Bijeenkomst Aan de slag met gedrag: verkeersvraagstukken effectiever aanpakken met gedragskennis.
Hoofdthema: het aan elkaar verbinden van de theorie en praktijk rondom gedragsbeïnvloeding in de verkeer- en vervoerwereld. Het introductiefilmpje zette de deelnemers gelijk op scherp: het maakte duidelijk hoe selectief we waarnemen. De quiz die volgde en de voorbeelden die gegeven werden door Friso Metz en Wilma Slinger gaven nog meer achtergrondinformatie en voorbeelden bij het thema van de dag. In deelsessies werden in subgroepen verschillende actuele verkeersaspecten tegen het gedragskundige licht gehouden. De onderwerpen waren: Van de auto op de fiets Parkeren en gedrag in woonwijken en stadscentra (Te) hard rijden Haal- en brenggedrag rondom scholen Schone voertuigen Nadruk in de deelsessies lag op de koppeling tussen voorbeelden en de gedragstheorie én op zoveel mogelijk zelf aan de slag zijn. In de pauze kon men terecht in het ‘Gedragslab’. Hier waren films te bekijken om inspiratie op te doen om zelf aan de slag te gaan. De dag werd afgesloten met opgehaalde vragen waar KpVV in haar werkprogramma mee verder kan én met nog een treffend voorbeeld van selectief waarnemen: Friso Metz had zich in de loop van de dag een paar keer omgekleed maar dat was echt niemand opgevallen. 1. Van de auto op de fietsMet medewerking van Gerard Tertoolen, XTNTIn de deelsessie ‘Van de auto op de fiets’ stond de vraag centraal hoe je automobilisten kunt triggeren om meer te fietsen. Aan de hand van het 9-stappenplan van XTNT nam Gerard Tertoolen de deelnemers mee in een case.In de ochtendsessie bracht de gemeente Katwijk de volgende vraag in: hoe bevorder je dat inwoners die in de gemeente zelf werkzaam zijn en met de auto naar hun werk gaan, de fiets gaan pakken. ’s Middags nam de provincie Noord-Brabant de deelnemers mee in de vraag hoe je in het kader van Beter Benutten automobilisten kunt verleiden om een fietscoachingsprogramma te volgen. In de discussie stonden twee bouwstenen uit het stappenplan centraal: Hoe motiveer je een bepaalde groep mensen om het gewenste gedrag te gaan vertonen? En hieraan gekoppeld: hoe geef je mensen hier feedback op? Feedback is een krachtig instrument: daarmee laat je mensen zien in hoeverre ze voortgang boeken bij hun gedragsverandering. Zoals de weegschaal aangeeft of een dieet effect heeft. De vraag was steeds hoe je mensen feedback kunt geven op die aspecten die mensen motiveren. Welke weerstanden spelen een rol, m.a.w.: waarom zullen de mensen die je wilt bereiken, het gewenste gedrag niet vertonen? En hoe kun je die weerstand verminderen? Een belangrijke eye-opener was dat weerstanden en motivators hele andere dingen zijn. Als het weer een weerstand is om te fietsen, dan is het feit dat het bijna nooit regent, geen motivator. Als mensen dit ontdekken, kan het hooguit de weerstand verminderen. 2. Parkeren en gedrag in woonwijken en stadscentraMet medewerking van Marc de Haan, TiemDe bedoeling van deze workshop was een interactieve kennismaking met de aanpak van parkeerproblemen via gedragsmaatregelen. Deze aanpak kent twee fases: De eerste fase is een probleemanalyse met de gedragsbril op en waarin de gebruiker centraal staat. Het doel is om via een gedegen probleemanalyse vanuit het perspectief van de weggebruiker (de parkeerder) tot betere oplossingen te komen. Deze benadering is duidelijk anders dan de klassieke praktijk: 'dit is het probleem' en daar hebben we deze of deze oplossing voor (sjabloon-denken). De tweede fase is de aanpak van gedragsverandering. Hiermee is alleen in de tweede workshop geoefend. Aan de deelnemers was vooraf gevraagd om aan de hand van foto’s en/of beschrijvingen voorbeelden van parkeerproblemen op te sturen. Dat leverde flink wat foto’s op die aan de wanden hingen. Na een kennismakingsrondje werden de foto’s bekeken en door de indieners toegelicht. Voer voor een levendige discussie! Marc de Haan leidde de discussie in aan de hand van een korte presentatie gedragsaanpak. De analysefase bestaat uit een beschouwing van de geconstateerde problematiek aan de hand van vier elementen: het probleemgedrag, doelgedrag, de motieven en weerstanden. De deelnemers kozen in groepjes van drie een probleem en analyseerden deze aan de hand van de vier elementen. Dat was niet eenvoudig maar werd als heel leerzaam ervaren. 3. (te) Hard rijdenMet medewerking van: Maria Kuiken, Royal HaskoningDHV, en Pieter de Haan, Noordelijke Hogeschool LeeuwardenDe problematiek van te hard rijden speelt op alle wegen maar was voor deze dag ingekaderd voor regionale wegen buiten de bebouwde kom. Daar wordt vaak en te hard gereden en komen relatief vaak (ernstige) ongelukken voor. Het logisch gevolg hiervan is dat burgers dan eisen dat er voor een bepaalde weg maatregelen getroffen worden om de rijsnelheid omlaag te brengen. De wegbeheerder wil hier wel aan voldoen, maar zoekt naar de meest efficiënte oplossingen. Extra handhaving is vaak niet mogelijk. Er ontstaat een dilemma: het neerzetten van een snelheidsbord of het plaatsen van een enkele snelheidsremmer op de weg, heeft vaak onvoldoende effect. De situatie vraagt vaak om een grootschaliger en meer duurzame herinrichting van de weg. Daar is vaak het geld niet voor. Gevolg is klachten en frustraties bij alle betrokken partijen. Niet in de laatste plaats de inwoners.Hamvraag: als handhaving en duurzaam veilig niet binnen handbereik liggen hoe boeken we dan toch voortgang in het voorkomen van (te) hard rijden? Dat vraagt om verdieping in de wereld van het brein, shared space en natuurlijk sturen. Maar ook in “het terugnemen van de verantwoordelijkheid”. We kunnen altijd wel naar elkaar blijven wijzen maar we hebben als individu ook een verantwoordelijkheid. Maria Kuiken nam ons met haar presentatie Te hard rijden mee in de wereld van het brein en Pieter de Haan belichte de mogelijkheden van shared space en natuurlijk sturen. Vervolgens zijn de deelnemers in kleine groepjes aan het werk gezet om snelheidsremmers aan te brengen op een foto van een provinciale weg voor weggebruikers. Snelheidsremmers vanuit de kennis die Maria en Pieter hadden aangereikt. Naast oplossingen als versmallingen, andere opstellingen van straatmeubilair en bomen en struiken leidde dat zelfs tot het voorstel voor een spaarsysteem voor lokale bewoners; als men zich een bepaalde periode aan de snelheid houdt kon met de gespaarde punten een kinderspeeltuintje worden aangeschaft. In de nabespreking bleek de grootste uitdaging niet te zitten in het verzinnen van maatregelen, maar te zorgen dat mensen weer gaan nadenken over hun gedrag en dat maatregelen niet binnen de kortste keren zijn uitgewerkt. 4. Haal en brenggedrag rondom scholenMet medewerking van Peter Veenbrink, SOABHoe beïnvloed je het gedrag van ouders, zodat meer kinderen lopend of fietsend naar school gaan en een veilige schoolomgeving ontstaat? Een veilige schoolomgeving is een thema waar gemeentes veel op aangesproken worden. En terecht, toch zijn het vooral de ouders die de sleutel zijn tot de oplossing. Vandaar dat we ook in deze sessie startten met fragmenten uit de DVD ‘Kinderen hebben eigen spelregels’ om als voorbeeld te dienen hoe je ouders kunt informeren over wat kinderen wel en niet kunnen in het verkeer. Een middel om ouders te laten inzien hoe belangrijk het is om zelf met ze in het verkeer te oefenen.In zijn presentatie gaf Peter Veenbrink van Adviesbureau SOAB inzicht in feiten en cijfers rondom de schoolomgeving en het gedrag dat daar optreedt. Dit was ook een voorproefje van het Dashboard over schoolomgeving dat in december op de website van KpVV verschijnt. Om de hersenen wat op te rekken en op een andere manier te denken, gingen we in een ‘omgekeerde’ brainstorm aan de slag om te kijken wat je als ouder nodig hebt om ongehinderd de auto te gebruiken bij het halen en brengen. Naast voor de hand liggende suggesties als het weghalen van fietsenstallingen, kwamen er ook meer out-of-the-box ideeën als ‘een pestproject voor kinderen die ruiken naar zweet’, ‘iedere nieuwe leerling een gratis auto’ en de ‘drive-in-school’ aan de orde. Het is opvallend hoe creatief we kunnen denken als de auto gepromoot moet worden, terwijl je in de praktijk vaak meemaakt dat er alleen behoudende ideeën ter tafel komen als we praten over het stimuleren van fietsen en lopen. Vervolgens maakten we de overstap naar de succes- en faalfactoren uit de praktijk. SOAB is betrokken geweest bij meer dan 180 projecten in de schoolomgeving en heeft inmiddels een lijst van do’s en don’ts opgesteld. Belangrijke noties zijn: pak het structureel, samen en integraal aan op een positieve manier met persoonlijke aandacht. Het is geen standaardrecept met garantie voor succes. Aan de voorkant in het proces aandacht besteden aan bijv. verwachtingen en wat wel en niet kan, vormt een goede basis. Ook het volgen van marketingprincipes (veel communiceren en herhalen) is belangrijk voor succes.Peters verhaal eindigde met een paar projectvoorbeelden die gebruikt kunnen worden in de schoolomgeving en die ook een positieve insteek hebben. Een factsheet met do’s en don’ts werd ook meegegeven.In het gesprek bleek wel dat veel gemeentes al ver zijn in samenwerking bijv. d.m.v. de structuur van het verkeersveiligheidslabel, maar dat het toch moeilijk blijft een bepaalde categorie mensen tot ander gedrag in de schoolomgeving te bewegen. Voor situaties waar het lastig is de schooldirectie mee te krijgen werd de tip gegeven om de ouderraad er bij te betrekken. Als de ouderraad wel aan de slag wil, gaat de directie meestal overstag. 5. Schone voertuigenMet medewerking van Peter van Vendeloo, Roorda ReclamebureauIn deze sessie stond de presentatie van Peter van Vendeloo centraal. Peter heeft zijn wortels bij het Rijk waar hij de Bob campagne naar Nederland heeft gehaald en o.a. de campagne 'Goochem het Gordeldier' bedacht. Zijn visie op gedragscampagnes is dat je om deze te maken niet direct een creatief persoon moet zijn, maar meer een strategisch denker. Je moet immers de lessen uit de gedragspsychologie toepassen (niet creatief dus). Zijn ervaring is dat die gewoon werken. Ook opvallend is dat het merk geen verschil maakt. De deelnemers weten inderdaad nauwelijks welk merk melk ze drinken of welke er bestaan. Je pakt automatisch iets uit het schap. Het draait uiteindelijk om het voorzien in een fundamentele behoefte. Dat doen diverse automerken heel goed. De overheid is geneigd te zeggen wat je moet en wil snel dingen bereiken. En dat werkt dus niet. Er zijn zorgen over hoe ethisch campagnes zijn die inspelen op het onderbewustzijn. Dit leidde al tot het stopzetten van campagnes door een bestuurder. De discussie hierover gaf nog geen ultiem antwoord. Er zitten veel kanten aan. Welk doel en welke maatregel precies? Peter van Vendeloo gaf aan dat tabaksfabrikanten jaren op het onderbewuste hebben ingespeeld en dat het aan de overheid is te danken dat er nu in openbare ruimten niet meer wordt gerookt. Zo'n verschuiving zie je ook bij schone voertuigen. Vroeger wilde iedereen een knetterende brommer, nu begint de elektrische scooter terrein te winnen (zie ook electric-heroes). Straks wil iedereen alleen nog maar schone en stille voertuigen. De originele, grote presentatie kunt u uploaden via Allinx - Int. discussiegroep over mobiliteitsmanagement. Hier kunt u ook de presentatie van Peter van Vendeloo snel bekijken zonder de filmpjes. Of bekijk de losse filmpjes op: electric-heroes; vanish-reclame en diverse auto-reclames op internet. ContactWilma Slinger, wilma.slinger@kpvv.nl Friso Metz, friso.metz@kpvv.nl