Schone voertuigen in Stockholm
Beschrijving Stockholm wil een grote rol spelen in het ontwikkelen van een markt voor schone brandstoffen en voertuigen. Deze “bottom-up” benadering heeft in Zweden zijn waarde al bewezen in het afgelopen decennium: er rijden nu 160.000 schone voertuigen in de stad: 14 procent van het totaal. Steden kunnen een zeer belangrijke rol hebben bij de transitie naar schone voertuigen om verschillende redenen, zoals hieronder beschreven. De Stadsregio Arnhem Nijmegen volgt een vergelijkbare strategie (zie praktijkvoorbeeld Arnhem Nijmegen). Doel, doelgroep en visie Stockholm heeft binnen zijn schone voertuigen strategie, die al meer dan 15 jaar in ontwikkeling en uitvoer is, heel duidelijke doelgroepen onderscheiden in de volgende fases: In het begin vooral de eigen gemeente (vergroenen eigen voertuigen). Vervolgens de auto-industrie, om een nieuwe markt te creëren. Daarna brandstofproducenten, om aanbod te garanderen. Regionale en nationale overheden om positieve prikkels te genereren. De markt: eerst gemeente-gerelateerde bedrijven die met vervoer te maken hebben. Commerciële 'early adopters'. Het grote publiek, dat via allerhande campagnes en informatiestromen geïnformeerd en overgehaald wordt. Stockholm kent een visie: In het centrum wil men elektrische voertuigen met beperkte actieradius en de laagste emissie. In een cirkel daarbuiten auto’s op biogas, ook nog redelijk schoon,met een iets grotere actieradius (evt. heeft men altijd een benzinemotor aan bord) en voor de langere afstanden bioethanol.AanpakStockholm is gestart met zware voertuigen, zoals bussen en vuilnisophaalwagens. Omdat zij vaak brandstof tanken op een beperkt aantal plekken, is dit een relatief makkelijke groep om mee te starten. Bovendien zijn zij vaak meer vervuilend dan personenauto’s, dus valt er sneller CO2-besparing te behalen.Vergroenen eigen voertuigenStockholm is daarnaast gestart met het vergroenen van de eigen voertuigen, zoals schoolvervoer, taxi’s en auto’s van het gemeente personeel. Hiermee wilde Stockholm een voorbeeld stellen als stad. In 1998 startte de stad met 300 elektrische auto’s, op dit moment is de stad eigenaar van 1800 schone wagens en in 2014 zal de gemeentelijke vloot uit 100 procent schone voertuigen bestaan.Vergroenen nieuwe voertuigen door 'joint procurement'Naast de focus op de eigen voertuigen is een ander doel dat 50 procent van alle nieuwe (privé) voertuigen in Stockholm schoon is in 2014. Op dit moment is dat 40 procent. Hoe bereikte Stockholm dit hoge percentage? Initieel waren er geen schone auto’s beschikbaar op de markt. De stad besloot toen een gezamenlijke aanbesteding op te zetten: het vinden van een grote groep kopers om momentum te creëren en de auto-industrie over te halen. Stockholm betrok grote marktpartijen zoals Ikea, DHL en Coca Cola en ook andere Zweedse steden en NGO's in het consortium. Toen het zeker was dat er minimaal 3000 kopers zouden zijn, kwam in het jaar 2000 hierdoor de nieuwe en innovatieve Ford Focus Ethanol (FlexFuel Vehicle) vervroegd op de markt. Ford beprijsde de auto 500€ onder de gewone benzine versie en lanceerde daarnaast een uitgebreide media campagne. Volvo volgde het ethanol-voorbeeld van Ford snel en zo bereikte Zweden het gewenste sneeuwbaleffect. Nu zijn 50 procent van alle beschikbare nieuwe voertuigen ook in “schone variant” beschikbaar.Welke brandstoffen?Op het brandstoffenvlak richtte Stockholm zich op biomethaan (biogas) en ethanol. Biogas wordt lokaal geproduceerd door afvalwaterzuiveringsbedrijven. Initieel was er nog geen netwerk en moest een nieuw leveringssysteem ontwikkeld worden. Dit was een lang en moeilijk proces, door de vele betrokken (markt)partijen voor wie het winstgevend moest zijn. Over ethanol vond veel debat plaats. Stockholm werkte samen in een Europees project met o.a. Rotterdam en de Universiteit van Utrecht om het meest geschikte type en de meest geschikte producent te vinden (o.b.v een model). In Stockholm biedt 95 procent van alle tankstations biogas, elektriciteit en/of ethanol aan. Dit helpt de stad bij de promotie hiervan. Naast schone brandstof bieden deze tankstations ook normale diensten als toilet, koffie, snoep, kanten etc., zodat het als een normaal tankstation (en normale brandstof) wordt beschouwd.In Nederland is men terughoudend met ethanol omdat dit concurreert met de voedselvoorziening, zeker waar het de 1e generatie biobrandstoffen betreft. De gewassen die hiervoor nodig zijn groeien niet in ons land en het is zeer moeilijk te controleren of deze gewassen ten koste gaan van de voedselvoorziening van minder rijke mensen elders in onze wereld. In Arnhem Nijmegen kiest men voor biotmehtaan (biogas). Dit wordt grotendeels geproduceerd uit afval en mest en concurreert daarom niet met voedsel.Zweden heeft zoveel ruimte dat zij nauwelijks voedsel importeren en het ethische probleem geen probleem speelt: er is land genoeg om naast voedsel ook voor brandstof gewassen te telen.Biogas is niet het gouden ei: er is niet voldoende beschikbaar voor alle voertuigen en er zullen dus meer schone brandstoffen op de markt moeten zijn. Daarnaast zijn schone brandstoffen natuurlijk maar een deel van de oplossing van het congestie- en emissieproblem. Stockholm groeit jaarlijks met 35.000 inwoners, oftewel 2 volle bussen per dag. Nieuw en beter openbaar vervoer (bus, metro, tram) is dus ook essentieel.Nationale prikkelsRijden op schone brandstoffen was nog een tijd duurder dan rijden op reguliere brandstoffen. Daarom werden op nationaal vlak langdurige belastingvoordelen voor biobrandstoffen geïntroduceerd die de prijzen (per km) gelijktrokken. De burgermeesters van Stockholm, Malmö en Göteborg hebben hier jarenlang intensief voor moeten lobbyen bij verschillende ministeries, zoals Financiën, Industrie, Transport en Milieu. Dit belastingvoordeel voor de lange termijn is een belangrijk element dat in Nederland ontbreekt door de steeds wisselende politieke kleur van de regering. In Zweden zijn deze wisselingen er ook, maar is er toch een nationaal kader gesteld voor de lange termijn waar alle politieke partijen zich in kunnen vinden. Naast deze maatregel werd het aanbieden van schone brandstoffen bij tankstations verplicht gesteld door de nationale overheid en kwam er een nationale definitie van schone voertuigen. Dit nadat in de jaren 90 de grootste Zweedse steden elk hun eigen definities hadden opgesteld, wat voor veel verwarring zorgde. Gezamenlijk vroegen zij de nationale overheid herhaaldelijk om een nationale definitie, die er na veel aandringen kwam. Tegenwoordig volgt deze de Europese lijn. De nationale definitie maakte de aanbestedingsprocedures in Zweden makkelijker. De definitie die wordt gehanteerd is: Een voertuig is schoon als het minder dan 120 g CO2 per km uitstoot, gemeten aan de uitlaat.Volgens deze definitie kunnen schone voertuigen rijden op biogas, diesel, benzine, hybride of geheel elektrische aangedreven worden.Lokale prikkels: beprijzingVervolgens boden de Zweedse steden lokaal allerlei aanvullende voordelen aan, zoals gereduceerde parkeertarieven en gereduceerde congestieheffing voor schone voertuigen, speciale parkeerplaatsen, toegang tot de busbaan en prioriteit voor schone taxi’s (bijvoorbeeld bij het vliegveld was dit een simpele en effectieve maatregel). Jonas Ericson geeft aan dat dit soort maatregelen vooral gebruikt moeten worden om een markt van de grond te krijgen. Zodra er een markt gecreëerd is, is het goed om het weer uit te faseren, zoals nu het afbouwen van de korting op parkeertarieven en congestieheffing in Stockholm.De markt: eerst bedrijven die voor de gemeente werken, daarna de restNadat de beschikbaarheid van voertuigen, de gelijke prijs van de schone brandstoffen en de verschillende stimuleringsmaatregelen geregeld waren, werd de markt aangesproken. Eerst werden bedrijven die voor de gemeente werken benaderd, zoals ov-bedrijven, vuilnisophaaldiensten, gehandicaptenvervoer, koeriersdiensten, schoolvervoer, beveiliging, interne postdiensten, etc. In het eerste contract met de gemeente stond dat zij aan het einde van het contract 5 procent schone voertuigen in hun vloot moesten hebben. In het volgende contract werd dat als uitgangspunt genomen en 10 procent als einddoel gesteld. Zo werd het aandeel schone voertuigen steeds uitgebreid en tegenwoordig hebben de meeste bedrijven 50-100 procent schone voertuigen in hun vloot. Vervolgens werden grote commerciële bedrijven aangesproken die interesse zouden kunnen hebben om hun vloot te vergroenen. Scandic Hotels, de Zweedse televisie, DHL, Coca Cola en Ikea zijn voorbeelden van deze 'early adopters' die als goed voorbeeld voor andere bedrijven bekend kwamen te staan.Het grote publiekPas nadat op deze manier ook de commerciële markt was benaderd, werden er campagnes op het grote publiek losgelaten. Via evenementen, advertenties in kranten en op tv, een telefonische advieslijn en een succesvolle website werd het publiek geïnformeerd en overgehaald tot het gebruik van schone auto’s en brandstoffen. De website over biogas is een van de belangrijkste informatiebronnen voor het publiek en alle autoriteiten (nationaal, regionaal, lokaal). EffectHet resultaat van deze weldoordachte strategie is 160.000 schone voertuigen in Stockholm in zo’n 15 jaar: 14 procent van het totale aantal. Vergelijking met Arnhem NijmegenDe 'bottom-up' benadering in Stockholm dient als voorbeeld voor de regio Arnhem Nijmegen. De steden waren en zijn daar de drijvende kracht achter schone brandstoffen en de nationale overheid volgt. Volgens Jonas Ericson, City of Stockholm, hebben steden een zeer belangrijke rol bij de transitie naar schone voertuigen. Stockholm is eigenaar van een grote lokale vloot die zij kunnen beïnvloeden. Zij kunnen in de brandstofinfrastructuur voorzien en de ingrediënten voor schonen brandstoffen (mede)leveren. Zij kunnen belasting- en andere voordelen bieden aan gebruikers van schone voertuigen. Zij zijn een inkoper van (openbaar) vervoer en kunnen daarin dus ook eisen stellen. Steden hebben de autoriteit om het publiek van neutrale informatie te voorzien. In Stockholm is een groot deel van de keten in handen van de overheid, waar we in Nederland te maken hebben met veel losse bedrijven, van inzamelaars, verwerkers, tankstationbouwers en afnemers die allemaal de beste prijs willen. Om al deze partijen op een lijn te krijgen is het rekenmodel dat in Arnhem Nijmegen is ontwikkeld een belangrijk hulpmiddel.Met de ov-concessie komen er nu 225 schone bussen bij in Arnhem Nijmegen. Voor Nederlandse begrippen is dit een doorbraak. Het voorbeeld van Stockholm (nu 14 procent) laat zien dat dit een opmaat kan worden naar een mobiliteitssysteem waarbij een groot deel van het wagenpark op schone brandstoffen rijdt. Het ‘verschonen’ van het wagenpark is ook een belangrijke stimulans voor de economie: alleen al voor de ov-concessie van Arnhem Nijmegen (225 bussen op groengas) gaat het bedrijfsleven € 70 miljoen investeren.Arnhem Nijmegen ziet de rol van de regionale en lokale overheid vooral om te initiëren en beleid te maken, om het proces te versnellen en faciliteren (o.a. advisering met rekenmodellen en business cases) en ten slotte om partijen te verbinden en kennis te verspreiden. Deze aanpak komt overeen met die in Stockholm.Nederland kent een uitgebreid (aard)gasnetwerk, Zweden slechts een van beperkte omvang. In Zweden wordt weer relatief meer ethanol gebruikt. Een ander verschil is dat op het gebied van infrastructuur voor schone brandstoffen in Nederland een grotere rol voor de markt wordt overgelaten. Echter, in beide landen kunnen de (lokale en regionale) overheden een grote rol nemen doordat zij verantwoordelijk zijn voor veel soorten vervoer in hun stad / provincie. De grote rol van steden in “PR en marketing” voor schone brandstoffen is in Nederland nog nauwelijks te vinden. Meer informatie Dhr. Jonas Ericson Clean Vehicles UnitCity of StockholmPostbus 8136, S-104 20 Stockholm, SwedenTelefoon: + 46 850 828 946 / +46 761 228 946Email: jonas.ericson@stockholm.seTerugblik bijeenkomstLees meer in de terugblik van de bijeenkomst KpVV reeks 'Duurzame mobiliteit in de EU: schone voertuigen in Stockholm, Arnhem en Nijmegen.