Zoeken

Parkeer en reis (16 resultaten)

Gemeenten en regio’s besteden veel aandacht aan Parkeer en Reis. Er worden veel plannen gemaakt. Lees meer...

De aanduiding Parkeer en Reis (P+R) is te vinden bij parkeerterreinen die een overstapfunctie vervullen naar het openbaar vervoer. Dat kan de trein of bus zijn, maar ook een fast ferry of strandexpres. P+R-voorzieningen vergroten de bereikbaarheid van steden en verlichten de parkeerdruk op werklocaties of attractiepunten. Er zijn meer dan 400 van deze terreinen.

Bij P+R-voorzieningen zijn vaak meer partijen betrokken. Dit biedt perspectieven voor de financiering. Niet alleen belanghebbenden als ondernemers en projectontwikkelaars op de bestemmingslocaties hebben baat bij P+R. Wegbeheerders hebben belang bij ontlasting van delen van hun wegennet. Ov-bedrijven hebben interesse in extra reizigers en inkomsten.

Gevonden in de kennisbank:

  • P+R 2.0: Op weg naar het beter benutten van P+R

    P+R vergroot de bereikbaarheid van regio’s en steden, verlicht de parkeerdruk op werklocaties of attractiepunten en draagt bij aan een duurzame leefomgeving. Het aantal P+R-locaties en de kwaliteit van deze terreinen stijgt. Maar de maximale potentie van P+R is nog niet benut. Dit KpVV document vormt een handreiking voor alle partijen om P+R beter te benutten als schakel in integraal mobiliteitsbeleid.

    Onderwerpen: Beleid, Parkeer en reis
    Publicatie 7-06-2013

  • KpVV Bericht nr. 121: P+R 2.0

    Op weg naar beter benutten P+R vergroot de bereikbaarheid van regio’s en steden, verlicht de parkeerdruk op werklocaties of attractiepunten en draagt bij aan een duurzame leefomgeving. Het aantal P+R-locaties en de kwaliteit van deze terreinen stijgt. Maar de maximale potentie van P+R is nog niet benut. Dit KpVV bericht vormt een handreiking voor alle partijen om P+R beter te benutten als schakel in integraal mobiliteitsbeleid.

    Onderwerpen: Parkeren, Parkeer en reis
    Publicatie 29-05-2013

  • Dashboard duurzame en slimme mobiliteit: P+R en carpool

    790 P+R en carpoolpleinen in Nederland.Met in totaal 80.000 parkeerplekken. Galgenwaard grootste P+R. Dat blijkt uit een inventarisatie door het KpVV. Er zijn ca. 80.000 parkeerplaatsen voor P+R en carpool in Nederland: 446 P+R locaties met 70.600 parkeerplaatsen en 334 carpoolpleinen met 9.400 parkeerplaatsen. Dit is bijna 1% van het totaal aantal openbare parkeerplaatsen. De meeste P+R locaties bevinden zich naast een treinstation. De grootste locaties liggen echter in stedelijke gebieden en bieden bus, tram of metro als natransport. Het grootste P+R terrein ligt bij het Galgenwaardstadion in Utrecht en heeft 1283 parkeerplaatsen. Zeeland is de provincie met de meeste carpoolparkeerplaatsen per inwoner. Overstappen is een belangrijk thema in veel beleidsplannen. Maar het beleidsterrein blijft een niemandsland. Dat blijkt uit de beschikbare data: die zijn er nauwelijks. Slechts enkele regio’s hebben inzicht in de capaciteit en de bezetting van P+R locaties en carpoolpleinen. Regio’s met ambities op deze terreinen beschikken in de regel wel over deze data. Meer over P+R en carpool leest u in de nieuwste editie van het Dashboard duurzame en slimme mobiliteit. Dashboard duurzame en slimme mobiliteit: P+R en carpool- Databron: P+R en carpool- Kaart P+R en carpool

    Onderwerpen: Parkeer en reis, Duurzame mobiliteit
    Publicatie 27-02-2013

  • Bijeenkomst Leergroep ketenmobiliteit P+R / Transferia (2e)

    Twitter: #leergroepPenR Op de tweede bijeenkomst kwamen 22 professionals, waarvan 9 ook de eerste op 13 juni bezochten. Ook dit keer een mix van vertegenwoordigers van overheden, consultants en overige organisaties. De leergroep is een coproductie van KpVV en Agentschap NL. Centraal stonden dit keer de strategie en het proces voor het verbeteren van P+R/Transferia, in zowel vervoerkundig opzicht als van duurzaamheid. Plenair gedeelteNa een kort welkomstwoord van Martien Das (Agentschap NL en Themateam) waren er drie inleidende lezingen:- Rijksbeleid Knooppunten/P+R (SVIR/Programma Beter Benutten) Met de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) wordt een vrij fundamentele wijziging van rijksbeleid met betrekking tot mobiliteit ingezet. Lag in de afgelopen periode de nadruk vooral op knelpuntenaanpak (zie ook de Natinoale Markt en Capaciteits Analyse (NMCA) en op de hoofdstructuur (omdat daar de formele rijksverantwoordelijkheid ligt), nu is het beleid vooral gericht op bereikbaarheid van belangrijke stedelijk-economische locaties en op een betere benutting van bestaande netwerken en knopen. Presentatie Emile Dil, Ministerie IenM. - P+R beleid regio Groningen AssenHet beleid is hier begin 2012 geactualiseerd. Doelstellingen zijn: verbeteren bereikbaarheid regio, ruimtelijke kwaliteit stad, beter benutting openbaar vervoer. Sleutels voor een succesvol P+R zijn onder andere: veiligheid/betrouwbaarheid, snelheid en gemak, en goede informatievoorzieningen als ITS langs de weg en op de terreinen. Presentatie Kees Anker, regio Groningen Assen - Multi-Use Transferium In dit project wordt een businesscase opgesteld voor een P+R-(plus)faciliteit of transferium. De verschillende mogelijke functies worden onderzocht, beginnend bij een P +R / Park & Bike functie tot en met een volledig Multi-use Transferium waarin stedelijke distributie, afvalmanagement, overloop evenement-parkeren, collectieve parkeeroplossingen voor de omgeving etc een plek krijgen. Op basis van een haalbaarheidsstudie wordt ook een pilot uitgevoerd. Presentatie Minze Walvius, Advier GesprekstafelsNa een korte pauze waren er drie gesprekstafel. Elke gesprekstafel draaide tweemaal. Strategie Knooppunten beleid, o.l.v. Emile Dil, min. IenM (zie Samenvatting) Bijdrage P+R aan duurzaam mobiliteitsbeleid, o.l.v. Martien Das, Agentschap NL (zie Samenvatting) Initiatiefnemers en probleemeigenaren, over verantwoordelijkheden, lef en leiderschap, o.l.v. Minze Walvius, Advier. (zie Samenvatting en presentatie) VervolgactiviteitenIn opdracht van het KpVV en Agentschap NL wordt nu een deskresearch uitgevoerd naar de laatste stand van zaken rondom P+R, wat nodig is om P+R een stap verder te brengen in zowel vervoerkundig opzicht als de bijdrage aan een duurzamer verkeer- en vervoersysteem. De derde leergroepsessie, waarbij de aanleg en exploitatie van P+R centraal zullen staan, zal naar verwachting begin 2013 worden gehouden. Publicaties over P+R KpVV-site: In de Kennisbank > Parkeren >Parkeer en Reis CROW-uitgaven: - Parkeren en luchtkwaliteit nr. 218m - Ontwerpwijzer overstappunten nr. 235- Carpoolpleinen – van beleid tot uitvoering nr. 254Te bestellen via www.crow.nl/publicaties OV-bureau Randstad: - Projectplan P+R naar een gezamenlijke strategie- Reisinformatie op P+R terreinenZie www.ov-bureaurandstad.nl/documenten Agentschap NL- Innovatief Reizen van en naar het station - Nationale Reisvraag www.agentschapnl.nl/vanennaarhetstation ContactVoor meer informatie kunt u mailen naar info@kpvv.nl. Bram van Luipen - KpVV

    Onderwerp: Parkeer en reis
    Terugblik 8-10-2012

  • Bijeenkomst Leergroep ketenmobiliteit P+R / Transferia

    Twitter: #leergroepPenR Op woensdag 13 juni 2012 kwamen 40 professionals bijeen om als leergroep actuele vraagstukken rond P+R en de bijdrage daarvan aan duurzame mobiliteit te verkennen. Ruim de helft was afkomstig van overheden. Verder waren er enkele overige organisaties en consultants. Deze leergroepbijeenkomst was een coproductie van KpVV en Agentschap NL.Achtergrond van de leergang en bijeenkomst is dat het Themateam Duurzame Mobiliteit via leergroepbijeenkomsten gemeenten kennis willen bij brengen om een impuls te geven aan de ontwikkeling van P+R aan stadsranden en de effectiviteit te verbeteren om zo bij te dragen aan duurzaam vervoer via klimaat, milieu en bereikbaarheidsdoelen. Het KpVV wil onderzoeken wat nodig is om P+R een stap verder te brengen. Plenair gedeelte- Bram van Luipen (KpVV) trapte af met een korte verhandeling over vernieuwde energie op P+R en Transferia. P+R staat weer prominent op verschillende agenda’s. Er is al heel veel bekend over P+R en vastgelegd in tal van kennis-documenten. Toch is er meer nodig om P+R een stap verder te brengen. Wat precies, welke richting moeten we op? Dat willen we in deze bijeenkomst achterhalen. Presentatie Bram van Luipen - Martien Das (Agentschap NL en Themateam Duurzame Mobiliteit gemeenten) hield een kort betoog over duurzame mobiliteit en P+R/transferia. P+R/transferia kunnen een bijdrage leveren aan veel gemeentelijke beleidsdoelen, zoals economie, klimaatbeleid, bereikbaarheid, wegverkeerslawaai, luchtkwaliteit, gemak, verkeersbeleid, duurzaam ondernemen. Haar advies is om hiervan bewust te zijn, elkaar hierover op te zoeken en het beleid en instrumentarium te versterken. Presentatie Martien Das - Bart van Lith (gemeente Utrecht) houdt zich bezig met ‘off street’ parkeren, waar ook P+R onder valt. Bart gaf een compact en helder overzicht van de context en uitvoering van het P+R-beleid in Utrecht. Investeren in ov, fiets en P+R is een van de zes sporen in het actieplan Luchtkwaliteit Utrecht. Het P+R beleid wordt nu herijkt en dat betekent een concentratie op drie P+R-hoofdlocaties: De Uithof, Westraven en Leidsche Rijn Centrum. Daarbij staat centraal: het stimuleren van P+R-gebruik bij NS-stations en andere ov- knooppunten in de stad en regio en het verbeteren van gebuikersgemak en overstapvoorzieningen op ov en fiets op P+R locaties. ‘Slim’ is het sleutelwoord in de Utrechtse marketingstrategie..Presentatie Bart van Lith - Marien Bakker (Agentschap NL) legde de link tussen P+R en de bijdrage daarvan aan Luchtkwaliteit, Geluid en Klimaat. In het onlangs afgesloten SOLVE-programma is daar kwantitatief onderzoek naar gedaan. P+R’s kunnen, afhankelijk van hun locatie de uitstoot van PM 10 tussen 2,8 en 4,5 procent reduceren en NO2 tussen 2,0 en 3,1 procent. Dit zijn indicaties omdat de situatie lokaal sterk kunnen variëren. P+R werkt echter niet zonder flankerend beleid zoals regulering van het centrumparkeren (beperkte beschikbaarheid en voldoende hoge tarieven). Overall conclusie is dat P+R aan de stadsranden vooral bijdraagt aan een verbetering van de lokale luchtkwaliteit en geluidsbelasting. Voor de reductie van de CO2-uitstoot energiegebruik in het verkeer is het effectiever om in te zetten op de herkomst P+R. Presentatie Marien Bakker - Ed Graumans ontwikkelt nu (als zelfstandig adviseur) voor de provincie Utrecht een kaderstellende visie voor P+R. Zijn definitie van P+R is dat dit het autogebruik faciliteert met als doel om reizigers uit de auto te krijgen. Essentieel bij P+R is verandering van mobiliteitsgedrag om zo het verkeer en vervoersysteem te verduurzamen. Daarbij speelt de zgn. klantwenspiramide een grote rol. Enkele van de uitdagingen in de regio Utrecht zijn: ontwikkelen van een regionale marketingaanpak en het volledig ontschotten voor de reiziger. Presentatie Ed Graumans - Richard John (associate partner bij Advies) gaf een boeiende uiteenzetting van het belang van marketing en communicatie binnen P+R. John’s visie is dat dit aspect het beste vanuit belevingsmanagement te benaderen is en gaf daar een aantal aansprekende voorbeelden van.De rode draad is de reis van de klant (customer journey): oriëntatie, besluitvorming en gebruik. Vertaald naar P+R: langsrijden, parkeren, overstappen en reizen. Sleutelwoord voor de gebruiker is ‘vanzelfsprekendheid’: de klant moet niet hoeven nadenken als hij/zij van een P+R-gelegenheid gebruik maakt. Een belangrijk, maar vaak vergeten aspect is de weg terug: verschaf de (potentiële) P+R-gebruiker hier duidelijkheid over.Presentatie Richard John MiddagprogrammaEen inventarisatie onder de deelnemers leverde een groot aantal interessante vragen rond P+R op.Deze vragen zijn verdeeld over vier thema’s en besproken in groepjes. Thema’s: • Marketing en communicatie • Locatie en vervoersaspecten• Samenwerking• Businesscase and flankerend beleid Bezoek P+R WestravenDe bijeenkomst werd afgerond met een bezoek aan P+R Westraven. Deze ligt nabij de kruising van de A12 en de sneltram naar Nieuwegein en het centrum van Utrecht. Deze P+R heeft een dubbelfunctie: overstappunt en parkeergarage voor Rijkswaterstaat en andere bedrijven. Er zijn ook OV-fietsen te huur. VervolgInmiddels is een start gemaakt met de voorbereiding van twee vervolgsessies. De eerste vindt plaats begin oktober 2012. Aan de hand van de leerervaringen van de bijeenkomst van 13 juni wordt het thema en het programma nader uitgewerkt. Kennis over P+RKpVV-downloads: zie www.kpvv.nl > Kennisbank > Parkeren > Parkeer en Reis CROW-uitgaven: - Nr. 218m Parkeren en luchtkwaliteit- Nr. 235 Ontwerpwijzer overstappunten- Nr. 254 Carpoolpleinen – van beleid tot uitvoering Te bestellen via www.crow.nl/shop of bel 0318-695315 OV-bureau Randstad: zie www.ov-bureaurandstad.nl/documenten- Projectplan P+R naar een gezamenlijke strategie- Reisinformatie op P+R terreinen ContactBram van Luipen - KpVVEmail: bram.vanluipen@kpvv.nl

    Onderwerp: Parkeer en reis
    Terugblik 13-06-2012

  • Sociaal veilig parkeren in beeld. Een handreiking voor prettige P+R terreinen.

    Hoe zorg je ervoor dat een P+R terrein sociaal veilig wordt en blijft? Deze handreiking gaat in op hoe gemeenten, provincies en stadsregio's sociaal veilige en prettige P+R terreinen realiseren. Belang van ketenmobiliteit Wanneer we kijken naar het steeds groter wordende belang van ketenmobiliteit is het belangrijk dat ook P+R terreinen sociaal veilig zijn. We moeten alle schakels in de zogenoemde mobiliteitsketen - ‘van deur tot deur’ - bij de aanpak betrekken. Belangrijke schakels in die keten zijn de parkeerterreinen bij stations, belangrijke vervoersknooppunten en transferia. Toch krijgen deze P+R terreinen niet altijd de aandacht die ze verdienen. Vandaar dat het Kennisplatform Verkeer en Vervoer heeft besloten een aparte handreiking te ontwikkelen over sociaal veilige P+R terreinen. Wat staat er in en voor wie is deze handreiking?In deze handreiking besteden we zowel aandacht aan de te nemen maatregelen als aan de partijen die hierbij betrokken zijn. Deze handreiking is geschreven voor gemeenten - in het bijzonder de afdelingen verkeer en vervoer, ruimtelijke ontwikkeling, beheer openbare ruimte, openbare orde en veiligheid en economische zaken – en voor provincies en stadsregio’s met plannen voor de (her)ontwikkeling van een P+R terrein. De handreiking is ook bedoeld voor alle overige partijen die betrokken zijn bij of verantwoordelijk zijn voor de sociale veiligheid op parkeerterreinen in stationsgebieden en die van het P+R terrein een sociaal veilige en prettige plek willen maken.

    Onderwerpen: Parkeer en reis, Sociale Veiligheid
    Publicatie 26-05-2010

  • Stedenbaanpilots Zuidvleugel Randstad 2005-2008

    Doel het inzichtelijk maken van de meerwaarde van Stedenbaan; het monitoren en leren van elkaar; een effectieve inzet van de beschikbare middelen door inzicht te krijgen in de Stedenbaan als facilitator van de realisatie van de pilots. Doelgroep Bestuurders, projectleiders en beleidsmedewerkers. Beschrijving Van de Stedenbaan zijn de volgende beleidsdocumenten beschikbaar: Stedenbaanmonitor Uitvoeringsovereenkomst Stedenbaan Zuidvleugel Nadere overeenkomst: Ketenmobiliteit – P+R Nadere overeenkomst: Ketenmobiliteit – Fiets Het document bevat een aantal pilotprojecten die ieder als praktijkvoorbeeld kunnen worden gezien. Het zijn voorbeelden van de gezamenlijke ontwikkeling van Stedenbaanlocaties. Er zijn meerdere partijen bij betrokken die samen tot een besluit moeten komen. Ieder voorbeeld bevat feiten en interviews met bestuurders en projectleiders. Sommige ervaringen blijken specifiek voor een locatie te gelden, anderen worden bij meerdere projecten beleefd. Een aantal generieke ervaringen wordt verder uitgediept en naast elkaar gezet met mogelijke oplossingsrichtingen. Aan het woord komen projectleiders en wethouders van:Pilot Sassenheim P 6Pilot Den Haag Moerwijk P 14Pilot Delft-Zuid P 22Pilot Schiedam Kethel P 30Pilot Schiedam Schieveste P 38Pilot Maasterras P 46Pilot Dordrecht Zuidpoort P 54Pilot Gouweknoop P 58Pilot Bleizo P 66Pilot Den Haag Binckhorst P 74 Na de pilots volgen een aantal waardevolle tips over:Stedenbaan Uitdaging #1: Markt en overheid P 82Stedenbaan Uitdaging #2: Over UE C’s, lobby’s en lounges P 88Stedenbaan Uitdaging #3: Samen stations ontwikkelen P 94Stedenbaan Uitdaging #4: Min+min = Financiering? P 100Stedenbaan Uitdaging #5: Creatief met milieu P 104 Meer informatie Lodewijk LacroixProgrammadirecteurT: 070-7501636l.lacroix@haaglanden.nlwww.stedenbaan.nl

    Onderwerpen: Samenwerking, Parkeer en reis, Integrale planning & MIRT, Stationsomgeving & Knooppunten, Toegankelijkheid
    Praktijkvoorbeeld 23-07-2008

  • P+R Kralingse Zoom Rotterdam: gefaseerde uitbreiding en kantoorontwikkeling

    Beschrijving Bij metrostation Kralingse Zoom ligt vlakbij de aansluiting’Centrum op de A16 een goed functionerend P+R-terrein. De 730 beschikbare parkeerplaatsen staan iedere dag vol, vooral met reizigers uit de regio die in het stedelijk gebied van Rotterdam moeten zijn. Een P+R-toplocatie voor stad en regio Rotterdam dus. Om ook in de toekomst voldoende P+R-plaatsen te blijven bieden is een gefaseerde uitbreiding op deze locatie voorzien, gekoppeld aan de knooppuntontwikkeling op Kralingse Zoom. In fase 1 wordt gestart met realisatie van 850 P+R-plaatsen in een parkeergarage (terwijl er op het huidige terrein nog 600 beschikbaar blijven). In fase 2 worden de 600 plaatsen buiten vervangen door een gebouwde voorziening en vindt ook kantoorontwikkeling plaats op de knoop. Uiteindelijk volgt in fase 3 nog een toevoeging van 750 plaatsen samen met verdere kantoorontwikkeling. Het traject om tot realisatie van deze plannen te komen is tijdrovend. In hoofdlijnen spelen de volgende discussies: De P+R-plaatsen moeten concurreren met de kantoorontwikkeling. Voor de knoop zelf is deze kantoorontwikkeling natuurlijk veel aantrekkelijker dan P+R. Daarnaast wil de projectontwikkelaar van de kantoren de parkeergelegenheid liever voor eigen gebruik.De financiering van de P+R-plaatsen is nog niet helemaal geregeld. Afspraak is dat de compensatie van de parkeerplaatsen op het huidige terrein ten laste komen van de grondexploitatie. De investering voor de nieuwe plaatsen wordt gefinancierd via een stadsregionale bijdrage vanuit de BDU (50%) en een gemeentelijke bijdrage. Met name het gemeentelijke aandeel is nog onderwerp van discussie (vanuit het uitvoeringsprogramma dat hoort bij het Verkeers- en Vervoerplan voor Rotterdam of vanuit het Bouw- en investeringsprogramma parkeren en stallen dat gevoed wordt met parkeeropbrengsten).Naast dekking van de investeringskosten moet ook voor de exploitatiekosten financiering gevonden worden. Uitgangspunt is dat het tarief op een P+R-terrein laag moet zijn in vergelijking met dat op de bestemming. Het tarief in de binnenstad is nog niet dusdanig dat nu al sprake is van een echte parkeermarkt, waarin een tarief voor P+R zonder meer acceptabel is. Kralingse Zoom zal waarschijnlijk als pilot gaan fungeren op het gebied van tarifering op P+R-terreinen in de stadsregio Rotterdam. Meer informatie Aan de slag met P+R-beleid, van strategie tot exploitatie, augustus 2005

    Onderwerpen: Stationsomgeving & Knooppunten, Parkeer en reis
    Praktijkvoorbeeld 3-07-2008

  • Stationsgebied Zuidhorn: schakel tussen platteland en stad

    Beschrijving GebiedskenmerkenZuidhorn is een welvarende forensengemeente ten westen van de stad Groningen. Het dorp Zuidhorn is gelegen aan de spoorlijn Groningen-Leeuwarden en aan de provinciale weg N355 (Friesestraatweg), telt bijna 6.600 inwoners en vervult een centrumfunctie ten behoeve van de omliggende plaatsen. De gemeente Zuidhorn is in 1990 ontstaan uit een fusie van vier gemeenten. De gemeente heeft een sterk landelijk karakter. De bevolkingsgroei heeft vooral in het dorp Zuidhorn plaatsgevonden. De komende jaren krijgt Zuidhorn een nieuwe groeiopgave met 1.100 woningen.Problemen en oplossingenDe bereikbaarheid van het platteland verslechtert door OV-bezuinigingen. Dit heeft een groeiende automobiliteit tot gevolg, met name richting Groningen-stad. In en rond de stad zorgt deze groei voor knelpunten in de vorm van congestie, parkeer- en milieuproblemen. De provinciale weg N355 krijgt steeds meer te maken met congestie. Zuidhorn heeft een goede OV-aansluiting met Groningen via trein en bus, maar het station kende nauwelijks een overstapfunctie. Tegelijkertijd zocht de gemeente Zuidhorn een nieuwe locatie voor het gemeentehuis en het politiebureau. Door de fusie van vier gemeenten wilde men een plek die centraal gelegen is, ook ten opzichte van het omliggende gebied. Het idee ontstond om het stationsgebied integraal te ontwikkelen. Daarmee kwam een oplossing in beeld voor de bereikbaarheidsproblemen van het landelijk gebied en ontstond tegelijkertijd een aantrekkelijk stationsgebied met bovenlokale functies. Het minitransferium biedt een antwoord op het dilemma dat in het landelijk gebied de auto dominant is, terwijl deze in de stad steeds meer een probleem oplevert.Ontwikkeling stationsgebied Het station ligt aan de rand van Zuidhorn en ligt met de rug naar de provinciale weg N355. Een nieuwe aansluiting op deze weg is gerealiseerd, zodat het knooppunt en de kantoren ontsloten worden vanuit de regio. Tegelijkertijd wordt aan automobilisten de mogelijkheid geboden om de auto op het minitransferium te parkeren en met het OV verder te reizen. De buslijnen die Zuidhorn aandoen, krijgen een nieuwe, gestrekte route waardoor ze het stationsgebied aandoen. De aantakking op de N355 maakt dit mogelijk. De kleinere buslijnen en de scholierenlijnen bieden aansluiting op de treinen en bussen (beide van Arriva) naar Groningen. Op deze manier is het busvervoer efficiënter georganiseerd en hoeven er geen lijnen te worden opgeheven. Sinds 2003 wordt de nieuwe buslijn 11 ingezet als verbinding naar het campusterrein Zernike in Groningen. Hier zijn diverse hogescholen en faculteiten van de universiteit gevestigd. De buslijn ontlast het drukke Groningen Centraal en levert een reistijdwinst van 20 minuten op. Het betrof een proef in de spitstijden. Nu biedt de bus een aansluiting op iedere trein. In 1999 is het nieuwe stationsgebied geopend. Het transferium doet het vanaf de start uitstekend. De bezetting is nog niet maximaal, maar het gebruik groeit. In de toekomst is uitbreiding gewenst. In de OV-plannen van de provincie Groningen en de regio Groningen-Assen (Kolibri) is er aandacht voor de capaciteitsproblematiek tussen Zuidhorn en Groningen en op het transferium. Ook wordt in 2007 een snelfietsverbinding (Fietsroute Plus) gerealiseerd. In de studie naar de capaciteitsproblemen van de N355 is nadrukkelijk aangegeven dat het openbaar vervoer een belangrijke oplossing is.AandachtspuntenBewoners waarderen de multifunctionaliteit van het stationsgebied meer dan een bushalte om de hoek en een buslijn dwars door het dorp. Met de fiets ben je zo bij het station. De capaciteit van de fietsenstallingen is wel een probleem. Ook de capaciteit van de treinen is onvoldoende tussen Zuidhorn en Groningen. Een aandachtspunt is nog dat er geen geïntegreerd kaartsysteem bestaat voor trein en bus, ondanks het feit dat Arriva zowel de spoorconcessie als het stads- en streekvervoer uitvoert. Er zijn plannen om ook de sneltreinen te laten halteren in Zuidhorn. Dit is rendabel en wordt mogelijk omdat het nieuwe materieel van Arriva sneller op kan trekken. Op de lange termijn wordt gemikt op een frequentieverhoging van de treinen. Daarvoor is wel een (partiële) spoorverdubbeling nodig.Bij de ontwikkeling van het stationsgebied heeft geen vergaande visievorming plaatsgevonden. Er lagen kansen. De gemeente zag ze en heeft deze benut. Ook is geen onderzoek gedaan naar het functioneren van het transferium. De gemeente vindt het niet nodig om kostbaar onderzoek uit te voeren. Bovendien ziet men dagelijks hoe het gebied functioneert, omdat het gemeentehuis naast het transferium ligt. Op veel plekken in het noorden wordt op basis van het succes van Zuidhorn meer nagedacht over het functioneren van stationsgebieden en over de mogelijkheden om hier functies te concentreren.Een van de succesfactoren is het goede contact dat de gemeente onderhoud met de provincie, het OV-bureau, vervoerder en omliggende gemeenten. Door een open houding is er veel te bereiken. Het vergt tijd om deel te nemen aan overleggen, maar dit zorgt er wel voor dat draagvlak ontstaat en budgetten vrijkomen. Meer informatie www.kolibri.nl Gemeente Zuidhorn: Bert Groenewolt, 0594-508886, bjgroenewolt@zuidhorn.nl

    Onderwerp: Parkeer en reis
    Praktijkvoorbeeld 3-07-2008

  • BONroute: P+R-netwerk in Noord-Holland

    Beschrijving In het Bereikbaarheids Offensief Noordelijke Randstad (BONRoute) werken de gemeenten, stadsregio Amsterdam en provincies Noord-Holland en Flevoland gezamenlijk aan de verbetering van de bereikbaarheid in de noordelijke randstad. Met een subsidie uit het fonds BONRoute is de provincie gestart met aanleg of verbetering van veertien P+R-terreinen. Hiervoor wordt nauw samengewerkt met de gemeenten, ProRail en vervoerders (NS, Connexxion). De provincie betaalt (met steun van BONRoute) de aanleg en het onderhoud van de terreinen. De gemeenten, ProRail en NS brengen de grond in. Daarnaast levert NS engineering en capaciteitsbepaling en nemen de gemeenten de beheer- en instandhoudingskosten voor hun rekening. De Stichting Vervoermanagement Noord-Holland (verkeer.advies) verzorgt de publiciteitscampagne. Meer informatie Aan de slag met P+R-beleid, van strategie tot exploitatie, augustus 2005

    Onderwerp: Parkeer en reis
    Praktijkvoorbeeld 3-07-2008

  • 'P+R Haagweg Leiden: particulier bedrijf verzorgt exploitatie

    Beschrijving De Stichting Stadsparkeerplan Leiden exploiteert het P+R-terrein Haagweg. Vanaf het parkeerterrein wordt met busjes gereden om bezoekers van de binnenstad bij hun bestemming af te zetten. P+R Haagweg is stap voor stap opgebouwd. De exploitatie is zeer flexibel en kan optimaal op de wensen van de reiziger inspelen. Door bijvoorbeeld gebruik te maken van arbeidssubsidie blijven de kosten relatief beperkt. Zowel het parkeergedeelte als het vervoer zijn bij de stichting in één hand. Dit zorgt voor een meer flexibele organisatie en biedt mogelijkheden om ook ander P+R-vervoer aan te bieden dan alleen naar de binnenstad, bijvoorbeeld bij evenementen. De stichting functioneert zonder openbaar-vervoersubsidie en zonder vaste subsidie van de gemeente. Dit zorgt ervoor dat de ondernemerszin niet wordt geremd, anderzijds maakt dit de exploitatie meer risicovol. Meer informatie Aan de slag met P+R-beleid, van strategie tot exploitatie, augustus 2005

    Onderwerp: Parkeer en reis
    Praktijkvoorbeeld 3-07-2008

  • Brochure 'Overstappunten: ervaringen met Park&Ride (P+R) in Nederland'

    Brochure 10 in de reeks Van parkeerbeheer naar mobiliteitsmanagement. Gaat in op de ontwikkeling van P+R-terreinen. Sommige P+R-terreinen floreren, terwijl andere nauwelijks werken. Deze uitgave geeft aan welke factoren van invloed zijn op het functioneren van P+R-terreinen. De brochure gaat in op locatie, inrichting, introductie en exploitatie van een overstappunt. Een blauwdruk is niet te geven: de ontwikkeling van een P+R-terrein is maatwerk.

    Onderwerp: Parkeer en reis
    Publicatie 3-07-2008

  • Publicatie 'Ontwerpwijzer overstappunten'

    Overstappunten, in de context van deze publicatie op te vatten als P+R-voorzieningen, kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het behalen van bereikbaarheidsdoelstellingen en het verminderen van de negatieve effecten van het autogebruik. Ze moeten daarvoor natuurlijk wel voldoende aantrekkelijk zijn voor de gebruikers. Daarnaast is het wel zo plezierig als overstappunten, al dan niet met subsidies of andere ondersteuning, exploitabel zijn. Deze publicatie gaat nader in op elk van die aspecten, te weten de inrichting, de effecten en de exploitatie van overstappunten. Bestellen bij:CROW, bij voorkeur via www.crow.nl/shop of anders via post of fax o.v.v. artikelnr. 235

    Onderwerp: Parkeer en reis
    Publicatie 20-10-2006

  • P+R terreinen en transferia

    Mobiliteitsmaatregel Het gebruik van de auto in het voortransport van openbaar vervoer is een klassiek fenomeen. P+R-terreinen, die deze vervoerwijze-combinatie faciliteren, zijn al in de jaren zeventig opgezet, onder de vleugels van de ANWB. Transferia zijn in de jaren ’90 als een specifiek type overstap-voorzieningen in de wereld gezet door Verkeer & Waterstaat (meer kwaliteit/voorzieningen; meer nabij het hoofdwegennet en ‘OV naar de auto toe’ in plaats van andersom). In de praktijk worden inmiddels de verschillen niet meer benadrukt, omdat gebleken is dat de overeenkomsten groter zijn. Omschrijving Het onderscheid tussen overstappunten met een herkomstfunctie en met een bestemmingsfunctie is groot en essentieel. Gebruik, belangen en kansen verschillen sterk. Herkomst-punten hebben vooral baten ‘elders’ (namelijk bij de diverse en diffuse bestemmingen), wat in de praktijk een belangrijke belemmering is in de planvorming. Dergelijke punten worden zelden of nooit geïnitieerd door de gemeente op wiens grondgebied het overstappunt moet komen, maar vragen een sterke betrokkenheid van regionale overheden of het Rijk. Reden voor het gebruik ervan is vooral een vermijden van congestie op het hoofdwegennet. Omdat herkomstpunten een goede aansluiting moeten geven op OV-verbindingen over langere afstand, zijn ze vooral gerealiseerd bij centrum-stations. En daar speelt vaak direct de noodzaak tot regulering van de (toegevoegde) parkeercapaciteit, om onbedoeld gebruik tegen te gaan. Bestemmings-overstappunten zorgen feitelijk voor ‘parkeren op aanzienlijke afstand’. Initiatieven ‘van onderop’ betreffen vooral bestemmings-punten, omdat daar immers de baten toevloeien aan de gemeente die ook een centrale rol speelt in de realisatie van een overstappunt. Doelgroepen zijn meer divers (alle bezoekers van het stadscentrum) en het gebruik is ook meer verspreid over dag en week. Realisatie van overstappunten blijkt vaak een moeilijk en langdurig proces (5 jaar was gemiddeld gebruikelijk), met verschillende belangrijke partijen en uiteenlopende belangen. Bij bestemmingspunten is een gemeente vaak initiatiefnemer en ook de partij die er een concreet doel mee nastreeft. Daarnaast is de gemeente vaak grondeigenaar en wordt beheer en onderhoud van een terrein vaak als gemeentelijke taak gezien. Een regionaal of gemeentelijk openbaar vervoerbedrijf heeft baat bij versterking van bestaande minder drukke lijnen die een (bestemmings-)overstappunt kunnen aan doen. Voor NS (-Reizigers) kan de markt van lange-afstands reizigers bij herkomst-punten interessant zijn – en daarnaast is NS functioneel (transferfunctie) en als grondeigenaar (NS Vastgoed) vaak sterk betrokken bij een stationsomgeving. Nut Bij overstappunten die bedoeld zijn om vervolgens over grotere afstanden per OV (vooral trein) te reizen (herkomst-punten), zal per punt het aantal gebruikers per dag altijd beperkt blijven tot hoogstens enkele honderden, die vervolgens zeer diverse reisbestemmingen hebben. De substitutie-effecten zijn per gebruiker vaak groot, maar opgeteld naar landelijk niveau zouden ze pas zichtbaar worden bij veel grotere en beter benutte aantallen herkomstpunten dan Nederland nu kent. Effecten op bereikbaarheid zijn theoretisch wel voorstelbaar, maar in de praktijk hoogstens toekomstmuziek. Mits goed gesitueerd (t.o.v. hoofdwegen) en goed uitgerust (voldoende parkeercapaciteit, sociaal en diefstal-veilig, korte loopafstanden, frequent OV), kunnen bestemmings-punten de bereikbaarheid van stadscentra vergroten, terwijl dat de lokale leefkwaliteit niet verslechtert. Betere bereikbaarheid van een stad zorgt voor meer mobiliteit naar die stad. Bestemmings-overstappunten helpen de bereikbaarheid te vergroten zonder dat het autoverkeer in de stad toeneemt. Daarbij is een nauwkeurige opzet als het gaat om locatie, kwaliteit van het natransport en (eventueel) tariefstelling van het parkeren noodzakelijk. De praktijkvoorbeelden laten zien hoezeer overstappunten een succes maar ook een mislukking kunnen zijn. Dit geldt bij bestemmings-punten waar gebruik wordt gemaakt van (al of niet enigszins ‘omgeleid’) bestaand openbaar vervoer. De noodzaak tot maatwerk geldt nog meer bij bestemmings-punten waarvoor specifiek openbaar vervoer in het leven wordt geroepen: P+R pendels, vaak vanaf dubbel gebruikte parkeerterreinen in de stedelijke periferie. P+R pendels komen in soorten en maten voor: soms alleen in werking op een beperkt aantal hoogtijdagen in het jaar; soms regulier elke week op een specifieke dag; etc. P+R pendels hebben vooral een waarde in vermindering van investeringskosten van en ruimtegebruik voor parkeren: de ‘onrendabele piek’ wordt afgevlakt. Aandachtspunten Om een overstappunt gerealiseerd en vervolgens ook goed geëxploiteerd te krijgen, moet in de eerste plaats worden voldaan aan wensen van de gebruikers. De reiziger moet voordeel hebben bij gebruik van het overstappunt. In de combinatie van tijd en prijs moet er voordeel zijn: lagere parkeertarieven en/of hogere reissnelheid van deur tot deur. Bij bestemmings-punten zijn netwerkvorming, geduld en afstemming kernwoorden. Netwerkvorming: Zeker de succesvoorbeelden uit het buitenland, maar ook de case Groningen laten zien hoezeer een breder netwerk van bestemmings-punten het gebruik vergroot. Voor alle richtingen op passende locaties P+R voorzieningen met identieke hoofdkenmerken kunne aanbieden, maakt het fenomeen P+R tot iets algemeen-reeels. Daar hoort direct ook geduld bij, want de ervaringen leren ook dat het enkele jaren kan duren voor het gebruik ‘op niveau’ is. Werken vanuit een groeimodel is wat dat betreft aan te bevelen: parkeercapaciteiten uitbreiden wanneer nodig; uitbreiding van voorzieningen daarmee gelijk op laten lopen; parkeertarieven invoeren wanneer nodig. Het werkt echter alleen bij een perfecte afstemming met het openbaar vervoer in het natransport en met het parkeerbeleid en de parkeersituatie in het stadscentrum. Daarbij zijn er vele (maatwerk-) varianten van tariefsystemen mogelijk: parkeren gratis of goedkoop en OV-prijs regulier; parkeren betaald en OV gratis of goedkoop; combi-tarief. Informatie CROW en KpVV, Overstappunten: ervaringen met Park&Ride (P+R) in Nederland, Brochure nr. 10 in de reeks Van parkeerbeheer naar mobiliteitsmanagement, Ede/Rotterdam, december 2004. CROW en KpVV, Park&Ride (P+R) in het buitenland, Brochure nr. 11 in de reeks Van parkeerbeheer naar mobiliteitsmanagement, Ede/Rotterdam, maart 2005. KpVV en CROW, Aan de slag met P+R-beleid: van strategie tot exploitatie, Rotterdam/Ede, augustus 2005.

    Onderwerpen: Stationsomgeving & Knooppunten, Parkeer en reis, Bedrijventerreinen, Recreatie, Ziekenhuizen, Stadscentra & Winkelgebieden
    Kennispagina 10-10-2006

  • Brochure 'Aan de slag met P+R-beleid; van strategie tot exploitatie'

    Deze brochure biedt beleidsmakers bij provincies, kaderwetgebieden en gemeenten handreikingen om de juiste richting voor het beleid op het gebied van P+R te bepalen. Het gaat daarbij niet alleen om de juiste strategische keuzen, maar ook om de praktijk van financiering en exploitatie.

    Onderwerpen: Sociale Veiligheid, Parkeer en reis, Stationsomgeving & Knooppunten
    Publicatie 1-08-2005