever om bestaande inwoners te benaderen, dan op het verhuismoment in te spelen. Voor het vasthouden van duurzaam reisgedrag kunnen nieuwe bewoners wel een doelgroep zijn. In minder stedelijke gemeenten ligt dit waarschijnlijk anders. Omdat de regiogemeenten niet meededen, kon dit niet hard worden gemaakt. Er was geen sprake van conversie van openbaar vervoer naar fiets. Als de actie zou worden verbreed naar alle verhuizers in de regio’s Haaglanden en Rotterdam, zouden jaarlijks 40.000 personen informatie en/of een probeeraanbod bestellen. Dat zou tot minsten 14.000 meer ov-verplaatsingen leiden. Bij dialoogmarketing zou het effect groter zijn. Procesevaluatie Er waren veel opstartproblemen door verschillende zienswijzen. Daardoor kwam het project niet goed genoeg uit de verf. Er is minder eenduidig zicht op de uitkomsten omdat informatie en vragenlijsten zijn ontkoppeld. Toch zijn er resultaten bereikt. Een nieuwe proef met de principes van dialoogmarketing is daarom zinvol. De benodigde steun van de overheden was laag. Dat bemoeilijkte een consequente uitvoering. Voor de monitoring is de Sumo-methode ingebracht toen het project al liep. Dat bood houvast, maar het lukte niet meer om de belangrijkste vragen te kunnen beantwoorden. Aandachtspunten Het is mogelijk om gegevens uit de gemeentelijk basisadministratie te gebruiken. Veel afdelingen Burgerzaken waren terughoudend. De betrokkenheid van het gemeentebestuur is daarom nodig. De gemeenten die mee deden, verstrekten geen telefoonnummers. Daardoor konden de dialooggesprekken niet plaatsvinden. Dat lukt wel als geïnteresseerden bij de aanvraag aankruisen dat ze een gesprek op prijs stellen. de Sumo-methode helpt bij het opzetten, volgen en evalueren van projecten. Gebruik van Sumo vanaf de start helpt om projecten goed te richten. Dan lukt het ook beter om achteraf inzicht te krijgen in de resultaten. Betrokken partijenGemeenten in Haaglanden en Rijnmond, KlantCentraal, Material, OC Mobility Coaching, Stadsgewest Haaglanden, stadsregio Rotterdam, Transumo, Universiteit Utrecht, VCCR, vervoerders en aanbieders in de stadsregio’s. Meer informatie Slim mobiel in München, het effect van persoonlijke marketing Dialoogmarketing Stap voor stap naar ander reisgedrag met Sumo Transumo Bas Hilckmann, VCCR, tel. (010) 400 02 41 Rien van der Knaap, OC Mobility Coaching, tel. (040) 248 41 86

    Onderwerp: Woongebieden
    Praktijkvoorbeeld 30-07-2010

  • KpVV-bericht nr. 95: Persoonlijk benaderen van bewoners is sleutel tot succes.

    Het duurzame mobiliteitsbeleid van het Zuid- Zweedse Lund is effectief: tegen relatief lage kosten een daling van het autoverkeer. Dé succesfactor is het persoonlijk benaderen van inwoners. Dat leidt tot hoger bewustzijn en ander reisgedrag. En dat in een gebied zonder verkeersproblemen. Lund is dé voorbeeldstad voor duurzame mobiliteit in Zweden. In dit bericht meer over de aanpak van Lund en de effecten. Meer informatie: Achtergronden evaluatie LundaMaTs Bericht 42 (2007) over het mobiliteitsbeleid van Lund.

    Onderwerpen: Woongebieden, Slimme mobiliteit
    Publicatie 12-07-2010

  • Handreiking slim reizen: van start naar succes

    Handreiking voor overheden en intermediairs voor het organiseren van mobiliteitsmanagement. Het succes van mobiliteitsmanagement is sterk afhankelijk van de manier waarop het proces is georganiseerd. Deze handreiking helpt daarbij. De publicatie gaat in op: 7 gouden regels om te komen tot succesvol mobiliteitsmanagement 7 basisprincipes waarop de handreiking is gebaseerd 7 stappen om het proces te structureren. Instrumenten en terminologieHet document bevat verwijzingen naar instrumenten die daarbij bruikbaar zijn. Ook bevat het een overzicht van veel gehanteerde begrippen met de betekenis ervan. DoelgroepenDe handreiking is vooral bedoeld voor overheden en aanverwante partijen die mobiliteitsmanagement willen initiëren of participeren in een project.  

    Onderwerpen: Mobiliteitsmanagement, Aanpak, Bedrijventerreinen, Woongebieden, Ziekenhuizen, Wegwerkzaamheden
    Publicatie 3-07-2010

  • Gericht aanbieden van deelauto's leidt tot nieuwe klanten in Nijmegen-Oost

    Beschrijving GebiedskenmerkenNijmegen-Oost is een wijk ten oosten van het centrum van Nijmegen. Er wonen 5858 huishoudens met gemiddeld 2,6 personen per huishouden. Er zijn relatief veel alleenstaanden en gezinnen zonder kinderen, hoewel dit niet de enige bewonersgroep is. Het opleidingsniveau is hoog.Aanleiding Aanbieders van deelauto’s plaatsen deelauto’s als er voldoende vraag is. De vraag was of autodelen gestimuleerd kan worden door deelauto’s te plaatsen in combinatie met marketing. Als dat zo is, biedt dat een kans om autodelen aan te bieden in veel meer gemeenten en wijken. Een andere vraag was of de aanpak financieel haalbaar voor de aanbieders.DoelSommige aanbieders werken nu al aanbodgericht, maar richten zich niet op één gebied en combineren dit niet met een campagne. De gemeente Nijmegen, Greenwheels en de Radboud Universiteit Nijmegen zijn in 2009 een pilot gestart in de wijk Nijmegen-Oost, om te onderzoeken wat het effect is van het aanbodgestuurd plaatsen van deelauto’s op het aantal abonnees van deelauto’s.8 deelauto’s geplaatstOp 3 april 2009 werden 8 nieuwe deelauto’s in de wijk geplaatst, naast de 9 auto’s van Greenwheels die er al stonden. De doelgroep bestond uit alle bewoners van Nijmegen-Oost.Bewoners kregen het volgende aanbod: gratis Greenwheels abonnement t/m augustus; drie maanden lang 250 km gratis (excl. benzine); kortingsbon voor een jaarabonnement op NS fietsenstalling Nijmegen; Kortingsbon voor twee gratis OV-fiets ritten. Communicatie: teaser: deelauto’s 1 week verpakt in plastic (om media-aandacht te genereren); huis-aan-huis-brief van de gemeente Nijmegen (april); online enquête van de Radboud Universiteit Nijmegen (mei); persoonlijke benadering door Greenwheels (telefonisch/ per post) van degenen die interesse hadden (mei-juni); straatpromotie door Greenwheels op centrale locaties in Nijmegen-Oost (september). ResultaatHet aantal abonnementen is met 27% gegroeid en 4 van de 8 deelauto's blijven permanent in bedrijf. Details.KostenDe aanloopsubsidie voor het plaatsen van een deelauto vergt slechts een geringe investering. De kosten van huis-aan-huiscommunicatie is verwaarloosbaar. De kosten van persoonlijke marketing liggen wat hoger.Conclusies Aanbod creëert vraag. Er is blijkbaar een latente vraag naar autodelen. Pas als er deelauto’s in de wijk beschikbaar komen, wordt het mogelijk om een abonnement te overwegen. Aanbodgericht plaatsen van deelauto’s vergroot de bekendheid: de auto’s zijn als het ware een reclamebord Veel geïnteresseerden willen eerst de eigen auto ‘oprijden’. Dan ontstaat een logisch moment voor autodelen. Waarschijnlijk is het effect op termijn nog groter. Het nemen van het besluit om te gaan autodelen kost tijd. Het is daarom nodig om er gedurende een langere periode regelmatig aandacht aan te geven. Er waren al 9 deelauto’s in de wijk aanwezig. De pilot richtte zich dus niet op de ‘early adaptors’. De vraag is wat het effect is van zo’n actie in een wijk zonder deelauto’s. Aandachtspunten Het gericht aanbieden van nieuwe deelauto's genereert nieuwe klanten, maar vergt een investering die niet geheel kan worden gedekt door de aanbieder. Het is dus belangrijk dat een derde partij, bijvoorbeeld gemeente of regio, de aanloopkosten financiert. Dat is relatief goedkoop. Zorgvuldige keuze van de wijk of gemeente is belangrijk. Let op bevolkingssamenstelling, parkeerdruk en fiets- en ov-ontsluiting. Koppel de communicatie aan beslismomenten, zoals verhuizing, de vervanging van de auto, of de aanschaf van een nieuwe auto (pas afgestudeerden). Demonstreer de werking van de deelauto tijdens evenementen in de wijk Meerdere aanbieders kunnen belangstelling hebben. Leg contact met de Stichting Autodate om te polsen welke aanbieders belangstelling hebben,alvorens een selectie te maken. Gemeenten die een aanloopsubsidie op autodelen geven, hebben de mogelijkheid om hun eigen personeel kennis te laten maken met autodelen. Ook kunnen ze de deelauto gebruiken voor dienstreizen. Meer informatie Transumo, autodelen: naar een aanbodgestuurd beleid, 2009 Karel Martens, Radboud Universiteit Nijmegen, 024- 361 2740 Jan Borghuis, Greenwheels, 010-8501641. Op verzoek verstrekt Greenwheels gedetailleerde resultaten over de proef.

    Onderwerpen: Reisgedrag, Woongebieden
    Praktijkvoorbeeld 16-05-2010