Zoeken

Kennisbank (1502 resultaten)

In de kennisbank staan kennisdocumenten van het KpVV en derden. Deze documenten zijn gekoppeld aan een of meer inhoudelijke onderwerpen, die u aan de linkerkant kunt selecteren. Lees meer...

Er kan op zeven categorieën gefilterd worden:

  • publicatie
  • praktijkvoorbeeld
  • instrument
  • link (naar websites van derden)
  • terugblik op bijeenkomsten
  • kennispagina (inhoudelijk uitgebreide achtergrondpagina)
  • webpagina (inhoudelijke pagina van een aangeboden internettool).

U kunt op drie manieren zoeken:

  1. zoeken op trefwoord - vrij zoeken;
  2. via de inhoudelijke onderwerpen aan de linkerkant - navigeren;
  3. via de verschillende categorieën - filteren.

Gevonden in de kennisbank:

  • Brochure 'Overstappunten: ervaringen met Park&Ride (P+R) in Nederland'

    Brochure 10 in de reeks Van parkeerbeheer naar mobiliteitsmanagement. Gaat in op de ontwikkeling van P+R-terreinen. Sommige P+R-terreinen floreren, terwijl andere nauwelijks werken. Deze uitgave geeft aan welke factoren van invloed zijn op het functioneren van P+R-terreinen. De brochure gaat in op locatie, inrichting, introductie en exploitatie van een overstappunt. Een blauwdruk is niet te geven: de ontwikkeling van een P+R-terrein is maatwerk.

    Onderwerp: Parkeer en reis
    Publicatie 3-07-2008

  • TravelSmart: persoonlijke marketing

    Beschrijving Forse daling van autogebruik is mogelijkSustrans – een stichting gefinancierd door overheden, fondsen en leden – is gestart met het benaderen van de reizigers op een bijzondere manier. Ze werkt hierbij nauw samen met lokale overheden en vervoerbedrijven en heeft in Engeland al de nodige resultaten bereikt in Bristol, Gloucester, Nottingham, Sheffield, Cramlington en Kingston-upon-Thames. Een vergelijkbaar concept is ook toegepast in onder andere Munchen, Leipzig, Göteborg en Perth. Het doel van het door Sustrans getrokken project is het aanmoedigen van reizigers om eens gebruik te maken van andere vervoermogelijkheden dan de auto. Aan de opmerkelijke resultaten is men daar goed in is geslaagd. Bij projecten die zijn afgerond in 2003 en 2004 is het aandeel van het autogebruik in de modal split gereduceerd met 9 tot 14 procent. Dit effect lijkt blijvend van aard te zijn omdat na 6 tot 9 maanden na het project een vergelijkbare reductie is geconstateerd. De reductie van het autogebruik is ook terug te vinden in het aantal autokilometers. Gemiddeld is dit namelijk met meer dan 1000 km per huishouden per jaar gedaald.Persoonlijke marketingSustrans maakt mensen op een unieke wijze bewust van hun reismogelijkheden, waarbij lopen, fietsen en openbaar vervoer worden gepromoot. Gebleken is dat reizigers gevoelig zijn voor direct contact. Zij gaan effectief nadenken over hun manier van reizen en hun eigen behoefte aan informatie en ondersteuning. Deze benaderingswijze geeft reizigers een stimulans om hun reisgedrag te veranderen en kleine veranderingen in persoonlijk gedrag kunnen al bijdragen aan een significante daling in het aantal verplaatsingen. Sustrans kan mensen gericht benaderen en hen prikkelen om over hun gedrag na te denken door een gedegen marktsegmentatie. Deze werkwijze lijkt vooral te werken in wijken die aan de onderstaande criteria voldoen: Dicht gelegen bij kernbestemmingen, zoals winkelcentra, zakelijke centra, sport-, onderwijs- en zorgvoorzieningen. Met goed en verbeterend openbaar vervoer naar bovengenoemde bestemmingen. Met een relatief plezierige wandelomgeving. Met lokale fietsvoorzieningen, waaronder stallingen en routes/infrastructuur. Sustrans heeft eerst contact gelegd met de huishoudens in de voorbeeldsteden. Dit eerste contact kwam via een telefonische – en soms zelfs deur-tot-deur – benadering tot stand. De huishoudens zijn ingedeeld in de categorieën ‘geïnteresseerd’, ‘niet geïnteresseerd’ en ‘gebruikers (van duurzame mobiliteit)’. De laatste groep is verder opgedeeld in wel/geen behoefte aan informatie.Vervolgens is informatie aangeboden aan de groep ‘geïnteresseerden’ en de groep ‘gebruikers met informatiebehoefte’. Zij geven aan welke informatiebehoefte ze precies hebben en ontvangen de gewenste informatie van een medewerker die deze persoonlijk komt afleveren. De groep gebruikers ontvangt zelfs een kadootje als ‘beloning’ en stimulans.Geïnteresseerden krijgen de mogelijkheid verdere informatie te ontvangen in de vorm van een buschauffeur die thuis toelichting geeft bij dienstregeling, kaartsoorten, reismogelijkheden etc. Prikkels die gebruikt worden zijn een kortingskaart voor lokale outdoorwinkels (op bijvoorbeeld regenkleding) en gratis ‘proefmaandkaarten’ voor het lokale openbaar vervoer. Tenslotte is het belangrijk de effecten te meten door onderzoek naar het reisgedrag. Meer informatie Website www.sustrans.org.uk/travelsmart Rapport Individual Marketing, a global approach for a global problem KpVV-bericht 46: Slim mobiel in München, het succes van persoonlijke marketing Contactpersoon Sustrans, James Ryle, E-mail : travelsmart@sustrans.org.uk

    Onderwerpen: Reisgedrag, Woongebieden
    Praktijkvoorbeeld 3-07-2008

  • Wohnen plus Mobilität: duurzame mobiliteit in de woonomgeving

    In Nordrhein Westfalen (Duitsland) wordt effectief gebruik gemaakt van de wisselwerking tussen wonen en mobiliteit. Doelstelling is om de bevolking van bepaalde woonwijken voor duurzame vormen van mobiliteit te laten kiezen. Hierbij worden woningbouwcorporaties als belangrijke klant/tussenpersoon gezien voor het aanbieden van mobiliteitsdiensten. Op deze manier wordt getracht een win-win situatie te creëren: het aanbieden van mobiliteitsdiensten is ook aantrekkelijk voor de coöperatie omdat dit de verkoop en/of verhuur van woningen stimuleert. Deze verschillende woon- en mobiliteitsdiensten worden als het ware in modules aangeboden, waarbij in elke specifieke situatie een specifieke combinatie van diensten wordt gehanteerd. Concrete vorrbeelden hiervan zijn: OV-kortingskaarten door bulk afname via de woningbouwcoöperatie; Verkoop van 5-jarige OV-kaart en parkeerplaats in de koopsom van een huis; Deelauto beschikbaar stellen voor huurders van de woningbouwcoöperatie (al dan niet in combinatie met andere gebruikers); Fietsparkeervoorzieningen in het huurcomplex, dichtbij de centrale uitgang en beveiligd; Informatiepakketten voor nieuwe bewoners, met info over reismogelijkheden per fiets en OV, inclusief een gratis OV-kaart met geldigheidsduur van 7 dagen. Het onderzoeksinstituut van Nordrhein Westfalen ILS is stimulator en initiatiefnemer. Er wordt intensief samengewerkt met woningbouwcoöperaties en in een aantal situaties met vervoerbedrijven met betrekking tot korting op OV-kaartsoorten. Effecten zijn nog niet bekend. De meeste maatregelen zijn nog maar kort geïmplementeerd, of nog in implementatiefase. Meer informatie Website www.wohnen-plus-mobilitaet.nrw.de wohnen-plus-mobilitaet@ils.nrw.de, +49 (0)2 31 / 90 51 - 2 75

    Onderwerpen: Reisgedrag, Woongebieden
    Praktijkvoorbeeld 3-07-2008

  • Onderwerp: Bedrijventerreinen
    Praktijkvoorbeeld 3-07-2008

  • Natuurtransferia op de Veluwe: sturen kan

    Beschrijving Locatie: Veluwe Aantal bezoekers: 28 miljoen dagjesmensen en 1,7 miljoen vakantiegangers Problematiek: Hoe beperk je recreatief autoverkeer in kwetsbare natuurgebieden? Betrokken partijen: Provincie Gelderland, gemeenten op de Veluwe, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Veluws Bureau voor Toerisme, Gelders Overijssels Bureau voor Toerisme, Geldersch Landschap, Recreatiegemeenschap Veluwe, Wageningen Universiteit Status: Door onderzoek van Wageningen Universiteit is veel kennis opgedaan over de (on)mogelijkheden van sturing van gemotoriseerd recreatieverkeer in natuurgebieden. Met deze kennis zijn oplossingen gerealiseerd voor het reduceren van recreatieverkeer in natuurgebieden. Dit is een ideaal toekomstbeeld voor de transferia op de Veluwe. Nu nog kampt de Veluwe, vooral op mooie zonnige dagen en in vakantieperiodes, met verkeersdrukte en parkeerproblemen. Dit vormt een bedreiging voor zowel de natuurlijke als de recreatieve waarden van het gebied. Motorvoertuigen verstoren bijvoorbeeld de rust, van het wild en van recreanten die van de natuur willen genieten. De provincie Gelderland heeft het initiatief genomen om dit probleem aan te pakken. De provincie doet dit samen met de betrokken gemeenten, terreinbeheerders en bureaus voor toerisme.De auto, een gewild vervoermiddel in de vrije tijdBelangrijkste vraag was: Hoe kan overlast van gemotoriseerd recreatieverkeer op de Veluwe gereduceerd worden? Het blijkt moeilijk om recreanten te laten kiezen voor andere vormen van vervoer. Een belangrijke reden voor het gebruik van de auto is de vaak slechte bereikbaarheid van de natuurgebieden met het openbaar vervoer. Daarnaast maken het gemak, de flexibiliteit en de onafhankelijkheid de auto tot een gewild vervoermiddel voor de vrije tijd. Omdat de recreant moeilijk te verleiden is tot een ander vervoermiddel, moeten andere maatregelen de verkeersstromen op de Veluwe reduceren.SturingSturing van het autoverkeer lijkt de beste manier om de verkeersproblematiek te beperken en zelfs te voorkomen. Sturingsmaatregelen op het gebied van bestemming, inrichting of beheer moeten recreanten in een bepaalde richting te geleiden. Vaak wordt daarbij gedacht aan inrijverboden, toegangsbeperkingen en betaald parkeren. De ervaringen op de Veluwe laten zien dat juist uitnodigende maatregelen goed werken. Bewegwijzering, routes en herkenbare toegangsplekken tot de natuur verleiden bezoekers om naar een bepaald deel van een natuurgebied te gaan. Daarmee lukt het om de grote massa te sturen en de meest kwetsbare plekken te ontzien. Welk sturingsmechanisme het beste werkt, hangt af van de wensen en het gedrag van de bezoekers in een gebied. Natuurtransferium NunspeetOp de Veluwe is ervaring opgedaan met clustering van voorzieningen bij het Veluwetransferium Nunspeet. Het transferium is een concentratiepunt van recreatieve voorzieningen en activiteiten, dat met name dient voor het opvangen van het gemotoriseerde recreatieverkeer aan de rand van een natuurgebied. Het Veluwetransferium heeft een parkeerterrein voor ongeveer 150 auto’s, een natuuractiviteitencentrum, uitkijktoren, activiteitenbos, speeltuin en is startpunt van een aantal wandelroutes, waaronder een speciale route voor kinderen. Het transferium ligt aan de snelweg en vlakbij het station. Belangrijke redenen voor recreanten om het transferium te bezoeken zijn: de goede bereikbaarheid en de aantrekkelijke voorzieningen, bijvoorbeeld de combinatie van een natuuractiviteitencentrum en wandelroutes. Het transferium trekt vooral mensen die een ‘beleving’ zoeken. De bezoekers zijn voornamelijk gezinnen met kinderen. De combinatie van voorzieningen en natuur werkt goed voor deze doelgroep.PosbankIn het Posbankgebied ondervonden beheerders en omwonenden op mooie dagen hinder van bezoekers die door het gebied reden en hun auto’s overal parkeerden. Aan bezoekers is daarom gevraagd waarom ze dat deden. Uit het onderzoek blijkt dat veel mensen per ongeluk met de auto in het centrum van het gebied komen. De weginrichting speelde hierin een belangrijke rol. De doorgaande route leidde de mensen naar het centrum van het natuurgebied, terwijl voor de parkeerplaats van deze route moest worden afgeweken. In 2005 is de kruising opnieuw ingericht. De doorgaande route leidt nu naar het natuurtransferium, waar een parkeerplaats is en een bezoekerscentrum van Natuurmonumenten. Nu rijdt veel verkeer naar deze plek. Een ‘kleine’ maatregel kan dus een grote sturende werking hebben. Het natuurtransferium won in 2007 de Ruimte & Mobiliteitsprijs.Uitnodigende maatregelenDe ervaringen in verschillende gebieden laten zien dat sturing van gemotoriseerd recreatieverkeer mogelijk is. Het is niet nodig om dit alleen met afwerende sturingsmaatregelen te doen. Uitnodigende maatregelen kunnen ook heel effectief zijn. Maatregelen die de recreanten verleiden naar een ander, minder kwetsbaar deel van een natuurgebied te gaan, hebben veel potentie. Inzicht in de wensen en behoeften van recreanten is daarbij essentieel. Sturing is namelijk maatwerk: elk natuurgebied heeft een ander publiek met verschillende wensen en behoeften. Bezoekers die niet bekend zijn met het gebied, zijn eerder geneigd de borden te volgen.Leerpunten Sturing van gemotoriseerd recreatieverkeer is mogelijk. Uitnodigende maatregelen hebben het meeste effect. Het bepalen welke uitnodigende sturingsmaatregelen het meeste effect hebben is maatwerk. Inzicht in wensen, behoeften en gedrag van de recreant is belangrijk voor het scheppen van het juiste aanbod; elk gebied trekt een ander type recreant. Inzicht in de verkeersstromen in een gebied is zowel voorafgaand aan de implementatie van sturingsmaatregelen als naderhand belangrijk. Meer informatie Presentaties en verslag Symposium Leisure en Mobiliteit, 8 november 2007. Dhr. R. Beunen, Wageningen Universiteit, leerstoel Landgebruiksplanning en Mw. I. van der Veen, Provincie Gelderland.

    Onderwerp: Recreatie
    Praktijkvoorbeeld 3-07-2008

  • Bereikbaarheid Noord-Hollandse kust: durven doen

    Beschrijving Locatie: Noord-Hollandse kust Aantal bezoekers: Niet bekend, maar alleen Zandvoort trekt jaarlijks al 1,5 miljoen bezoekers. Problematiek: Hoe zorg je ervoor dat de kust bereikbaar blijft? Betrokken partijen: Provincie Noord-Holland, kustgemeenten, ondernemers en vervoersmaatschappijen. Status: In 2003 is begonnen met een aantal pilots om de automobiliteit in het kustgebied te reduceren. De Noord-Hollandse kust trekt jaarlijks veel dagjesmensen en vakantiegangers. Deze bezoekersstroom is moeilijk voorspelbaar, omdat deze sterk bepaald wordt door het weer. Op een mooie zomerse dag zorgt het strandverkeer voor files en daarmee een slechte bereikbaarheid. De drukte op de toevoerwegen maakt de kust ook slecht bereikbaar voor de hulpdiensten en daarmee komt de veiligheid in het geding. Daarnaast heeft de slechte bereikbaarheid een negatief effect op de lokale economie. De leefomgeving van omwonenden wordt aangetast door parkeeroverlast, geluidsoverlast en uitlaatgassen.Automobiliteit verminderenOnder het motto ‘In Noord-Holland heb je een uurtje meer strand’ startte de provincie Noord-Holland het project ‘Bereikbare kust Noord-Holland. Doel is het toeristisch product verbeteren door eerdergenoemde negatieve effecten te reduceren. Het streven is om op mooie stranddagen een goede doorstroming te bereiken. Op topdagen wordt vastlopen van het verkeer geaccepteerd. Om de doorstroming te verbeteren moeten er meer bezoekers met de fiets, trein en bus naar het strand komen. Om dit te realiseren willen provincie en ondernemers het vervoer naar het strand integreren in het toeristisch product en daarmee de bezoeker iets extra’s bieden. Hiervoor zijn diverse projecten gestart, zoals het laten rijden van kustbussen, verzorgen van meer bewaakte fietsenstallingen en verkeersmanagement in Haarlem en Zandvoort. De kustbussen worden hier kort beschreven. Kustbus Petten-Den HelderOverheden en ondernemers in verschillende kustplaatsen in de kop van Noord-Holland wilden het autogebruik van verblijfstoeristen tijdens hun vakantie verminderen door ze een goed en aantrekkelijk alternatief te bieden. Ondernemers boden verblijfstoeristen daarom een vervoerspas aan voor de kustbus tussen Petten en Den Helder. Ook kon de toerist met de vervoerspas gratis of tegen beperkt tarief fietsen huren en korting krijgen op allerlei attracties. Deze bus doet verschillende campings, bungalowparken en toeristische attracties aan. Omdat de zittende vervoerder de kustbus als een inbreuk op de OV-concessie zag, is zij naar de rechter gestapt. De rechter heeft de vervoerder in het gelijk gesteld. Nu wordt de bus als regulier openbaar vervoer verzorgd. Het draagvlak bij de ondernemers is weg. Reizigers zijn geconfronteerd met een verdubbeling van het tarief.Strandbus ZandvoortIn 2004 namen Zandvoortse ondernemers het initiatief voor een strandbus om badgasten vanaf het station naar diverse plekken langs strand te brengen. Men had een vervoervorm op het oog die paste bij ‘een dagje naar het strand’, dus met een heel andere beleving en uitstraling dan het reguliere openbaar vervoer. Daarom wilden ze niet met de concessiehouder, Connexxion, in zee. De provincie Noord-Holland ondersteunde dit initiatief, omdat het uitstekend paste in het beleid om de bereikbaarheid van de kust te verbeteren. In de zomer van 2004 ging de strandbus, uitgevoerd door het particuliere bedrijf OAD, van start. De provincie trad op als opdrachtgever. Een jaar later werd het opdrachtgeverschap vervuld door de ‘Stichting Strandbus’ van de Zandvoortse ondernemers. De inkomsten komen uit kaartverkoop (de strippenkaart is niet geldig), sponsoring, reclame op de voertuigen en een bijdrage van de provincie.De strandbus reed als ‘besloten vervoer’, alleen toegankelijk voor treinreizigers. Vanaf de start liet Connexxion weten dit vervoer niet te beschouwen als besloten vervoer, en daarmee als een inbreuk op de concessie. Afgesproken werd dat voor de zomer van 2004 Connexxion geen bezwaar zou maken, maar dat aan het KpVV gevraagd zou worden een uitspraak te doen of deze vorm van vervoer als besloten of als openbaar vervoer beschouwd zou worden. De uitspraak van het KpVV was, dat deze vorm van vervoer als openbaar vervoer beschouwd moest worden. In 2005 is het initiatief en het opdrachtgeverschap van de Strandbus overgenomen door de plaatselijke ondernemers, verenigd in Stichting “De Strandbus”. In 2005 heeft de OAD in opdracht van de Stichting “De Strandbus” gereden. In 2005 heeft Connexxion formeel bezwaar gemaakt, wat op 10 september erin uitmondde dat de strandbus zonder waarschuwing vóóraf door de Inspectie voor Verkeer en Waterstaat middels bestuursdwang van de weg werd gehaald – overigens zonder een proces verbaal met de motivatie hiervoor te doen uitgaan. Ondertussen werd de concessie ‘Haarlem IJmond’ aanbesteed. De winnaar van de aanbesteding, opnieuw Connexxion, heeft het noordelijke traject van de Strandbus (naar Bloemendaal) als openbaar vervoer in haar aanbieding opgenomen en het zuidelijke deel (naar Zandvoort Zuid) niet. Voor de provincie was dit slecht nieuws: voor exploitatie van alleen het zuidelijk gedeelte leek in Zandvoort geen draagvlak, en continuering van de volledige strandbus zou nu nog meer dan vorig jaar op bezwaren van Connexxion stuiten. In een brief aan de minister stelt de provincie zich op het standpunt dat de strandbus als besloten vervoer zou moeten kunnen rijden. Ondertussen heeft Connexxion de exploitatie op het traject Zandvoort – Bloemendaal gestart. Na overleg met het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en het KpVV heeft de provincie besloten om zowel de Strandbus naar Zandvoort Zuid als de Kustbus tussen Petten en Den Helder als openbaar vervoer zonder concessie te laten rijden, beiden met subsidie van de provincie. Beide diensten worden gereden door Connexxion. Ook is er een voorziening gecreëerd voor dagen dat Zandvoort “op slot” zit: zodra het aantal parkeerplaatsen in Zandvoort en Bloemendaal niet meer toereikend is of de file te lang wordt, rijdt Connexxion Tours een pendeldienst van de P+R Floriade naar het strand. Deze dienst wordt uitgevoerd als besloten vervoer, alleen toegankelijk voor passagiers met een combikaart voor parkeren en vervoer.Bijdehand naar het strand Bovengenoemde projecten hebben geleid tot een betere verkeersdoorstroming, minder overlast en een geringe wijziging in de keuze voor een vervoersmiddel. Toch ging het niet altijd van een leien dakje. De regelgeving voor openbaar vervoer is complex en daardoor stranden goede initiatieven. KpVV brengt medio 2006 een publicatie uit met tips om hier beter mee om te gaan: ‘Langs de randen van het openbaar vervoer’.Een belangrijke succesfactor voor het wel slagen van een aantal initiatieven is een goede communicatie van de vervoersmogelijkheden naar de bezoeker. Dit is onder andere gedaan via de website www.reachthebeach.nl. Op deze site kan de bezoeker per kustplaats zien op welke manier hij/zij handig naar het strand kan: per auto, fiets, openbaar vervoer of benenwagen. Leerpunten Mobiliteit moet onderdeel worden van het toeristisch product en dus leuk zijn. Zoek partijen bij elkaar die een probleem ervaren. Zorg voor een goede communicatie naar de bezoeker, anders weet hij niet dat er alternatieve vervoersmogelijkheden zijn. Durf alternatieve vervoersmogelijkheden aan te bieden, ook al is niet zeker of ze gaan slagen. Via trial and error bereik je soms meer dan via onderzoek. De regelgeving voor openbaar vervoer is complex. Vaak stranden goede initiatieven. De KpVV-publicatie ‘Langs de rand van het openbaar vervoer' maakt deze materie inzichtelijk. Meer informatie Publicatie Langs de rand van het openbaar vervoer, een verkenning naar de exclusiviteit van de concessie, november 2006. Website www.reachthebeach.nl

    Onderwerp: Recreatie
    Praktijkvoorbeeld 3-07-2008

  • Landinrichtingsplan Haarzuilens, benut beschikbare kennis en kengetallen

    Beschrijving Locatie: Recreatiegebied Haarzuilens aan de westrand van de stad Utrecht Aantal bezoekers: 15.000 dagrecreanten op een topdag. De 5 evenementen trekken ca. 100.000 bezoekers per jaar. Problematiek: Hoe geef je recreatieverkeer een plaats bij planontwikkeling? Betrokken partijen: Dienst Landelijk Gebied en Afdeling Verkeer&Vervoer van de Dienst Stadsontwikkeling Utrecht Status: Het landinrichtingsplan met deze maatregelen is in mei 2006 goedgekeurd door de provincie Utrecht en wordt door DLG tot uitvoering gebracht. Om bovenstaand toekomstbeeld te bereiken is recreatieverkeer een punt van aandacht in het landinrichtingsplan Haarzuilens. Haarzuilens is een onderdeel van groenstructuur rondom de stad Utrecht. Het gebied moet op topdagen plaats bieden aan circa 15.000 dagrecreanten. Maar hoe worden deze bezoekersstromen en het daarbij behorende verkeer gereguleerd? In het landinrichtingsplan is ervan uitgegaan dat maximaal 60% van de bezoekers met de auto komt. Dit leek Dienst Stadsontwikkeling (DSO) van de gemeente Utrecht niet realistisch, gezien de afstand naar de stad Utrecht en het station en het ontwerp van het gebied.Vertaling algemeen verkeersmodelDSO heeft daarom met behulp van het gemeentelijk verkeersmodel greep proberen te krijgen op de verkeersstromen door het gebied en de behoefte aan parkeerplaatsen. Lastig punt daarbij is dat het verkeersmodel gebaseerd is op een doordeweekse dag en niet één op één voorspellingen kan doen voor verkeersstromen voor recreatie. Recreatie genereert moeilijk voorspelbare verkeersstromen in het weekend. DSO heeft daarom op een creatieve manier geprobeerd om het algemene verkeersmodel toe te passen voor recreatieverkeer door vertaling van: het verkeersmodel van een werkdag naar een weekenddag. bestaande kengetallen over vervoerskeuze bij bezoek aan megacomplexen (leisurecentra, pretparken en dierentuinen) naar vervoerskeuze voor een recreatiegebied. bezoekfrequenties aan het gebied, het kasteel en de evenementen naar intensiteiten van autoverkeer. herkomstgebieden (noord, oost, zuid, west) naar instroom in het gebied. Voor het parkeren kon ook niet worden uitgegaan van bestaande kengetallen. DSO beschikte niet over cijfers hoe lang mensen bij een kasteel of in het bos blijven. Daardoor is niet bekend hoe vaak een parkeerplaats per dag gebruikt kan worden (turnover). Om toch een inschatting te kunnen maken is uitgegaan van geschatte bezoekersaantallen en verblijfsduur. Hiervoor heeft de gemeente Utrecht informatie ingewonnen bij partijen in het gebied, zoals het kasteel, Natuurmonumenten, de golfbaan en de manege. MaatregelenAl deze gegevens hebben een praktisch model opgeleverd voor het berekenen van verkeersstromen en de behoefte aan parkeerplaatsen in het gebied. Voor de toekomst zijn verschillende scenario’s doorgerekend, veel of weinig bezoekers met de auto, korte en lange verblijfsduur. Op basis van deze uitkomsten zijn in het landinrichtingsplan de volgende maatregelen genomen voor recreatieverkeer: Goede fietsverbindingen vanuit de stad naar het gebied; Doorgaand verkeer door het gebied zoveel mogelijk weren; Gratis parkeerplaatsen aan de randen van het gebied; Reserveringslocaties (boerenland) voor het geval de parkeerdruk bij evenementen toch hoger uitvalt. Bij extreme drukte zijn altijd extra maatregelen nodig, bijvoorbeeld tijdelijke transferia. Zo organiseren het kasteel en de golfbaan regelmatig evenementen in het gebied. De organisatoren zorgen ervoor dat diverse grote parkeerplaatsen rondom het gebied (carpoolparkeerplaatsen of parkeerplaatsen bij het station) fungeren als tijdelijk transferium. Mensen kunnen daar hun auto parkeren en worden dan met gratis pendeldiensten naar het evenement gebracht. Dit wordt gecommuniceerd via de website en met bewegwijzering langs de snelweg en in het gebied. Leerpunten Mobiliteit is een belangrijke randvoorwaarde voor het goed functioneren van recreatiegebieden. Het is daarom belangrijk om meteen in de planfase verkeersdeskundigen in te schakelen. Probeer met behulp van beschikbare cijfers uit andere sectoren (bijvoorbeeld pretparken) zicht te krijgen op het recreatieverkeer in het gebied. Exacte cijfers blijven maatwerk per situatie. Het belang van recreatieverkeer neemt toe, en daarmee de behoefte aan kengetallen. Meer informatie Dhr. C. Verbokkem, Gemeente Utrecht, Dienst Stadsontwikkeling, Afdeling Verkeer en Vervoer

    Onderwerp: Recreatie
    Praktijkvoorbeeld 3-07-2008

  • Bazaar Beverwijk: groot probleem, eenvoudige oplossing

    Beschrijving Locatie: De Bazaar in Beverwijk; Aantal bezoekers: 3.500.000 per jaar; Problematiek: Hoe ga je om met een grote bezoekersstroom naar één locatie?; Betrokken partijen: Gemeente Beverwijk, Gemeente Velsen, Bazaar, Verkeer en Waterstaat; Status: Eenvoudige verkeersmaatregelen hebben geleid tot een betere doorstroming van het verkeer. Ruiken, voelen, proeven, kijken, luisteren ….. het kan allemaal op de Beverwijkse Bazaar. Door de geur van specerijen krijgen bezoekers het gevoel op een Marokkaanse markt te lopen. De combinatie van 3.000 marktkramen, muziek, restaurants en artiesten maakt een bezoek aan de Bazaar een belevenis. De Bazaar is op zaterdag en zondag geopend. Vooral goede mond tot mond reclame heeft gezorgd voor het grote succes en de snelle groei van de Bazaar. Met 3,5 miljoen bezoekers per jaar kan de Bazaar zich meten met de Efteling en de rondvaarten op de Amsterdamse grachten. Per weekend komen er 60.000 tot 90.000 bezoekers uit heel Nederland, maar ook uit Duitsland, België, Polen etc. Op zondag zijn er twee keer zo veel bezoekers als zaterdag. De bezoekers blijven gemiddeld 3 uur op de Bazaar.OntstaansgeschiedenisDe Beverwijkse Bazaar ontstond 25 jaar geleden in de toenmalige Beverwijkse bloemen- en groenteveiling. Het initiatief was meteen al een succes met 500 deelnemende standhouders en 14.000 bezoekers per dag. In de eerste 20 jaar (pioniersfase) was er nauwelijks sprake was van overheidsbemoeienis.De laatste jaren is de Bazaar uitgebreid met onder meer de Oosterse markt, Grand Bazaar, Computer markt en de Vlooienmarkt. De groei in bezoekersaantallen, productaanbod en ruimtebeslag maakte het voor de gemeente Beverwijk noodzakelijk om een aantal zaken expliciet te regelen met De Bazaar. Onderwerpen als veiligheid, verkeersafwikkeling, parkeergelegenheid en samenwerking vroegen om aandacht. In 2002 heeft de gemeente daarom een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met De Bazaar.Verkeersafwikkeling en parkeergelegenheidDe snelle groei van de Bazaar zorgde voor verkeersproblemen in de directe omgeving. 90% van de bezoekers komt met de auto, hoewel er een NS station op loopafstand is. Door de grote bezoekersstroom ontstonden lange files op de A9 en auto’s werden willekeurig geparkeerd op trottoirs en in bermen. Er ontstond een chaotische en onveilige situatie doordat bezoekers drukke wegen moesten oversteken. Om inzicht te krijgen in de situatie is het van belang om ter plekke te kijken wanneer en waardoor de problemen ontstaat.Met behulp van de methodiek van het werkboek ‘Gebiedsgericht Benutten’ zochten de betrokken partijen naar de kern van het probleem en vervolgens naar oplossingen. Het probleem werd niet veroorzaakt door een beperkte wegcapaciteit, maar door parkeerchaos. Door het inzetten van parkeerwachters, die de bezoekers snel naar een vrije parkeerplaats leiden, werden de problemen in één keer opgelost. Ook door te werken met uitrijkaarten werd de doorstroming bevorderd. Zelfs de file op de A9 was door deze maatregelen verleden tijd. Gezien de omvang van de problemen waren deze simpele oplossingen zeer effectief. Voorheen werden alle wegen rond De Bazaar afgesloten om de chaos te lijf te gaan!Gebiedsgericht BenuttenHet werkboek ‘Gebiedsgericht Benutten’ van de Adviesdienst Verkeer en Vervoer fungeerde als leidraad bij het oplossen van de verkeersproblemen rond de Bazaar. Dit werkboek biedt alle betrokken partijen een handvat bij het gestructureerd samenwerken aan integraal en duurzaam verkeersmanagement. Het werkboek beschrijft negen stappen om te komen tot concrete maatregelen. Allereerst moeten alle betrokken partijen in beeld worden gebracht en met elkaar in gesprek komen. Leer wederzijds belangen kennen en formuleer een gemeenschappelijk doel. Daarna kun je pas gaan zoeken naar oplossingen. In het traject rond De Bazaar heeft dit er toe geleid dat de gemeente open staat voor creatieve oplossingen van de ondernemer. Andersom beseft de ondernemer dat de bereikbaarheid onderdeel van zijn product is. De houding bij De Bazaar ten aanzien van de gemeente is daardoor veranderd van ‘Jullie moeten … ‘ in ‘Zullen we samen ….’Toekomstige ontwikkelingenIn een samenwerkingsovereenkomst is vastgelegd dat De Bazaar mag groeien naar 150.000 vierkante meter en 7 miljoen bezoekers per jaar. De Bazaar wordt daarmee 3x zo groot. Er komen vooral ‘leisure’ functies bij (bv. Turks badhuis) en de Bazaar is dan de hele week open. De Bazaar heeft ideeën om binnenkort een Indische markt te realiseren. Mogelijk komt er in de toekomst ook een bootverbinding tussen IJmuiden en Amsterdam CS met extra verbindingen naar het strand bij IJmuiden en de Bazaar. Hierdoor verbetert de bereikbaarheid van de kust en de Bazaar vanuit Amsterdam. Op het water is namelijk nog voldoende ruimte, terwijl het openbaar vervoer en de weg vol zitten. Bovendien is een vaartocht naar de Bazaar een leuk onderdeel van het dagje uit!Leerpunten De methodiek uit het werkboek ‘Gebiedsgericht Benutten’ helpt om partijen om de tafel te krijgen. Uitwisselen van belangen en standpunten zorgt voor wederzijds begrip. Proces is mede afhankelijk van personen. Onderdruk de neiging om (dure) oplossingen te bedenken en ga eerst opzoek naar de kern van het probleem. Bekijk de situatie ter plekke op het moment dat de problemen zich voordoen. De inzet van parkeerwachters is zeer effectief om verkeers- en parkeerproblemen rond attracties op te lossen. Meer informatie Website www.debazaar.nl Werkboek Gebiedsgericht benutten Dhr. G.J. Binkhorst, gemeente Beverwijk, afdeling Wijkzaken

    Onderwerp: Recreatie
    Praktijkvoorbeeld 3-07-2008

  • De Efteling, Kaatsheuvel: Langnek overziet fileprobleem

    Beschrijving Locatie: De Efteling in Kaatsheuvel Aantal bezoekers: circa 3,2 miljoen per jaar Problematiek: Hoe kan de bereikbaarheid van de Efteling verbeterd worden? Betrokken partijen: de Efteling, Provincie Noord Brabant Status: Door de toename van het aantal files is het gebied (catchment area) waaruit bezoekers naar de Efteling komen, kleiner geworden. De Efteling probeert via creatieve maatregelen, zoals seizoenverlenging en het aanbieden van verblijfsaccommodatie de klant terug te winnen. Jaarlijks bezoeken circa 3,2 miljoen mensen de Efteling. Het merendeel (73%) komt per auto met gemiddeld 3,5 inzittenden naar het attractiepark. Daarnaast komt 13,4% van de bezoekers met een touringcar. Dat betekent dat er per jaar ongeveer 6500 bussen richting Efteling rijden. De overige bezoekers komen per openbaar vervoer (4,5%), fiets 1,4% of op andere wijze (7,5%). Door de groei van het attractiepark zijn er congestieproblemen ontstaan richting de Efteling. In de loop van de tijd heeft de Efteling daarom steeds meer maatregelen genomen om de bereikbaarheid te verbeteren.Alternatieve vervoersmogelijkhedenDe Efteling informeert de bezoeker, onder andere via de website, over de vervoersmogelijkheden naar het park. Het attractiepark probeert zowel het bezoek per openbaar vervoer als het collectief vervoer te bevorderen. Daarom biedt het bijvoorbeeld arrangementen aan met korting op het openbaar vervoer. De NS Wonderkaart bijvoorbeeld, biedt 20% korting op de reis per bus of trein en het toegangskaartje voor de Efteling. Kinderen reizen bovendien gratis. Een ander voorbeeld is de proef, enkele jaren geleden, met de Sprookjespendel: een rechtstreekse busverbinding vanaf vele plaatsen in Nederland naar vier attractieparken en dierentuinen in Brabant. Voor autobezoekers heeft de Efteling in principe voldoende parkeerruimte. Bij uitzonderlijke drukte wordt extra opvangcapaciteit gecreëerd door de parallelweg, de Horst, in één richting af te sluiten en hier te laten parkeren. Ook door productverbreding en -vernieuwing probeert de Efteling de bereikbaarheid te verbeteren. Met een jaarrond exploitatie, kan de bezoekersstroom in de tijd gespreid worden. Door het aanbieden van verblijfsaccommodatie, kan het bezoek verlengd worden en de bezoekersstroom gespreid.Catchment areaOndanks deze maatregelen constateert de Efteling dat haar ‘catchment area’, het herkomstgebied van de bezoekers, kleiner wordt. Bezoekers zijn bereid om maximaal 1,5 uur te besteden aan de reis naar de Efteling (enkele reis). Bovendien willen ze hun uitje naar de Efteling maximaal benutten door vroeg te vertrekken. Door de toenemende congestie tijdens de ochtendspits in Nederland wordt het ‘catchment area’ van de Efteling kleiner. Duitsers komen bijvoorbeeld bij Eindhoven in de file, terwijl Vlaamse bezoekers bij Antwerpen vertraging oplopen. Tijdens de werkzaamheden aan de ring van Antwerpen constateerde de Efteling een daling van het aantal Belgische bezoekers. Een belangrijk deel van het probleem van de bereikbaarheid ligt dus meer bij de verkeersknooppunten van Rotterdam, Zwolle, Utrecht, Arnhem, Nijmegen, Eindhoven en Antwerpen. Naar verwachting zal het congestieprobleem in de toekomst verder toenemen. Dit is een belangrijke zorg voor de Efteling. Een potentiële bezoeker zal steeds vaker afwegen of de lange reis wel de moeite waard is. De potentiële bezoeker zal op zoek gaan naar alternatieve vrijetijdsactiviteiten dichter bij huis.ToekomstmuziekEen mogelijke oplossing is het stimuleren van het collectieve- en het taxivervoer door dit extra voordeel te bieden ten opzichte van de automobilist. De Efteling zou bijvoorbeeld graag zien dat er een busbaan komt op de N261 Tilburg – Waalwijk, waar ook touringcars en taxi’s gebruik van mogen maken. Zo komt de touringcar niet in dezelfde file terecht als de automobilist en is daardoor een aantrekkelijker vervoermiddel.Leerpunten Spreiding in tijd en seizoen kan de bereikbaarheid verbeteren. Duidelijke communicatie over vervoersmogelijkheden bevordert de bereikbaarheid. Lokale maatregelen (parkeermogelijkheden) dragen bij aan de bereikbaarheid. Landelijke congestie vormt een probleem voor grote attractieparken. Meer informatie Website www.efteling.com Dhr. R.R.H.M. van der Zijl, De Efteling, Directievoorzitter

    Onderwerp: Recreatie
    Praktijkvoorbeeld 3-07-2008

  • CROW-Kennisprogramma 'Snelle oplossingen voor lucht en verkeer' (Solve)

    Om gemeenten te informeren over de mogelijke maatregelen om aan de nieuwe Europese normen voor fijn stof te voldoen, heeft CROW het kennisprogramma 'Snelle oplossingen voor lucht' gestart. Eerste stap is een driedelige publicatiereeks 'Luchtkwaliteit en verkeer' waarin bestaande kennis op het gebied van luchtkwaliteit en verkeer wordt gebundeld.

    Onderwerpen: Schone voertuigen, Lucht
    Link 3-07-2008

  • Dossier Luchtkwaliteit VROM

    Op deze site geeft het Ministerie van VROM informatie over luchtkwaliteit, wetten, regels, etc.

    Onderwerpen: Lucht, Schone voertuigen
    Link 3-07-2008

  • RIVM-effect van luchtvervuiling

    Op deze site geeft het RIVM cijfers en effecten van luchtvervuiling op de mens.

    Onderwerpen: Beleid & Doelen, Gezondheid
    Link 3-07-2008

  • Stationsgebied Zuidhorn: schakel tussen platteland en stad

    Beschrijving GebiedskenmerkenZuidhorn is een welvarende forensengemeente ten westen van de stad Groningen. Het dorp Zuidhorn is gelegen aan de spoorlijn Groningen-Leeuwarden en aan de provinciale weg N355 (Friesestraatweg), telt bijna 6.600 inwoners en vervult een centrumfunctie ten behoeve van de omliggende plaatsen. De gemeente Zuidhorn is in 1990 ontstaan uit een fusie van vier gemeenten. De gemeente heeft een sterk landelijk karakter. De bevolkingsgroei heeft vooral in het dorp Zuidhorn plaatsgevonden. De komende jaren krijgt Zuidhorn een nieuwe groeiopgave met 1.100 woningen.Problemen en oplossingenDe bereikbaarheid van het platteland verslechtert door OV-bezuinigingen. Dit heeft een groeiende automobiliteit tot gevolg, met name richting Groningen-stad. In en rond de stad zorgt deze groei voor knelpunten in de vorm van congestie, parkeer- en milieuproblemen. De provinciale weg N355 krijgt steeds meer te maken met congestie. Zuidhorn heeft een goede OV-aansluiting met Groningen via trein en bus, maar het station kende nauwelijks een overstapfunctie. Tegelijkertijd zocht de gemeente Zuidhorn een nieuwe locatie voor het gemeentehuis en het politiebureau. Door de fusie van vier gemeenten wilde men een plek die centraal gelegen is, ook ten opzichte van het omliggende gebied. Het idee ontstond om het stationsgebied integraal te ontwikkelen. Daarmee kwam een oplossing in beeld voor de bereikbaarheidsproblemen van het landelijk gebied en ontstond tegelijkertijd een aantrekkelijk stationsgebied met bovenlokale functies. Het minitransferium biedt een antwoord op het dilemma dat in het landelijk gebied de auto dominant is, terwijl deze in de stad steeds meer een probleem oplevert.Ontwikkeling stationsgebied Het station ligt aan de rand van Zuidhorn en ligt met de rug naar de provinciale weg N355. Een nieuwe aansluiting op deze weg is gerealiseerd, zodat het knooppunt en de kantoren ontsloten worden vanuit de regio. Tegelijkertijd wordt aan automobilisten de mogelijkheid geboden om de auto op het minitransferium te parkeren en met het OV verder te reizen. De buslijnen die Zuidhorn aandoen, krijgen een nieuwe, gestrekte route waardoor ze het stationsgebied aandoen. De aantakking op de N355 maakt dit mogelijk. De kleinere buslijnen en de scholierenlijnen bieden aansluiting op de treinen en bussen (beide van Arriva) naar Groningen. Op deze manier is het busvervoer efficiënter georganiseerd en hoeven er geen lijnen te worden opgeheven. Sinds 2003 wordt de nieuwe buslijn 11 ingezet als verbinding naar het campusterrein Zernike in Groningen. Hier zijn diverse hogescholen en faculteiten van de universiteit gevestigd. De buslijn ontlast het drukke Groningen Centraal en levert een reistijdwinst van 20 minuten op. Het betrof een proef in de spitstijden. Nu biedt de bus een aansluiting op iedere trein. In 1999 is het nieuwe stationsgebied geopend. Het transferium doet het vanaf de start uitstekend. De bezetting is nog niet maximaal, maar het gebruik groeit. In de toekomst is uitbreiding gewenst. In de OV-plannen van de provincie Groningen en de regio Groningen-Assen (Kolibri) is er aandacht voor de capaciteitsproblematiek tussen Zuidhorn en Groningen en op het transferium. Ook wordt in 2007 een snelfietsverbinding (Fietsroute Plus) gerealiseerd. In de studie naar de capaciteitsproblemen van de N355 is nadrukkelijk aangegeven dat het openbaar vervoer een belangrijke oplossing is.AandachtspuntenBewoners waarderen de multifunctionaliteit van het stationsgebied meer dan een bushalte om de hoek en een buslijn dwars door het dorp. Met de fiets ben je zo bij het station. De capaciteit van de fietsenstallingen is wel een probleem. Ook de capaciteit van de treinen is onvoldoende tussen Zuidhorn en Groningen. Een aandachtspunt is nog dat er geen geïntegreerd kaartsysteem bestaat voor trein en bus, ondanks het feit dat Arriva zowel de spoorconcessie als het stads- en streekvervoer uitvoert. Er zijn plannen om ook de sneltreinen te laten halteren in Zuidhorn. Dit is rendabel en wordt mogelijk omdat het nieuwe materieel van Arriva sneller op kan trekken. Op de lange termijn wordt gemikt op een frequentieverhoging van de treinen. Daarvoor is wel een (partiële) spoorverdubbeling nodig.Bij de ontwikkeling van het stationsgebied heeft geen vergaande visievorming plaatsgevonden. Er lagen kansen. De gemeente zag ze en heeft deze benut. Ook is geen onderzoek gedaan naar het functioneren van het transferium. De gemeente vindt het niet nodig om kostbaar onderzoek uit te voeren. Bovendien ziet men dagelijks hoe het gebied functioneert, omdat het gemeentehuis naast het transferium ligt. Op veel plekken in het noorden wordt op basis van het succes van Zuidhorn meer nagedacht over het functioneren van stationsgebieden en over de mogelijkheden om hier functies te concentreren.Een van de succesfactoren is het goede contact dat de gemeente onderhoud met de provincie, het OV-bureau, vervoerder en omliggende gemeenten. Door een open houding is er veel te bereiken. Het vergt tijd om deel te nemen aan overleggen, maar dit zorgt er wel voor dat draagvlak ontstaat en budgetten vrijkomen. Meer informatie www.kolibri.nl Gemeente Zuidhorn: Bert Groenewolt, 0594-508886, bjgroenewolt@zuidhorn.nl

    Onderwerp: Parkeer en reis
    Praktijkvoorbeeld 3-07-2008

  • BONroute: P+R-netwerk in Noord-Holland

    Beschrijving In het Bereikbaarheids Offensief Noordelijke Randstad (BONRoute) werken de gemeenten, stadsregio Amsterdam en provincies Noord-Holland en Flevoland gezamenlijk aan de verbetering van de bereikbaarheid in de noordelijke randstad. Met een subsidie uit het fonds BONRoute is de provincie gestart met aanleg of verbetering van veertien P+R-terreinen. Hiervoor wordt nauw samengewerkt met de gemeenten, ProRail en vervoerders (NS, Connexxion). De provincie betaalt (met steun van BONRoute) de aanleg en het onderhoud van de terreinen. De gemeenten, ProRail en NS brengen de grond in. Daarnaast levert NS engineering en capaciteitsbepaling en nemen de gemeenten de beheer- en instandhoudingskosten voor hun rekening. De Stichting Vervoermanagement Noord-Holland (verkeer.advies) verzorgt de publiciteitscampagne. Meer informatie Aan de slag met P+R-beleid, van strategie tot exploitatie, augustus 2005

    Onderwerp: Parkeer en reis
    Praktijkvoorbeeld 3-07-2008

  • 'P+R Haagweg Leiden: particulier bedrijf verzorgt exploitatie

    Beschrijving De Stichting Stadsparkeerplan Leiden exploiteert het P+R-terrein Haagweg. Vanaf het parkeerterrein wordt met busjes gereden om bezoekers van de binnenstad bij hun bestemming af te zetten. P+R Haagweg is stap voor stap opgebouwd. De exploitatie is zeer flexibel en kan optimaal op de wensen van de reiziger inspelen. Door bijvoorbeeld gebruik te maken van arbeidssubsidie blijven de kosten relatief beperkt. Zowel het parkeergedeelte als het vervoer zijn bij de stichting in één hand. Dit zorgt voor een meer flexibele organisatie en biedt mogelijkheden om ook ander P+R-vervoer aan te bieden dan alleen naar de binnenstad, bijvoorbeeld bij evenementen. De stichting functioneert zonder openbaar-vervoersubsidie en zonder vaste subsidie van de gemeente. Dit zorgt ervoor dat de ondernemerszin niet wordt geremd, anderzijds maakt dit de exploitatie meer risicovol. Meer informatie Aan de slag met P+R-beleid, van strategie tot exploitatie, augustus 2005

    Onderwerp: Parkeer en reis
    Praktijkvoorbeeld 3-07-2008