Zoeken

Aanpak (71 resultaten)

Mobiliteitsmanagement staat of valt met samenwerking. Samenwerking lukt alleen als alle partijen er baat bij hebben of als het wordt opgelegd. Lees meer...

De partijen die de randvoorwaarden bepalen waarbinnen reizigers hun keuze maken zijn:

  • overheden;
  • werkgevers en publiekstrekkers;
  • vervoerders en aanbieders van mobiliteitsdiensten.

Mobiliteitsmanagement wordt toegepast bij:

  • bedrijventerreinen, kantorenparken, winkelcentra, ziekenhuizen en woonwijken;
  • wegwerkzaamheden, overstappunten en regionale bereikbaarheid;
  • recreatiegebieden, vrijetijdsvoorzieningen en evenementen.

Het KpVV ontwikkelt methodes als Slim reizen, Sumo en MaxLupo. Daarnaast ondersteunt het KpVV overheden bij hun beleid over mobiliteitsmanagement en biedt ze overzicht in doelen, resultaten en maatregelen.

Gevonden in de kennisbank:

  • Maastricht Bereikbaar: ervaringen met Slim Werken Slim Reizen

    Deze publicatie bevat de leerervaringen van het programma Maastricht Bereikbaar, dat in 2008 is gestart vanwege de aanleg van een tunnel in de A2, dwars door Maastricht. Maastricht Bereikbaar kenmerkt zich door een gestructureerde, programmatische aanpak: van start naar succes. De werkwijze van Maastricht Bereikbaar is gebaseerd op de Handreiking Slim Reizen van het KpVV. Deze procesaanpak beschrijft de zeven gouden regels, principes en stappen om mobiliteitsmanagement gestructureerd op te zetten. Deze handreiking vormde het vertrekpunt van de aanpak in Maastricht. De publicatie Maastricht Bereikbaar laat zien hoe je thema’s als 'vraagbeïnvloeding', 'gedragsverandering' en 'slim werken slim reizen' kunt inzetten om lokale knelpunten op te lossen. De publicatie is te gebruiken als startpunt voor een nieuwe benadering van mobiliteit.

    Onderwerpen: Aanpak, Bedrijventerreinen, Wegwerkzaamheden
    Publicatie 5-06-2013

  • MaxEva

    MaxEva ontsluit effectstudies over mobiliteitsmanagement Beschrijving MaxEva is een database met effectstudies op het gebied van mobiliteitsmanagement. MaxEva helpt bij het bepalen van de data die nodig zijn om effecten in beeld te brengen. En berekent automatisch effecten zoals reductie van autokilometers en CO2. EPOMM beheert deze internationale database. Het KpVV is focalpoint in Nederland en ondersteunt en stimuleerthet gebruik van MaxEva in Nederland. MaxEva is beschikbaar in het Nederlands en vervangt de eerdere database SumoBase. Doel en doelgroep MaxEva helpt bij het benchmarken van projectresultaten. MaxEva geeft een overzicht van de bereikte resultaten per project en vergelijkt de uitkomsten met vergelijkbare projecten in heel Europa. MaxEva is er voor iedereen die werkt met mobiliteitsmanagement en het beïnvloeden van reisgedrag. Overheden, consultants, campagneleiders, intermediaire organisaties, werkgevers, scholen, projectontwikkelaars en publiekstrekkers. De gegevens uit MaxEva een interesse bron voor onderzoekers en universiteiten. ToepassingMaxEva groeit uit tot een omvangrijke bron met effecten van gedragsgerelateerde mobiliteitsmaatregelen. Daarmee biedt de database informatie over effectieve maatregelen en diensten in hun specifieke context. MaxEva is gebaseerd op de Sumo of MaxSumo-methode voor het ontwerpen, monitoren en evalueren van projecten. Sumo knipt het ingewikkelde proces van gedragsverandering op in kleine stapjes. Dat helpt bij het plannen, monitoren en evalueren van projecten. MaxEva werkt met dezelfde Sumo-stappen. MaxEva leidt u stap voor stap door het Sumo-proces heen. Wanneer u Sumo gebruikt in uw project, is het makkelijker om projecten in te voeren in MaxEva.De output van MaxEva bestaat uit de resultaten die behaald zijn in de verschillende Sumo-stappen. MaxEva berekent ook emissiewaarden op basis van standaarcijfers per land. Met MaxEva kunt u projectresultaten vergelijken met andere projecten. MaxEva presenteert de resultaten van je project op een overzichtelijke manier. MaxEva berekent de milieueffecten van je project. Gebruik MaxEva als benchmark om de resultaten van soortgelijke projecten te vergelijken. Gebruik MaxEva om de effecten van maatregelen van te voren in te schatten. Compileer evaluatiedata op een systematische en uniforme manier. Gebruik MaxEva om prestatie-indicatoren te bepalen en om valkuilen in uw project te identificeren. MaxEva beoordeelt niet de kwaliteit van de evaluatiestudies. De uitkomsten zijn daarom indicatief. Meer informatie MaxEva Sumo-methode Voor vragen over MaxEva kunt u contact opnemen met het KpVV. Het is mogelijk om zelf projecten in database in te voeren. Vraag een Max-Eva-account aan. Of stuur uw evaluatiestudie naar het KpVV.

    Onderwerp: Aanpak
    Instrument 27-03-2013

  • SumoBase

    SumoBase is volledig opgegaan in de internationale database MaxEva Ga naar MaxEva. SumoBase was een voorloper van de MaxEva-database. MaxEva ontsluit effectstudies op het gebied van mobiliteitsmanagement. Zo'n verzameling is nodig om uitspraken te doen over de effecten van mobiliteitsmanagement. EPOMM beheert MaxEva. Het KpVV is National Focal Point in Nederland en stimuleert het gebruik van MaxEva in Nederland. MaxEva is gebaseerd op Sumo, een methode voor het opzetten en evalueren van projecten.

    Onderwerp: Aanpak
    Instrument 1-03-2013

  • SWOV-factsheet: Mobiliteitsmanagement en verkeersveiligheid

    Deze SWOV-factsheet brengt de relatie tussen mobiliteitsmanagement en verkeersveiligheid in beeld. Er is nog weinig bekend over deze relatie, maar er zijn tal van raakvlakken: Meer voertuigkilometers leidt tot meer slachtoffers en omgekeerd ook. Reizen met het openbaar vervoer is veiliger dan alle andere modaliteiten. Inzet van shuttles voor medewerkers in de nachtdienst verlaagt veiligheidsrisico's (vermoeidheid). Verschuiving van autoritten naar buiten de spits leidt tot minder ongevallen. Aan fietsen en lopen kleven ook veiligheidsrisico's. Voor programma's die fietsen en lopen bevorderen, is het raadzaam om veiligheid als aspect mee te nemen. Voor haal- en brenggedrag bij scholen geldt dat de verkeersveiligheid verbetert wanneer minder ouders hiervoor de auto gebruiken. Bijdrage KpVVDeze SWOV-factsheet is tot stand gekomen in samenwerking met het KpVV.

    Onderwerp: Aanpak
    Publicatie 20-11-2012

  • Bijeenkomst Aan de slag met gedrag: verkeersvraagstukken effectiever aanpakken met gedragskennis.

    Hoofdthema: het aan elkaar verbinden van de theorie en praktijk rondom gedragsbeïnvloeding in de verkeer- en vervoerwereld. Het introductiefilmpje zette de deelnemers gelijk op scherp: het maakte duidelijk hoe selectief we waarnemen. De quiz die volgde en de voorbeelden die gegeven werden door Friso Metz en Wilma Slinger gaven nog meer achtergrondinformatie en voorbeelden bij het thema van de dag. In deelsessies werden in subgroepen verschillende actuele verkeersaspecten tegen het gedragskundige licht gehouden. De onderwerpen waren: Van de auto op de fiets Parkeren en gedrag in woonwijken en stadscentra (Te) hard rijden Haal- en brenggedrag rondom scholen Schone voertuigen Nadruk in de deelsessies lag op de koppeling tussen voorbeelden en de gedragstheorie én op zoveel mogelijk zelf aan de slag zijn. In de pauze kon men terecht in het ‘Gedragslab’. Hier waren films te bekijken om inspiratie op te doen om zelf aan de slag te gaan. De dag werd afgesloten met opgehaalde vragen waar KpVV in haar werkprogramma mee verder kan én met nog een treffend voorbeeld van selectief waarnemen: Friso Metz had zich in de loop van de dag een paar keer omgekleed maar dat was echt niemand opgevallen. 1. Van de auto op de fietsMet medewerking van Gerard Tertoolen, XTNTIn de deelsessie ‘Van de auto op de fiets’ stond de vraag centraal hoe je automobilisten kunt triggeren om meer te fietsen. Aan de hand van het 9-stappenplan van XTNT nam Gerard Tertoolen de deelnemers mee in een case.In de ochtendsessie bracht de gemeente Katwijk de volgende vraag in: hoe bevorder je dat inwoners die in de gemeente zelf werkzaam zijn en met de auto naar hun werk gaan, de fiets gaan pakken. ’s Middags nam de provincie Noord-Brabant de deelnemers mee in de vraag hoe je in het kader van Beter Benutten automobilisten kunt verleiden om een fietscoachingsprogramma te volgen. In de discussie stonden twee bouwstenen uit het stappenplan centraal: Hoe motiveer je een bepaalde groep mensen om het gewenste gedrag te gaan vertonen? En hieraan gekoppeld: hoe geef je mensen hier feedback op? Feedback is een krachtig instrument: daarmee laat je mensen zien in hoeverre ze voortgang boeken bij hun gedragsverandering. Zoals de weegschaal aangeeft of een dieet effect heeft. De vraag was steeds hoe je mensen feedback kunt geven op die aspecten die mensen motiveren. Welke weerstanden spelen een rol, m.a.w.: waarom zullen de mensen die je wilt bereiken, het gewenste gedrag niet vertonen? En hoe kun je die weerstand verminderen? Een belangrijke eye-opener was dat weerstanden en motivators hele andere dingen zijn. Als het weer een weerstand is om te fietsen, dan is het feit dat het bijna nooit regent, geen motivator. Als mensen dit ontdekken, kan het hooguit de weerstand verminderen. 2. Parkeren en gedrag in woonwijken en stadscentraMet medewerking van Marc de Haan, TiemDe bedoeling van deze workshop was een interactieve kennismaking met de aanpak van parkeerproblemen via gedragsmaatregelen. Deze aanpak kent twee fases: De eerste fase is een probleemanalyse met de gedragsbril op en waarin de gebruiker centraal staat. Het doel is om via een gedegen probleemanalyse vanuit het perspectief van de weggebruiker (de parkeerder) tot betere oplossingen te komen. Deze benadering is duidelijk anders dan de klassieke praktijk: 'dit is het probleem' en daar hebben we deze of deze oplossing voor (sjabloon-denken). De tweede fase is de aanpak van gedragsverandering. Hiermee is alleen in de tweede workshop geoefend. Aan de deelnemers was vooraf gevraagd om aan de hand van foto’s en/of beschrijvingen voorbeelden van parkeerproblemen op te sturen. Dat leverde flink wat foto’s op die aan de wanden hingen. Na een kennismakingsrondje werden de foto’s bekeken en door de indieners toegelicht. Voer voor een levendige discussie! Marc de Haan leidde de discussie in aan de hand van een korte presentatie gedragsaanpak. De analysefase bestaat uit een beschouwing van de geconstateerde problematiek aan de hand van vier elementen: het probleemgedrag, doelgedrag, de motieven en weerstanden. De deelnemers kozen in groepjes van drie een probleem en analyseerden deze aan de hand van de vier elementen. Dat was niet eenvoudig maar werd als heel leerzaam ervaren. 3. (te) Hard rijdenMet medewerking van: Maria Kuiken, Royal HaskoningDHV, en Pieter de Haan, Noordelijke Hogeschool LeeuwardenDe problematiek van te hard rijden speelt op alle wegen maar was voor deze dag ingekaderd voor regionale wegen buiten de bebouwde kom. Daar wordt vaak en te hard gereden en komen relatief vaak (ernstige) ongelukken voor. Het logisch gevolg hiervan is dat burgers dan eisen dat er voor een bepaalde weg maatregelen getroffen worden om de rijsnelheid omlaag te brengen. De wegbeheerder wil hier wel aan voldoen, maar zoekt naar de meest efficiënte oplossingen. Extra handhaving is vaak niet mogelijk. Er ontstaat een dilemma: het neerzetten van een snelheidsbord of het plaatsen van een enkele snelheidsremmer op de weg, heeft vaak onvoldoende effect. De situatie vraagt vaak om een grootschaliger en meer duurzame herinrichting van de weg. Daar is vaak het geld niet voor. Gevolg is klachten en frustraties bij alle betrokken partijen. Niet in de laatste plaats de inwoners.Hamvraag: als handhaving en duurzaam veilig niet binnen handbereik liggen hoe boeken we dan toch voortgang in het voorkomen van (te) hard rijden? Dat vraagt om verdieping in de wereld van het brein, shared space en natuurlijk sturen. Maar ook in “het terugnemen van de verantwoordelijkheid”. We kunnen altijd wel naar elkaar blijven wijzen maar we hebben als individu ook een verantwoordelijkheid. Maria Kuiken nam ons met haar presentatie Te hard rijden mee in de wereld van het brein en Pieter de Haan belichte de mogelijkheden van shared space en natuurlijk sturen. Vervolgens zijn de deelnemers in kleine groepjes aan het werk gezet om snelheidsremmers aan te brengen op een foto van een provinciale weg voor weggebruikers. Snelheidsremmers vanuit de kennis die Maria en Pieter hadden aangereikt. Naast oplossingen als versmallingen, andere opstellingen van straatmeubilair en bomen en struiken leidde dat zelfs tot het voorstel voor een spaarsysteem voor lokale bewoners; als men zich een bepaalde periode aan de snelheid houdt kon met de gespaarde punten een kinderspeeltuintje worden aangeschaft. In de nabespreking bleek de grootste uitdaging niet te zitten in het verzinnen van maatregelen, maar te zorgen dat mensen weer gaan nadenken over hun gedrag en dat maatregelen niet binnen de kortste keren zijn uitgewerkt. 4. Haal en brenggedrag rondom scholenMet medewerking van Peter Veenbrink, SOABHoe beïnvloed je het gedrag van ouders, zodat meer kinderen lopend of fietsend naar school gaan en een veilige schoolomgeving ontstaat? Een veilige schoolomgeving is een thema waar gemeentes veel op aangesproken worden. En terecht, toch zijn het vooral de ouders die de sleutel zijn tot de oplossing. Vandaar dat we ook in deze sessie startten met fragmenten uit de DVD ‘Kinderen hebben eigen spelregels’ om als voorbeeld te dienen hoe je ouders kunt informeren over wat kinderen wel en niet kunnen in het verkeer. Een middel om ouders te laten inzien hoe belangrijk het is om zelf met ze in het verkeer te oefenen.In zijn presentatie gaf Peter Veenbrink van Adviesbureau SOAB inzicht in feiten en cijfers rondom de schoolomgeving en het gedrag dat daar optreedt. Dit was ook een voorproefje van het Dashboard over schoolomgeving dat in december op de website van KpVV verschijnt. Om de hersenen wat op te rekken en op een andere manier te denken, gingen we in een ‘omgekeerde’ brainstorm aan de slag om te kijken wat je als ouder nodig hebt om ongehinderd de auto te gebruiken bij het halen en brengen. Naast voor de hand liggende suggesties als het weghalen van fietsenstallingen, kwamen er ook meer out-of-the-box ideeën als ‘een pestproject voor kinderen die ruiken naar zweet’, ‘iedere nieuwe leerling een gratis auto’ en de ‘drive-in-school’ aan de orde. Het is opvallend hoe creatief we kunnen denken als de auto gepromoot moet worden, terwijl je in de praktijk vaak meemaakt dat er alleen behoudende ideeën ter tafel komen als we praten over het stimuleren van fietsen en lopen. Vervolgens maakten we de overstap naar de succes- en faalfactoren uit de praktijk. SOAB is betrokken geweest bij meer dan 180 projecten in de schoolomgeving en heeft inmiddels een lijst van do’s en don’ts opgesteld. Belangrijke noties zijn: pak het structureel, samen en integraal aan op een positieve manier met persoonlijke aandacht. Het is geen standaardrecept met garantie voor succes. Aan de voorkant in het proces aandacht besteden aan bijv. verwachtingen en wat wel en niet kan, vormt een goede basis. Ook het volgen van marketingprincipes (veel communiceren en herhalen) is belangrijk voor succes.Peters verhaal eindigde met een paar projectvoorbeelden die gebruikt kunnen worden in de schoolomgeving en die ook een positieve insteek hebben. Een factsheet met do’s en don’ts werd ook meegegeven.In het gesprek bleek wel dat veel gemeentes al ver zijn in samenwerking bijv. d.m.v. de structuur van het verkeersveiligheidslabel, maar dat het toch moeilijk blijft een bepaalde categorie mensen tot ander gedrag in de schoolomgeving te bewegen. Voor situaties waar het lastig is de schooldirectie mee te krijgen werd de tip gegeven om de ouderraad er bij te betrekken. Als de ouderraad wel aan de slag wil, gaat de directie meestal overstag. 5. Schone voertuigenMet medewerking van Peter van Vendeloo, Roorda ReclamebureauIn deze sessie stond de presentatie van Peter van Vendeloo centraal. Peter heeft zijn wortels bij het Rijk waar hij de Bob campagne naar Nederland heeft gehaald en o.a. de campagne 'Goochem het Gordeldier' bedacht. Zijn visie op gedragscampagnes is dat je om deze te maken niet direct een creatief persoon moet zijn, maar meer een strategisch denker. Je moet immers de lessen uit de gedragspsychologie toepassen (niet creatief dus). Zijn ervaring is dat die gewoon werken. Ook opvallend is dat het merk geen verschil maakt. De deelnemers weten inderdaad nauwelijks welk merk melk ze drinken of welke er bestaan. Je pakt automatisch iets uit het schap. Het draait uiteindelijk om het voorzien in een fundamentele behoefte. Dat doen diverse automerken heel goed. De overheid is geneigd te zeggen wat je moet en wil snel dingen bereiken. En dat werkt dus niet. Er zijn zorgen over hoe ethisch campagnes zijn die inspelen op het onderbewustzijn. Dit leidde al tot het stopzetten van campagnes door een bestuurder. De discussie hierover gaf nog geen ultiem antwoord. Er zitten veel kanten aan. Welk doel en welke maatregel precies? Peter van Vendeloo gaf aan dat tabaksfabrikanten jaren op het onderbewuste hebben ingespeeld en dat het aan de overheid is te danken dat er nu in openbare ruimten niet meer wordt gerookt. Zo'n verschuiving zie je ook bij schone voertuigen. Vroeger wilde iedereen een knetterende brommer, nu begint de elektrische scooter terrein te winnen (zie ook electric-heroes). Straks wil iedereen alleen nog maar schone en stille voertuigen. De originele, grote presentatie kunt u uploaden via Allinx - Int. discussiegroep over mobiliteitsmanagement. Hier kunt u ook de presentatie van Peter van Vendeloo snel bekijken zonder de filmpjes. Of bekijk de losse filmpjes op: electric-heroes; vanish-reclame en diverse auto-reclames op internet. ContactWilma Slinger, wilma.slinger@kpvv.nl Friso Metz, friso.metz@kpvv.nl

    Onderwerpen: Educatie en voorlichting, Schone voertuigen, Aanpak
    Terugblik 15-11-2012

  • Dashboard duurzame en slimme mobiliteit: Het Nieuwe Werken

    Toename bedrijfsresultaat van 16% door Het Nieuwe Werken Vanwege demografische ontwikkelingen moet de arbeidsproductiviteit stijgen, om dezelfde productiviteit te kunne handhaven. Er blijkt een sterke relatie te bestaan tussen flexibilisering van arbeid en het bedrijfsresultaat. Het bedrijfsleven heeft daarom belang bij invoering van het Nieuwe Werken. Telewerken leidt tot minder woon-werk- en zakelijk verkeer en tot meer spitsmijders. Ook nieuwe concepten als werkplekdelen zijn in opkomst. De 1e versie van het dashboard over Het Nieuwe Werken (maart 2011) is nu geheel herziene en gaat in op de laatste stand van zaken. Dashboard duurzame en slimme mobiliteit nr 2: Het Nieuwe Werken Databronbestand nr 2: Het nieuwe werken

    Onderwerp: Aanpak
    Publicatie 14-11-2012

  • Slim reizen: Hoe Europese landen, steden en regio’s gedrag beïnvloeden

    De publicatie bevat een selectie van buitenlandse praktijkcases en een visie over hoe mobiliteitsmanagement zich in Nederland verder kan ontwikkelen. Deze visie is tot stand gekomen op grond van gesprekken met deskundigen uit binnen- en buitenland. Soms belichten die praktijkcases mogelijkheden of maatregelen die belangrijk voor ons zijn, maar nog onbekend zijn. Een andere keer blijkt dat iets wat in Nederland moeizaam gaat, juist goed aanslaat in een ander land. En andersom ook: nog steeds is er internationaal gezien belangstelling voor wat er in Nederland gebeurt. Soms ook met een kritische noot. Als national focal point van het European Platform on Mobility Management (EPOMM) heeft het KpVV de afgelopen jaren regelmatig nuttige ideeën opgedaan uit het buitenland. Die inspiratie wil het KpVV doorgeven aan anderen. Want uit internationale uitwisseling van kennis en ervaringen blijkt telkens weer: er valt veel van elkaar te leren. Op het bijbehorende blog vindt u: uitgebreider overzicht van cases; uniek video- en beeldmateriaal; doorverwijzingen voor meer informatie.

    Onderwerpen: Aanpak, Reisgedrag, Bedrijventerreinen
    Publicatie 19-09-2012

  • KpVV Weblog Slim reizen: internationale praktijkcases

    KpVV-weblog met praktijkcases over mobiliteitsmanagement en gedragsbeïnvloeding in andere Europese landen. Het blog biedt uniek video- en beeldmateriaal en doorverwijzingen naar achtergrondinformatie. Publicatie selectie praktijkcases en een visieEen selectie van praktijkcases in dit blog en een visie over hoe mobiliteitsmanagement zich verder kan ontwikkelen is opgenomen in de gelijknamige KpVV-publicatie. Deze visie is tot stand gekomen op grond van gesprekken met deskundigen uit binnen- en buitenland. Bekijk het weblog U kunt in het weblog ook reageren.

    Onderwerp: Aanpak
    Kennispagina 19-09-2012

  • Mobility Management Monitors Netherlands 2011

    Overzicht van de stand van zaken op het gebied van mobiliteitsmanagement in Nederland. Het rapport is onderdeel van de EPOMM Mobility Management Monitor. Deze monitor geeft een overzicht van de ontwikkeling van mobiliteitsmanagement in 27 EU-landen. Het rapport is alleen in het Engels beschikbaar. Meer informatieOp de website van EPOMM vindt u: - alle Mobility Management monitors van alle 27 EU-landen; - de eerdere edities van de Nederlandse monitor.

    Onderwerp: Aanpak
    Publicatie 15-12-2011

  • Achtergronden: Doelen en resultaten

    Mobiliteitsmanagement leidt tot minder autogebruik. Dit is geen doel op zich, maar een middel om andere doelen te bereiken: bereikbaarheid economie leefbaarheid rechtvaardigheid veiligheid. Aanleidingen mobiliteitsmanagement parkeerproblemen; collectief vervoer ontbreekt; duurzame gebiedsontwikkeling; bereikbaar houden van een gebied of regio; verbeteren van ketenverplaatsingen; groot onderhoud; opvangen van verkeerspieken; kostenbesparing; het zijn van een aantrekkelijke werkgever. Maatregelen Het KpVV onderscheidt zes categorieën: mobiliteitsmaatregelen door werkgevers; fietsstimulering; parkeermaatregelen; stimuleren van openbaar vervoer; informatie en communicatie; overig (gedeeld autogebruik,verbeteren sociale veiligheid). Instrumenten Overheden kunnen een breed scala aan juridische instrumenten inzetten: milieuvergunning convenant Algemene Plaatselijke Verordening (APV) parkeerverordening bouwvergunning. Methoden Handreiking Slim reizen: hoe organiseer je slim reizen? Sumo: voorbereiden, volgen en evalueren van projecten MaxLupo: MM bij de voorbereiding van ruimtelijke plannen Toekan: inschatten van de (MM) opgave bij wegwerkzaamheden. Effecten Om effecten te bereiken met mobiliteitsmanagement is het belangrijk om: in beeld te brengen of betrokken partijen een probleem ervaren; een helder doel te kiezen; projectmatig te werken. SumoBase geeft een overzicht van de effectiviteit van MM-projecten. Monitoring Om de resultaten van projecten zichtbaar te maken, is monitoring nodig. De Sumo-methode maakt dit eenvoudig.

    Onderwerp: Aanpak
    Kennispagina 23-06-2011

  • Wet milieubeheer en mobiliteitsmanagement - 2006

    Wijziging febr. 2011: Nieuwe handreiking ministerie van I&M Beschrijving De Wet milieubeheer (Wm) verplicht bedrijven en organisaties de nadelige gevolgen van het vervoer van personen of goederen van of naar de inrichting (lees: bedrijf) zoveel als redelijkerwijs mogelijk te voorkomen. De Wm maakt onderscheid in vergunningplichtige bedrijven en bedrijven die vallen onder het Activiteitenbesluit: Vergunningplichtige bedrijven moeten bij de vergunningaanvraag informatie verstrekken over de manier waarop ze de nadelige gevolgen van vervoerbewegingen beperken. Het bevoegd gezag kan concrete voorschriften hierover in de vergunning opnemen. Meestal vormen B&W het bevoegd gezag, bij grote inrichtingen GS. Onder het Activiteitenbesluit vallen steeds meer bedrijven, zij hebben geen milieuvergunning nodig. Zij hoeven dus geen informatie te verstrekken. Wel moeten ze voldoen aan de zorgplicht nadelige milieugevolgen zoveel mogelijk te voorkomen of beperken. Het bevoegd gezag kan een maatwerkvoorschrift opleggen als het bedrijf de zorgplicht onvoldoende uitvoert. Ook kan ze hierop handhaven. Doel en doelgroepen Doel is het voorkomen van nadelige gevolgen van vervoer van en naar bedrijven. Betrokken partijen zijn: Vergunningverleners en – handhavers van provincie en gemeente Provincies en (stads)regio’s die verantwoordelijk zijn voor mobiliteitsmanagement Vervoercoördinatiecentra Bedrijven en organisaties. Soorten vervoer: woon-werk en zakelijk verkeer goederenvervoer en bezoekersverkeer. Goederenvervoer en bezoekersverkeer Het bevoegd gezag kan concrete voorschriften over goederenvervoer en bezoekersverkeer opnemen in de milieuvergunning. Een motivatie hiervan is nodig. Voor bedrijven die onder het Activiteitenbesluit vallen, geldt de zorgplicht. Hier zijn geen criteria voor. De kenmerken van het bedrijf en de locatie bepalen wat redelijk is. Van een klein bedrijf in de binnenstad met enkele oude dieselbestelauto’s mogen maatregel worden verwacht. Een groot bedrijf langs de snelweg met schone vrachtwagens en slimme routeplanners hoeft misschien geen extra maatregelen te nemen. Van belang is of er voor het betreffende gebeid overheidsbeleid is met specifieke doelstellingen. Bijvoorbeeld over luchtkwaliteit of uitstoot van broeikasgassen. Toe te passen bij Bedrijven, kantoren, ziekenhuizen, zorginstellingen en publiekstrekkers: bestaand nieuw te vestigen bedrijven (omgevingsvergunning). Aandachtspunten Zorg voor een gecoördineerde aanpak tussen de verkeerssector (provincie, gemeente, vervoerscoördinatiecentra) en de milieusector (vergunningverleners en –handhavers). Stel niet alleen eisen op basis van de milieuwetgeving. Ga het gesprek aan met het bedrijf en samen te zoeken naar mogelijkheden. Leg concrete maatregelen en termijnen op in de vergunning. Maak in beleidsplannen doelstellingen waarnaar je kunt verwijzen bij vergunningverlening en - handhaving. Het bevoegd gezag kan een bedrijf handhaven dat zich niet aan de voorschriften houdt. Ze kunnen een dwangsom opleggen of bestuursdwang toepassen. Achtergrond puntensysteemIn 2007 is er een voorstel ontwikkeld voor een puntensysteem. Dit zou de regels voor bedrijven onder het Activiteitenbesluit versimpelen. Werkgeversorganisaties hebben zich tegen dit voorstel gekant. Een advies van de SER leidde tot de instelling van de Taskforce Mobiliteitsmanagement. De Taskforce heeft voorstellen ontwikkeld voor niet-vrijblijvend mobiliteitsmanagement. De evaluatie hiervan liet zien dat er resultaten zijn bereikt. Het doel (5% minder autoverkeer in de spits) is nog niet gehaald. Vanaf 15 maart 2011 ligt het initiatief bij het Platform Slim werken Slim reizen. In 2012 beoordeelt de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu of er voldoende vooruitgang is geboekt. De invoering van het puntensysteem is uitgesteld tot 1 januari 2013. PraktijkvoorbeeldDe Dienst Milieu- en Bouwtoezicht van de gemeente Amsterdam heeft een aanpak ontwikkeld voor mobiliteitsmanagement. Voor het verbeteren van de luchtkwaliteit is dit belangrijk. Milieu-inspecteurs controleren bij zo’n 200 bedrijven of die voldoen aan de eisen en of ze de juiste maatregelen treffen. Criteria: meer dan 100 werknemers meer dan 500 bezoekers per dag meer dan 2 mln vrachtkilometers per jaar (verladers en uitbesteed vervoer) meer dan 1 mln transportkilometers (eigen vervoerders). Meer informatie InfoMil: informatie over toepassing van de Wet milieubeheer voor vervoer. Handreiking 'Vervoermanagement/ mobiliteitsmanagement van en naar een inrichting' Samenvatting wetteksten puntensysteem Literatuur KpVV-bericht 34: Mobiliteitsmanagement minder vrijblijvend KpVV-bericht 51: Werkgevers willen niet-vrijblijvend mobiliteitsmanagement KpVV-bericht 72: Taskforce Mobiliteitsmanagement: de losse initiatiefjes voorbij InfoMil Informatieblad ‘Vervoermanagement met bedrijven’ InfoMil Informatieblad ‘Vervoermanagement bij publiekstrekkers’ InfoMil Informatieblad ‘Mobiliteitsmanagement bij ziekenhuizen en zorginstellingen'.

    Onderwerp: Aanpak
    Instrument 17-02-2011

  • Sumo maakt maatregelen en beleid effectiever

    Paper voor het Colloquiem Vervoersplanologisch Speurwerk. In veel mobiliteitsprojecten is het de bedoeling dat een bepaalde groep mensen anders gaat reizen. Zulke projecten worden vaak niet goed doordacht, waardoor het effect vaak tegenvalt. Als dit al gemeten kan worden. Sumo-methode De Sumo-methode helpt om aan het begin van een project goed na te denken over projectdoelen, doelgroepen en het werven van deelnemers. Dat leidt tot een betere uitvoering en meer effect. Ook lukt het om uitspraken over het effect te doen, want Sumo koppelt projectdefinitie en evaluatie aan elkaar. Zweden vs Nederland De paper beschrijft de werkwijze van Sumo aan de hand van een Zweeds en een Nederlands project. Het Zweedse project is aan de hand van Sumo vormgegeven en geëvalueerd. Het succes is aantoonbaar. Het Nederlandse project - zonder Sumo - illustreert wat er mis gaat in projecten. Daarmee laat het zien hoe een goed projectontwerp kan leiden tot (kosten)effectievere projecten. Meer informatieSumo-Methode Presentatie CVS-congres 2010CVS-congres

    Onderwerpen: Aanpak, Reisgedrag
    Publicatie 19-01-2011

  • Beleidsevaluatie Taskforce Mobiliteitsmanagement

    De beleidsevaluatie beantwoordt de vraag of de resultaten van de Taskforce Mobiliteitsmanagement voldoende reden geven om af te zien van invoering van een ministeriële regeling die werkgevers verplicht om aan mobiliteitsmanagement te doen. Instelling Taskforce MobiliteitsmanagementDe Taskforce Mobiliteitsmanagement is in 2007 ingesteld naar aanleiding van een advies van de Sociaal Economische Raad (SER). De Taskforce bestond uit vertegenwoordigers van de sociale partners, de decentrale overheden, het bedrijfsleven, ANWB, Natuur en Milieu en de Rijksoverheid en werd voorgezeten door Lodewijk de Waal. Doelen TaskforceDe Taskforce heeft een advies aangeboden aan het kabinet. Dat omarmde de voorstellen en droeg de Taskforce op om de volgende doelen te realiseren: uitbreiden aantal convenantregio’s en aantal betrokken werkgevers en werknemers; maken van niet-vrijblijvende afspraken met werkgevers; in gang zetten van een onomkeerbaar groeiproces; aanpassen van CAO’s op basis van het advies van de Stichting van de Arbeid; 5% reductie autokilometers in de spits en de bijbehorende milieuitstoot in deelnemende regio’s. ResultatenDe Taskforce heeft mobiliteitsmanagement in gang gezet in een groot aantal regio’s. De maatregelen hebben daadwerkelijk een gunstig effect op het aantal autoverplaatsingen in de spits. Een eerste stap is gezet naar de 5% reductie van het aantal autokilometers in de spits. deelnemende regio's. Om het doel te halen is het nodig dat nog meer werkgevers maatregelen gaan treffen. Werkgeverskringen zullen hiertoe initiatief moeten nemen in samenwerking

    Onderwerpen: Aanpak, Bedrijventerreinen
    Publicatie 4-01-2011

  • Sumo

    De Sumo-methode is ontwikkeld om reisgedrag te beïnvloeden. Sumo helpt om scherp te krijgen wat je met een project wilt bereiken en wat daarvoor nodig is. Ook maakt het maakt duidelijk welke stappen een project moet bevatten. Sumo splitst het proces van gedragsverandering op in kleine stapjes. Dat helpt om inzichtelijk te maken wat er tijdens projecten gebeurt. En om als het resultaat tegenvalt. Aan het eind komen de effecten naar voren. Het is niet altijd nodig alle stappen van Sumo te doorlopen. Soms kun je tussenstappen overslaan zonder dat het zicht op de effecten verdwijnt. Meer informatie Brochure 'Stap voor stap naar ander reisgedrag met Sumo' MaxEva: effectstudies mobiliteitsmanagement Tips over evalueren Voorbeelden Proefreiziger Fietsactie Stockholm LundaMats (mobiliteitsmanagement Lund) Mobiliteitsmanagement A6 Hollandse Brug Tools Sjablonen 1 (projectplan) en 2 (monitoringsplan) Sjablonen 3 (evaluatie) en 4 (kosteneffectiviteit) Soorten reizigers Vragenlijsten Kengetallen voor het bepalen van de effecten Controlegroepen Meer tools Sumo-training (door DTV consultants) CVS-paper: effectieve projecten met Sumo Sumo-groep op Allinx

    Onderwerp: Aanpak
    Instrument 1-01-2011

  • KpVV-bericht nr. 99: Creatieve oplossingen voor vervoer naar bedrijventerreinen

    Er wordt vaak gepleit voor een goede ontsluiting van bedrijventerreinen met openbaar vervoer. Want er werken veel mensen die dagelijks in de spits met de auto naar het werk gaan. Wat is er dan logischer dan goed openbaar vervoer in de strijd tegen files? Juist op bedrijventerreinen ontbreekt dit of is het van matige kwaliteit.

    Onderwerpen: Aanpak, Bedrijventerreinen
    Publicatie 6-10-2010